Waar is onze Theo Thijssen gebleven

UTRECHT. Als Joke Brouwer, lerares Nederlands en leerlingbegeleidster bij het Catharijne College, spreekuur houdt krijgt ze op een middag ongeveer de volgende klanten binnen:

- Een meisje van zeventien, Marokkaans, in Utrecht geboren en getogen, maar haar ouders willen terug. Wat moet ze doen? Als ze haar eigen wil volgt betekent dat een breuk met haar hele familie. Als ze mee teruggaat verliest ze haar opleiding en alle zelfstandigheid die ze hier had opgebouwd. Ze maakt lijstjes: voordelen Nederland, nadelen Nederland, voordelen Marokko, nadelen Marokko. Maar de kracht om 'nee' te zeggen heeft ze nog niet.

- Een jongen van zestien. Woont bij zijn moeder, vader weggelopen, heeft de verantwoordelijkheid voor het gezin alsof hij de vader is. Maar eigenlijk wil hij gewoon Nike's en uitgaan, net als zijn vrienden.

- Een meisje van zestien. “Heb je geen les? Nee, ik kwam zomaar eens even kijken.” Incest?

- Een meisje van achttien, Marokkaans, getrouwd, de helft van de dag leerling, de andere helft van de dag echtgenote van een man die alles van haar verwacht. Tot nu toe kan ze de schakelaar geruisloos omdraaien, maar nu wil haar man inzage in haar rooster, zodat ze niet meer met haar vriendinnen nog een uurtje in de kantine kan rondhangen.

- Een meisje van zeventien, zwanger, komt vrij veel voor, want gewone seksuele voorlichting lijkt een voorbije fase in het Postbus 51 circuit.

- Een meisje van zestien, erg onzeker, klaagt erover dat ze zich niet kan concentreren, bij nader doorvragen blijkt ze ook nauwelijks contact te hebben met de rest van haar klas. Ze komt van een kleine school uit de omgeving. “Als ik in de bus naar school zit ben ik al misselijk.”

Het Catharijnecollege is een doorsnee school voor middelbaar beroepsonderwijs zoals er in Nederland tientallen zijn: zakelijk, goed gemanaged, massaal, het resultaat van jarenlange fusie- en reorganisatieprocessen. Het gebouw is grotendeels in baksteen en beton opgetrokken en er lopen driehonderd leraren en drieduizend leerlingen rond, met de meest uiteenlopende achtergrond. Joke Brouwer: “De problemen van starters hebben hebben bijna altijd te maken met anonimiteit: het is hier zoveel en zo groot.” De school heeft drie richtingen: toerisme, handel en administratie. Uit de jaren zeventig rest nog een enorme zitkuil in de centrale hal, maar de bibliotheken en de studieruimtes zijn verdwenen en onlangs is het tapijt vervangen door linoleum. “Dat was een symbolisch moment”, zegt Joke Brouwer, “we zijn nu een bedrijf. Een onderwijsbedrijf. Daar komt het op neer”.

Ze heeft leerlingen die nog elke dag een pakje gesmeerde boterhammen meekrijgen van hun moeder en leerlingen die al getrouwd zijn en man en familie moeten verzorgen. Ze vertelt over een conflict in een klas: de Nederlandse kinderen waren woedend op hun allochtone klasgenoten omdat die extra begeleiding kregen - die zij trouwens ook konden krijgen. Een meisje hield een spreekbeurt over “die buitenlanders” die “de boel verziekten”. De meeste allochtonen gingen in discussie, één jongen werd razend en liep de klas uit. Ze heeft het over ouders die nooit met hun kinderen praten, maar woedend worden als ze merken dat die hun hart hebben uitgestort bij een leraar, meisjes die 'even weg' zijn - compleet zoek dus, wekenlang -, jongens die allerlei baantjes hebben en de school alleen nog maar zien als een McDonalds: “Ik kom hier om onderwijs te halen en daarna is het: doei!” Joke Brouwer: “De leerling van nu is een heel andere dan tien jaar geleden. Ze leiden een veel onrustiger leven, en dat merk je aan hun concentratie. Als ik nu twintig minuten lesgeef is de aandacht weg. Als je dat als leraar niet ziet, krijg je grote problemen.”

Het Catharijnecollege is, nogmaals, een normale, degelijke school. Maar zelfs wie daar rondloopt ziet de politieke roep om meer individuele verantwoordelijkheid en zorgzaamheid omslaan in pure hypocrisie. Men kan wel filosoferen over herstel van sociale verbanden - en een vleugje cultuurkritiek doet het altijd goed op de verkiezingsavond - maar het worden holle woorden als je kijkt naar het onderwijsbeleid. De plaats waar de toekomst van deze samenleving wordt gevormd, de gemeenschap die voor veel jongeren in een moeilijke periode een belangrijke sociale functie heeft, het zijn steeds meer termen als 'rendement' en 'bedrijfsmatige aanpak' die er de toon zetten. Om financiële en bureaucratische redenen wordt de scholen de ene fusie na de andere reorganisatie opgedrongen, zonder dat men in Den Haag lijkt te beseffen dat deze nieuwe zakelijkheid op den duur vergaande consequenties heeft. Niet alleen voor de bestuurbaarheid van die centrale mammoet-organisaties - de rest van de overheid is niet voor niets druk bezig met een decentralisatieproces - maar ook voor de cultuur van de scholen.

Op veel scholen hebben de boekhouders de macht overgenomen van de Theo Thijssens. Joke Brouwer: “Het huidige beleid dwingt ons ertoe te denken: hoe krijg ik het meeste geld uit dit gebouw en de mensen die ik heb. En dat terwijl zowel leerlingen als leraren voor veel zwaardere problemen staan dan vroeger.” Tegenwoordig wordt tot op de minuut uitgerekend hoeveel minuten een leraar kwijt is aan surveillance bij proefwerken. Tot op de tiende procent wordt bepaald hoeveel tijd hij mag besteden aan andere activiteiten dan lesgeven. Een klas die iets verzint, een meisje dat haar hart uitstort bij een bepaalde lerares, officieel is daar geen tijd voor. Leraren die gewoon hart voor de zaak hebben - in het Haagse systeem lijken ze niet meer te bestaan.

Op veel scholen worden nu, noodgedwongen, de lesuren teruggebracht met vijf minuten, van 50 naar 45 minuten. Voor een leraar betekent dat precies hetzelfde werk, maar opgeteld leveren die vijf minuten aan het eind van de week één of twee extra uren. De doorsnee leraar denkt: 'Mierenneuken, dat kan ik ook', hij draait zijn 45 minuten af en laat het daarbij. Er komt een einde aan het verantwoordelijk voelen voor het geheel, en dat is op den duur het einde van iedere gemeenschap.

Maar in Zoetermeer beseffen ze dat niet. Koning Domheid regeert er met ijzeren hand.