De dood tartende antiheld op het nippertje gered

Fearless. Regie: Peter Weir. Met Jeff Bridges, Rosita Perez, Isabella Rossellini. In 5 theaters.

Een man kijkt een spiegel in alsof hij zijn eigen gezicht voor het eerst ziet: je bent niet dood, zegt hij schor. Wat hij vervolgens denkt horen we niet en toch weten we wat het is: je bent niet dood, maar je had het moeten zijn. Terwijl hij elk spoortje angst uit zich weg voelde glijden en tot zijn verbazing klaar bleek om te sterven, overleefde hij een vliegramp. Hij redde een aantal medepassagiers uit het wrak en liep weg of het een blikschade-ongelukje betrof.

Niet voor niets heet de film die de Australische cineast Peter Weir over deze man maakte Fearless. Angst kent hij niet meer: wat hij ook doet, hem krijgen ze niet dood. In alle rust hangt hij met dichte ogen uit een autoraampje, zijn voet op een diep ingedrukt gaspedaal. Uitkijken bij het oversteken doet hij niet meer en zijn fatale allergie voor aardbeien negeert hij. Met een tartende blik naar de hemel neemt hij waanzinnige risico's en hij doet dat doodgemoedereerd. Maar dat is schijn. Die kalme Max Klein, zoals hij heet, kan in zijn leven nergens anders meer ruimte vinden dan voor wat hem overkwam. Voor medelijden (nadrukkelijk niet voor mede-leven) met een andere overlevende die haar kind verloor, voor schuldgevoel, voor schaamte, voor boetedoening. En voor de dood als verlosser.

Peter Weir is een knap filmer, die na het verontrustend realistische spookverhaal Picknick at Hanging Rock, zoveel indruk maakte met The Year of Living Dangerously dat de Amerikaanse filmindustrie naar zijn gunsten dong. Hij liet zich verleiden en maakte er verschillende films, één dwarse, de Paul Theroux-verfilming The Mosquito Coast, een minder weerbarstige, maar bij alle cliché's onmiskenbaar persoonlijk emotionele film, Witness, en Green Card, een even lieftallige als risicoloze komedie.

Het verhaal van Fearless had Weir als gegoten kunnen zitten. Max Klein is het soort anti-held dat hem in eerdere films interesseerde, en zijn situatie vraagt om precies die vragen waar Weir in eerdere films uiteenlopend over filosofeerde: hoe alleen is een mens, waar liggen zijn verantwoordelijkheden, wat moet hij nog als onpasseerbaar gewaande grenzen overschreden zijn. Want Max Klein is met al zijn neurotische kalmte, zijn verzengende eerlijkheid en zijn bijna zalvende blik maar met een ding bezig: hij wil dood. Enige tijd maakt Fearless de indruk dat Weir dat begrijpt. Jeff Bridges geeft erg mooi gestalte aan de verdwaasde man, maar wordt allengs meer gehinderd door weinig geïnspireerd, om niet te zeggen slecht acterende tegenspelers als Isabella Rossellini en Tom Hulce. De ervaringen in het vliegtuig die hem in zijn nachtmerries bespringen krijgen meeslepend gestalte, maar ze worden zo veelvuldig toegepast dat ze hun kracht hebben verloren wanneer het erop aankomt: bij de ontknoping van de film die we niet eens meer verwachtten.

Weir is dan intussen allang bezig, via wat obligate katten naar de onzin van de rouwverwerkings-industrie met zijn geslepen therapeuten en advocaten en met voorbijgaan aan de obsessies van een kleine jongen die door Max Klein werd gered, vol overgave af te stevenen op het in Hollywood verplichte happy end. Voor Max Klein is het alleen in theorie happy. Zijn huwelijk komt weer helemaal in orde doordat zijn vrouw tot hem doordringt als hij in volle overgave bezig is definitief de grens tussen leven en dood te overschrijden. Ze redt hem en geeft hem zelfs letterlijk het leven - zo wordt de echtgenote tegelijk een soort moeder. Kleffer kan niet.