Edelkitsch met ongrijpbaar meisje en verlaten popster

La Ardilla Roja. Regie: Julio Medem. Met: Nancho Novo, Emma Suárez, María Barranco, Carmelo Gómez. In: Amsterdam, Kriterion en De Uitkijk; Utrecht, Springhaver; Eindhoven, Plaza Futura; Arnhem, Filmhuis; Leiden, Kijkhuis.

Jota, een werkloze popster die door zijn vriendin in de steek is gelaten, constateert dat het leven hem niets meer te bieden heeft en besluit van een hoge rots in zee te springen. Op dat moment komt een motorrijdster aangescheurd die vlak voor zijn ogen uit de bocht vliegt en op het strand in de diepte belandt. Van zelfmoord komt het dan niet meer, want Jota ziet zich plotseling voor een nieuwe taak gesteld: hij ontfermt zich over het meisje dat door de smak haar geheugen verloren blijkt te hebben. Jota noemt haar Lisa en gaat er met haar vandoor naar het kampeergebied De Rode Eekhoorn om daar langzaam haar ware identiteit te leren kennen.

Dat is in het kort, ontdaan van alle vet aangezette symboliek, de plot van La Ardilla Roja (De Rode Eekhoorn), één van de succesklappers van het afgelopen Filmfestival in Rotterdam. Op de hitlist van door het festivalpubliek meest gewaardeerde films eindigde deze tweede speelfilm van de Spaanse regisseur Julio Medem op de tweede plaats. Het is verbazend veel eer voor een produktie waarin alles ondergeschikt is gemaakt aan glad effectbejag.

Toch komt de bewondering voor Medems filmkunst niet helemaal uit de lucht vallen. De jubel die uit een groot aantal kelen opsteeg toen hij zijn debuut Vacas (1991) uitbracht, gaf al aan dat zijn edelkitsch bij velen een gevoelige snaar had geraakt. Medems aanstellerige gekoketteer met onder anderen Saura en Buñuel werd over het algemeen als een van zijn belangrijke kwaliteiten beschouwd.

Opnieuw heeft hij zich nu laten verleiden tot gewichtige dikdoenerij met van symboliek doordrenkte beelden. Zo is de in La Ardilla Roja gepresenteerde parabel over schaamteloze male chauvinist pigs die vrouwen als hun bezit beschouwen, gehuld in een wolk van mystiek en magisch realisme.

Medems grootste troef is hoofdrolspeelster Emma Suárez die met haar onschuldige meisjesachtige uitstraling iedereen, Jota (Nancho Novo) voorop, een rad voor ogen draait. Ze ontpopt zich als een ongrijpbaar wezen om wie een waas van geheimzinnigheid hangt, vergelijkbaar met de stille groene wereld onder water die regelmatig in beeld wordt gebracht. Alles aan haar is raadselachtig, zowel haar connecties met onzichtbare eekhoorns (de camera scheert langs boomstammen), als haar verleden (opgeroepen door in foto's gemonteerde flashbacks) en duistere angsten (close-ups van kippevel op haar arm).

Medem benadrukt kortom op alle mogelijke manieren dat het hier een welhaast occult mysterie betreft. Het resultaat is een in quasi-artistieke pretenties gesmoorde film.