Alles behalve een boterbriefje

Het lesbische ouderpaar Marsija Abdulrasjid en Miriam Koops woont in een doodgewone straat in Almere Buiten. Naast de voordeur staat een roze Amsterdammertje. Binnen zit hun driejarige dochter Naomi te spelen. Verder zijn er een hond, een rat, twee konijnen en twee slangen.

De twee moeders wonen sinds tien jaar samen. Ze zeggen alles te bezitten “wat hun hartje begeert”, behalve één ding: het boterbriefje. “Deze laatste stap in onze relatie kunnen wij helaas niet zetten”, verklaren de vrouwen plechtig. Ze zouden een samenlevingscontract door de notaris kunnen laten opstellen en ook zouden ze zich kunnen laten inschrijven in het register van niet-huwelijkse samenlevingsvormen, maar daar hebben ze geen zin in. Trouwen willen ze.

Miriam Koops (31) is portier bij de gemeente Amsterdam, maar werd tweeënhalf jaar geleden op non-actief gesteld wegens hyperventilatie en angstaanvallen. Marsija Abdulrasjid (41) volgt een vakopleiding tot timmervrouw.

Tien jaar geleden besloten Miriam en Marsija te gaan samenwonen en Cindy (17), een van de twee kinderen uit Marsija's vorig huwelijk, op te nemen. Marsija is haar biologische moeder, maar ook Miriam heeft zich altijd een echte moeder voor haar gevoeld.

De acceptatie door de bevolking van Almere Buiten is groot. “Als je er zelf normaal over doet, dan geef je mensen de kans niet om er over te gaan nadenken”, zegt Miriam. Marsija: “Pas als je geheimzinnig doet en bijvoorbeeld suggereert dat we geen echte relatie hebben maar alleen maar bij elkaar zijn uit materiële overwegingen, wordt het moeilijk.” De ouders van Marsija hebben geen enkele moeite met de relatie van hun dochter. De ouders van Miriam Koops af en toe wel. Miriam: “Marsija wordt op verjaardagen aan vreemden altijd voorgesteld als een vriendin. Maar dat is ze niet. Ze is mijn vrouw.”

Vijf jaar geleden kwam bij Miriam Koops het verlangen op om, net als haar partner, een keer zwanger te zijn geweest. Na gesprekken met deskundigen van de Rutgerstichting werd geoordeeld dat ze voor kunstmatige inseminatie in aanmerking kwam. Over die gesprekken kan Marsija zich nog steeds opwinden. “Ze gingen veel te ver met hun vragen. Wat een flauwekul. Steeds werd nagegaan of we wel geschikt waren voor het moederschap. Miriam en ik kregen er zelfs ruzie om. Waarom is dat nodig? Hoeveel kinderen worden er niet geboren uit een ongelukje? Wie zegt dat andere kinderen niet geboren worden door dronkenschap? Wij hebben dit kind echt gewild.”

Dochter Naomi, net als de andere gezinsleden in Amsterdam geboren, krijgt een vrije opvoeding. Ze wordt niet automatisch klaargestoomd voor het huwelijk, ze hoeft geen modelmeisje te worden. Als ze bijvoorbeeld de voorkeur geeft aan een militair camouflagepak boven een zustersjurk, wordt daaraan gehoor gegeven. Moeder Miriam: “Ik wilde vroeger altijd een trein hebben. Maar die kreeg ik niet.”

De basis van een harmonieus gezinsleven is eerlijkheid, zeggen de twee moeders. Miriam: “Als je eerlijk blijft, kun je heel veel doorstaan. Wij zijn door diepe dalen gegaan, maar we zijn altijd bij elkaar gebleven. Eerlijkheid staat bij ons nummer één.”