Weer de WAO

HET SEIZOEN is niet geschikt voor vervelende berichten. De verkiezingen staan voor de deur, politieke partijen profileren zich liever met zorgzame aandacht dan met de tekortkomingen van hun beleid. Werkgevers en werknemers houden zich ook even stil. Ze dragen ten slotte een grote verantwoordelijkheid voor het Hollands drama van de arbeidsongeschiktheid. En dus kijkt men liever even de andere kant op, terwijl in het Centraal Economisch Plan berekend wordt dat het aantal nieuwe WAO-uitkeringen in de marktsector, na een dip in 1992, vorig jaar toch weer is toegenomen.

Iedereen heeft boter op zijn hoofd. De werkgeversorganisaties VNO en NCW zijn een landelijke advertentiecampagne begonnen om het publiek te wijzen op de hoge bruto loonkosten in Nederland. Een aanzienlijk deel daarvan wordt gevormd door de sociale premies, waaronder die voor de WAO. De reparatie van het 'WAO-hiaat' in de CAO-onderhandelingen per bedrijfstak tussen werkgevers en vakbonden heeft daaraan niets veranderd. Integendeel, terwijl tot midden vorig jaar werknemers op hun loonstrookje één WAO-premie aantroffen, hebben ze er nu twee. Eén voor het collectief en één voor de bedrijfstak. Bij elkaar levert dat een hogere premie op dan vroeger voor dezelfde voorziening. Zo blijven de bruto loonkosten hoog dank zij het samenspel van de sociale partners. De verwachting dat particuliere verzekeraars strenger zouden zijn bij de keuring van arbeidsongeschikten dan de artsen van de bedrijfsverenigingen, komt voorlopig niet uit.

DANK ZIJ de herverzekering per bedrijfstak, verplicht opgelegd per CAO, is er eigenlijk niets veranderd. Terwijl de saneringen in het bedrijfsleven in deze tijd van economische stilstand doorgaan, blijft de WAO voor werknemers een financieel aantrekkelijker afvloeiingsregeling dan de WW. Bij de overheid is de uitkering voor arbeidsongeschiktheid iets minder gunstig geworden en daar worden de alternatieve vluchtroutes dan ook gevonden in fraaie wachtgeldregelingen als voorportaal van de VUT.

Voor de politieke partijen komt de hervatting van de stijging van het aantal WAO-ers zeer ongelegen. De WAO is opnieuw taboe. De PvdA weet hoe hardhandig politici worden gestraft voor een ingreep in wat als verworven rechten worden beschouwd. Het CDA heeft met de AOW zojuist dezelfde ervaring opgedaan. De VVD heeft geen recht van spreken, omdat de liberalen al in 1991 de bestaande gevallen buiten de WAO-aanpassingen wilden houden. Het standpunt van D66 was toen dat het allemaal wel meeviel.

Na de aankondiging door het kabinet van een ingreep, zomer 1991, sleepte het WAO-dossier bijna drie jaar door de afdeling wetgeving van Sociale Zaken. Daarna kwam de kortstondige balts tussen CDA en VVD voor een WAO-ingreep en volgde het verlossende akkoord van Bergschenhoek tussen de regeringspartijen. Het politieke kruit was verschoten: de coalitie was gered, de WAO-aanpassing bleef halfslachtig. Bij voorbaat lag al vast dat nieuwe maatregelen nodig zouden zijn.

DE UITGAVEN voor arbeidsongeschiktheid in Nederland zijn - als percentage van de nationale economie - twee à drie keer zo groot als in omringende landen. De hoogte van de uitkering, de criteria voor toetreding en het aantal arbeidsongeschikten zijn in vergelijking met de rest van West-Europa uitzonderlijk in Nederland. Nog even en een van de meest gezonde landen ter wereld telt een miljoen arbeidsongeschikten. Omdat niemand er kennelijk iets tegen kan doen.