Subsidie en veel roeping

Parnassus, Poetry in Review. Vol 18/19 no.s 2/1. 495 blz. $15. 41 Union Square West, Room 804, New York NY 10003

“Het schrijven van poëzie of het uitgeven van een literair tijdschrift is natuurlijk net zoiets als een religieuze roeping, het vindt in zichzelf beloning en genoegen.” Om te laten zien dat het altijd groter en mooier kan: het Amerikaanse poëzietijdschrift Parnassus presenteert een dubbelnummer met 495 pagina's poëzie en proza óver poëzie. Een knoeperd van een blad, dat al ruim twintig jaar bestaat met een oplage die de drieduizend bij lange na niet haalt. Subsidie en véél roeping dus, dat kan niet anders.

Het dubbelnummer opent met een prachtig, warmbloedig pleidooi van Adrienne Rich voor de dichtkunst, juist in dit tijdperk van haast en hightech. Het blijkt nauwelijks mogelijk, stelt Rich vast na een loze speurtocht naar dichtbundels in de grote boekhandelketens, poëzie in leven te houden als echte economische of politieke dreiging in een land ontbreekt. Gedichten in de VS worden niet verboden, dichters niet vervolgd of verbannen, maar de poëzie is stilaan wel opzij gezet als commercieel volstrekt oninteressant. “So the ecology of spirit, voice, and passion deteriorates, barely masked by gentrification, smog, and manic speech; while in the mirrors of mass-market literature, film, television, journalism, our lives are reflected back to us as terrible and little lives.”

Behalve heel veel gedichten, van onder anderen US Poet Laureate 1994 Rita Dove, Amy Clampitt, James Laughlin en Mona Van Duyn, staan er in Parnassus diepte-analyses van Roemeense en andere Oosteuropese dichters, van Vietnamese, van wandel-dichters, Kenneth Rexroth, Mona Van Duyn, Sylvia Plath, John Ashbery - de gedachte dat niet meer dan een handjevol Amerikanen op dit poëzietijdschrift geabonneerd is wekt niet echt verwondering, wel een beetje hartzeer.