'Clan-traditie Somalië blijft nationale vrede dwarsbomen'

“De Somaliërs zullen zelf orde op zaken moeten stellen, de Verenigde Naties kunnen dat niet voor hen doen.” Dat zegt Martin Doornbos, hoogleraar aan het Institute of Social Studies in Den Haag en Somalië-kenner.

Volgens Doornbos zijn de huidige problemen van Somalië diep verankerd in de geschiedenis van het land. “De Somalische maatschappij is van oudsher een nomadische; de meeste Somaliërs trekken met hun vee van weideplaats naar weideplaats. Zo'n maatschappij heeft eigenlijk geen sterk bestuursapparaat nodig, de meeste bestuursproblemen kunnen gemakkelijk binnen de afzonderlijke clans worden opgelost.”

Dat zo'n staatsapparaat er toch kwam, is volgens Doornbos het gevolg van 'externe factoren'. “Groot-Brittannië en Italië hebben tijdens het koloniale tijdperk een centraal bestuursapparaat in Somalië geïntroduceerd. Na de onafhankelijkheid in 1960 werd dat apparaat - dat in feite nog steeds onnodig was - alleen nog maar sterker omdat Somalië een pion werd in de Koude Oorlog. De Russen en later de Amerikanen stuurden enorme hoeveelheden wapens naar het land toe.

“De staat had dus nog steeds weinig voor de maatschappij te betekenen, maar kreeg nu wel de beschikking over een enorm militair potentieel. Dat ging goed, zolang de toenmalige president van het land, Siad Barre, de steun had van een meerderheid van de clans in Somalië. Toen die steun begon af te brokkelen en Barre zijn enorme hoeveelheid wapens in begon te zetten tegen met name het noordelijke deel van Somalië, bleek pas hoe destructief dat staatsapparaat kon zijn. De staat verklaarde in feite de oorlog aan de maatschappij.”

Volgens Doornbos kan er pas vrede komen in Somalië als de Somaliërs het onderling eens worden over het antwoord op de vraag wat voor staat Somalië zou moeten hebben. “Onlangs was ik op een conferentie in Uppsala, waar Somalische intellectuelen van de diverse clans probeerden om een oplossing te vinden voor het conflict. Je zag daar dat men eigenlijk nog niet toe is aan het beantwoorden van de fundamentele vragen. Men wees eigenlijk meer met de beschuldigende vinger naar het noordelijke Somaliland, dat zich van Somalië heeft afgescheiden, en zei steeds: als jullie weer bij Somalië komen, kunnen we beginnen om naar een oplossing te gaan zoeken. “Dat is niet de goede weg. Somaliërs zouden het eerst eens over de wenselijkheid van een centraal staatsapparaat moeten hebben. Ik denk dat het eerder gebaat is bij een confederale structuur.”

Doornbos gelooft niet dat een gecentraliseerd staatsapparaat gewettigd zou kunnen worden door een beroep op een Somalische 'nationale identiteit'. “Het basisverband voor de Somaliërs is de clan. De clan is de hoeksteen van de maatschappij. Zonder clan ben je eenvoudigweg niets, besta je niet. Wat er aan Somalische nationale identiteit bestaat is zeker niet sterk genoeg om er een nationale staat op te kunnen funderen. Je zou het kunnen vergelijken met de Europese identiteit van de Nederlander. In sommige opzichten voelen we ons Europeaan, maar dat gevoel legt het toch vaak af tegen ons Nederlander-zijn. Zo is het ook in Somalië ook. Als puntje bij paaltje komt, is de primair gevoelde verwantschap die van de clan.”

Volgens Doornbos zijn er binnen de clan wel aanknopingspunten voor een duurzame vrede te vinden. “Ik denk dan vooral aan wat er in Somaliland gebeurt. Daar hebben de clan-oudsten een leidende rol genomen in het stabiliseren van de situatie. Dat gaat op een heel pragmatische manier, zonder ideologische scherpslijperij. Als er een probleem is, dan komt een groep clan-oudsten bij elkaar om een oplossing te vinden. Als er ooit vrede in Somalië komt, zal die op dezelfde basis van pragmatisme gegrondvest moeten worden”.

Over operatie Restore Hope is Doornbos slechts matig tevreden. “Door de aanwezigheden van de VN-troepen is er veel humanitaire hulp aan de Somalische bevolking verleend, en dat is goed. Maar het was een misvatting te denken dat de VN vrede in Somalië zouden kunnen brengen: de Somaliërs moeten het echt zelf doen. De VN kunnen vanaf de zijlijn initiatieven stimuleren, maar veel meer dan dat kunnen de VN niet. Uiteindelijk zullen de Somaliërs hun eigen boontjes moeten doppen.”

    • Bernard Bouwman