Toekenning filmprijzen weinig fantasievol; Whoopi Goldberg enige verrassing op Oscar-gala

AMSTERDAM, 22 MAART. De omstreden nieuwe presentratice van het 66ste Oscar-gala, Whoopi Goldberg, en de modecreaties die de filmsterren droegen, kregen gisteren aan de vooravond van het evenement de meeste media-attentie. Want dat Steven Spielberg tien Oscars zou winnen (zeven voor Schindler's List, waaronder beste film en drie voor Jurassic Park) was niet echt verrassend meer.

De strijd tussen de modeontwerpers begon traditiegetrouw al in het uur voorafgaand aan de plechtigheid, bij het betreden van de rode loper door de sterren. De gesprekjes met hen onder het baldakijn, net als het Oscar-gala zelf live uitgezonden door het abonneetelevisiekanaal FilmNet, onthulden een stevig duel tussen Versace en Valentino. De allergrootste verrassing van de avond diende zich daar ook meteen aan: Tommy Lee Jones, die later voor The Fugitive de Oscar voor de beste mannelijke bijrol zou ontvangen, had zijn toupet thuis gelaten en showde vol trots een hoofd zo glad als een biljartbal. Wie zijn diepste geheimen wil prijs geven, kan geen beter moment kiezen dan dit.

Ook was er tevoren enig gedoe over de vraag of de belangrijkste genomineerde films het Amerikaanse televisiepubliek niet te zwaar op de maag zouden liggen. In Milwaukee en Phoenix is men misschien niet bereid om drie uur lang in spanning af te wachten of een film over de shoah, dan wel een drama over de maatschappelijke acceptatie van AIDS-slachtoffers (Philadelphia won Oscars voor Bruce Springsteens song Streets op Philadelphia en hoofdrolspeler Tom Hanks) of het verslag van een Britse gerechtelijke dwaling (In the Name of the Father, eindscore: nul) er met de prijzen van door gaat. Vorig jaar was er al enig gemor hoorbaar over het politieke karakter van het optreden van sterren als Richard Gere, Susan Sarandon en Tim Robbins, die nu dan ook niet terug mochten komen. De debuterende centrale presentatrice Whoopi Goldberg vormde een extra risicofactor: niet als zwarte vrouw - en een voormalige junkie, zoals sommige kranten fijntjes opmerkten -, maar omdat ze van haar vooruitstrevende hart geen moordkuil maakt.

Whoopi Goldberg was vannacht de enige. Terwijl alle andere, zorgvuldig geïnstrueerde sterren die een beeldje uitreiken zich verbaal en fysiek uiterst betamelijk gedroegen en ook de winnaars de gelegenheid voorbij lieten gaan om enig onrecht aan te klagen, hield Goldberg het publiek onophoudelijk voor dat ze ingehuurd was om de goegemeente op stang te jagen. Sommige grapjes waren onschuldig, zoals dat Oscars achternaam Schindler luidt, en dat de werktitel van die dinosaurussenfilm over een pretpark waar alles mis gaat 'Euro Disney' was. Daarnaast moest alles wat conservatief en republikein is het ontgelden, van Nancy Reagan tot parlementariër Bob Dole ('ik hoop dat hij Lorena Bobbitt ontmoet') en Frank Sinatra. De nadruk in haar conférence lag echter op haar eigen positie als 'underdog' (tegen Sharon Stone: “zie je op de volgende auditie!”) en schrik van de burgerij: “De laatste keer dat zo veel Hollywoodproducenten zo bang waren voor een enkele vrouw, was toen hoerenmadam Heidi Fleiss haar adresboekje openbaar dreigde te maken”.

Het illustere publiek siste en floot tussen de tanden, half bewonderend, half bezorgd, dat dat allemaal zo maar kon. Eerlijk gezegd waren de grappen van haar voorganger Billy Crystal minstens zo scherp en zijn optreden in ieder geval amusanter en meer ironisch.

Aan de algehele landerigheid van de avond was daarentegen niet de presentatrice, maar het gebrek aan fantasie bij de toekenning van de prijzen debet. Tom Hanks zorgde nog voor enige emotie in zijn dankwoord, dat niet alleen de inspiratie door 'gay men' prees, maar ook, als om Whoopi's cynisme te corrigeren, de troost van de Almachtige God die Amerika moge zegenen aanriep. De Oscars voor de beste acteur en actrice - Holly Hunter voor The Piano - waren weinig verrassend. De Australische, eerder in Cannes met een Gouden Palm onderscheiden film van Jane Campion werd eveneens bekroond voor Campions originele scenario en voor de bijrol van de 11-jarige Anna Paquin. Het verbijsterde Nieuw-Zeelandse meisje, dat bij de première aankondigde nooit meer in films te willen spelen, ook niet later als volwassene, 'omdat je dan maar je haar moet groen verven of kort laten knippen', moet die opvatting misschien toch gaan herzien. Ze werd gisteren in ieder geval de jongste Oscarwinnaar sinds Tatum O'Neal (negen in 1973) en Shirley Temple, maar die kreeg in 1934 als zesjarige een speciaal beeldje van kleiner formaat.

Dat The Piano als Australisch-Franse coproduktie met drie Oscars als enige de Spielberg-hegemonie op afstand kon volgen, wijst op een tendens, die Hollywood meer zou moeten verontrusten dan de bedreiging van de kijkcijfers door een linksige ster. Van de vijf als beste film genomineerde titels hadden er drie niet de Amerikaanse nationaliteit. Zelfs de Oscars voor de korte films gingen naar Europa, namelijk naar de Britse animatiefilm The Wrong Trousers van Nick Park en de Duitse korte speelfilm Schwarzfahrer van Pepe Danquart. De verrassende winaar van de Oscar voor de niet-Engelstalige film was de Spaans-Portugees-Franse coproduktie Belle époque van Fernando Trueba. Als beste korte en lange documentaire werden wel inheemse produkties bekroond, respectievelijk Defending Our Lives over vrouwenmishandeling en I Am A Promise: The Children of Stanton Elementary School van Susan Raymond.

    • Hans Beerekamp