Surinaams binnenland domein van malcontenten

ROTTERDAM, 22 MAART. Het is de boze droom van iedere Surinamer: bandieten bezetten de Afobaka-stuwdam in het binnenland, honderd kilometer ten zuiden van de hoofdstad Paramaribo, en blazen hem op. In één klap zou daarmee de elektriciteitstoevoer naar Paramaribo en de bauxietbedrijven in Paranam en Onverwacht worden afgesneden.

Wie de dam treft, treft dus zowel de halve bevolking (ruim 200.000 van de 450.000 Surinamers wonen in Paramaribo) als de voornaamste economische inkomstenbron (de Surinaamse economie draait voor negentig procent op inkomsten uit de bauxietindustrie). Het kan nog erger: bij een volledige dambreuk zou een groot deel van de lager gelegen kuststrook onder water lopen.

Eén keer in het recente verleden leek die angst werkelijkheid te worden: het Junglecommando van boslandcreolen onder leiding van Ronnie Brunswijk bezette de dam in 1987 en dreigde hem te vernietigen. Zover kwam het niet, de rebellen werden verdreven door het leger. Maar Brunswijks actie maakte wel de polarisatie in het gedekoloniseerde Suriname duidelijk. Voor 'stads-Surinamers' mag de dam het - breekbare - bewijs zijn van Surinames vooruitgang, voor de boslandcreoolse en indiaanse bewoners van het binnenland is de ten behoeve van stad en industrie aangelegde dam eerder een symbool van onderdrukking en achterstelling.

Voor de creatie van dam en stuwmeer moesten in 1964 vijfduizend bosnegers, nazaten van gevluchte slaven, hun dorpen ontruimen. Een deel van hun woongebieden ter grootte van de provincie Utrecht verdween onder water. Het was het begin van een bittere vete tussen de bewoners van het binnenland en hun meer gefortuneerde landgenoten in de stad.

De onbekende 'rebellen' die de dam sinds gisterochtend bezet houden, worden in Suriname dan ook allereerst gezocht onder ontevreden bewoners van het binnenland. Ook hun protest tegen de goudwinning in het gebied door het Canadese bedrijf Golden Star wijst daarop: veel boslancreolen hebben een behoorlijke verdienste uit de goudwinning en tolereren geen buitenstaanders in het bos, ook al hebben die een concessie van de autoriteiten op zak.

Het woord van de autoriteiten is ten zuiden van Paramaribo weinig waard. Sinds de guerrilla van Brunswijk is het binnenland een wildwest-domein geworden voor bandieten en haveloze 'bevrijdingsbewegingen' van vaak niet meer dan een tiental malcontenten die zich tooien met namen als de 'Mandela', 'Angula' en 'Koffimaka'. Op grond van een vredesakkoord dat de regering in 1992 met hen sloot, moesten al deze illegale groepen hun wapens inleveren. Met veel vertoon kwamen de roestige jachtgeweren tevoorschijn, maar toen al werd er rekening mee gehouden dat moderne snelvuurwapens werden achtergehouden.

In Suriname wordt ook rekening gehouden met een andere, onheilspellender mogelijkheid: de 'rebellen' zouden betaalde terroristen kunnen zijn, ingehuurd door ex-legerleider Bouterse, die nog altijd presidentiële aspiraties heeft en eind vorig jaar al dreigde dat de regering-Venetiaan Kerstmis niet zou halen. Zijn pogingen om het volk tegen de regering te mobiliseren leden in december schipbreuk. Ontwrichting van de samenleving via terreuracties zou een middel kunnen zijn om via een omweg alsnog legaal - via verkiezingen na het aftreden van de regering - aan de macht te komen.

Welk van de twee interpretaties klopt, is bij gebrek aan informatie over de bezetters van de dam nog niet te zeggen. Niet uitgesloten is bovendien dat ze allebei waar zijn. In het snel verpauperende Suriname kunnen ontevredenheid en machtshonger elkaar gemakkelijk vinden.

    • Sjoerd de Jong