Topman Britse justitie: regering hield gegevens achter in 'Iraq-gate'

LONDEN, 22 MAART. Het hoofd van het justitieel apparaat in de wapens-voor-Irak-affaire zou drie Britse industriëlen nooit strafrechtelijk hebben vervolgd, indien hij de volle waarheid zou hebben geweten over de omstandigheden waaronder de drie tijdens een wapenembargo “machine-onderdelen” aan Irak leverden. Maar Whitehall - het Britse equivalent van “Den Haag” - hield voor de zaak cruciale gegevens achter, die “door iedereen met een greintje gevoel voor rechtvaardigheid” aan de vervolgende instantie hadden moeten worden overgelegd.

Die schokkende constatering is afkomstig van Alan Moses, de jurist die belast werd met het strafrechtelijk vervolgen van drie directeuren van de Matrix Churchill-fabriek. Die waren door de douane betrapt bij het verschepen van machine-onderdelen naar Irak, die kennelijk gebruikt konden worden als onderdeel van Saddam Husseins “supergun”. Wat de douane en vervolgens Moses niet wisten, was dat Whitehall volledig op de hoogte was van de leveranties en dat tenminste één van de directeuren in opdracht van de Britse veiligheidsdienst MI6 met gevaar voor eigen leven spionagewerkzaamheden verrichtte tijdens zijn bezoeken aan Irak.

Pas toen de drie de gevangenis in dreigden te gaan, besloot de inmiddels vertrokken staatssecretaris voor handel en industrie, Alan Clark, hen te hulp te schieten. Een onderzoekscommissie onder leiding van rechter Scott probeert nu uit te vinden in hoeverre ministers medeplichtig zijn geweest aan de affaire en in welke mate zij geprobeerd hebben hun medeplichtigheid te onderdrukken. Het was tegenover dit Scott-tribunaal dat Alan Moses gisteren zijn verklaring aflegde.

Moser beschreef voor het tribunaal hoe een aantal beslissende factoren voor hem verborgen waren gehouden. Hij vertelde ook hoe hij pas vlak voor het Matrix Churchill-proces onverwacht toegang had gekregen tot (geheime) kabinetsnotulen die in stapels waren klaargelegd op de tafel van de secretaris van het kabinet, Sir Robin Butler. Pas nu, tijdens de getuigenverklaringen van anderen in het tribunaal, was hem gebleken dat er een aantal cruciale stukken uit die collectie ontbrak.

“Ik was razend,” aldus Moser gisteren tegen rechter Scott. “Ik had me stante pede moeten omdraaien en duidelijk moeten maken dat ik niet in staat was me in dergelijke omstandigheden een gezond oordeel te vormen over stukken, één dag voor een rechtszaak.”

Moses concludeerde tegenover rechter Scott dat al vóór de aanvang van het proces tegen de Matrix Churchill-directeuren “de meest duidelijke aanwijzingen” bleken te hebben bestaan over voorkennis bij de regering. “Ik kan niet begrijpen waarom ik daarvan in vredesnaam niet op de hoogte werd gesteld en ik geloof niet dat ik de zaak zou hebben voortgezet, als ik ervan zou hebben geweten”, aldus Moses.

    • Hieke Jippes