Geen akkoord in binnenvaartstrijd

DEN HAAG, 23 MAART. Prof.dr. W. Albeda, bemiddelaar in het conflict tussen binnenschippers en verladers over het vrachtvervoer naar België en Frankrijk, is er niet in geslaagd de onenigheid op te lossen. Albeda zal minister Maij-Weggen nu een advies voor een tijdelijke wettelijke regeling van dit vervoer voorleggen waarin geen van beide partijen zich geheel kan vinden.

De bemiddeling van Albeda volgde op een vorig jaar mislukte poging van oud-premier Biesheuvel. In de zomer van 1993 protesteerden ruim 800 schippers tegen het feit dat verladers het zogeheten toerbeurtsysteem Noord-Zuid omzeilen door steeds meer lading voor België en Frankrijk buiten de schippersbeurs om onder te brengen. Op deze manier zouden de verladers de bodemprijzen willen ontduiken die op de beurs gelden. De schippers legden het vrachtvervoer enkele weken volledig plat.

Van de zes miljoen ton lading die in 1990 nog via de beurs werd aangeboden, verdween, mede wegens de recessie, tot 1993 een derde deel. In totaal ging in 1990 overigens bijna 36 miljoen ton lading naar België en Frankrijk via rederijen en binnenschippers die buiten de beurs om werken.

Het conflict laaide op toen duidelijk werd dat de overheid het toerbeurtsysteem wilde afschaffen, om te voldoen aan Europese regelgeving op het gebied van kartels. Minister Maij-Weggen stelde daarop een tijdelijke wettelijke regeling van het toerbeurtsysteem voor, maar de schippers konden zich in de door bemiddelaar Biesheuvel geformuleerde voorwaarden voor deze regeling niet vinden. Gisteren gingen behalve de schippers, ook de verladers niet akkoord met de voorstellen van bemiddelaar Albeda.

In de werkgroep marktwerking, een van de drie door hem ingestelde werkgroepen, was overeengekomen dat de tijdelijke wettelijke regeling zou gelden tot het jaar 2000. Via de beurs zou weer 6 miljoen ton worden vervoerd. Deze groei zou worden gerealiseerd doordat een aantal verladers bij de afloop van contracten weer naar de beurs zou gaan. Ook zou er geografische uitbreiding komen van het gebied waar het toerbeurtsysteem Noord-Zuid nu geldt, onder meer met het Belgische Albertkanaal.

De binnenschippers wilden liever een regeling die zou gelden totdat er een Europees regime komt, omdat dit regime naar verwachting nog wel enige tijd op zich zal doen wachten. Belangrijker geschilpunt waren echter de condities waaronder het transport van de zes miljoen ton zouden worden verhandeld.

Op de beurs gelden - volgens verladers 15 tot 100 procent - hogere tarieven dan op de vrije markt. De verladers hebben zich erbij neergelegd dat dit zo blijft, maar willen dan meer vrijheid in keuze van vervoerder. Nu is het nog zo dat de verladers niet zelf mogen bepalen op welke beurs ze hun lading aanbieden, welke schipper die vervoert en of dat in één of meer schepen gebeurt. In ruil voor een groei tot 6 miljoen ton eisen de verladers een “beperkte mate van contractvrijheid”, aldus directeur H. Plasse van de verladersorganisatie EVO. De binnenschippers kunnen daar niet mee leven.

Daarnaast is geen volledige overeenstemming bereikt over een sloopregeling, een sociaal plan en commerciële samenwerkingsverbanden tussen binnenschippers. Met name de verladers zijn voorstander van een 'warme' sanering. Volgens hen is een groot deel van de problemen in de binnenvaart te wijten aan overcapaciteit. Ook zouden de ongeveer zesduizend schippers, aldus de verladers, efficiënter en goedkoper kunnen werken als zij coöperaties vormen. Gisteren werd niet duidelijk hoeveel geld het rijk bereid is uit te trekken voor een sloopregeling en een sociaal plan.