L'Elisir op zijn Roemeens en Hollands

Voorstelling: L'Elisir d'amore door Opera Romana (Timisoara) en Opera Mundi (Amsterdam). Concept: Ernst Boreel en Floris Guntenaar. Regie: Ernst Boreel. Gezien: 21/3 Orpheus Apeldoorn. Herhalingen: 22/3 Zwolle; 23/3 Hengelo; 24/3 Veenendaal; 25/3 Hoorn; 26/3 Terneuzen; 27/3 Groningen; 28/3 Hoogeveen; 30/3 Tiel; 31/3 Den Helder.

De opera Romana uit Timisoara trekt door ons land met een geëngageerde versie van L'Elisir d'amore van Donizetti: de opera gaat nu over westerse kapitalisten die het chaotische Oost-Europa uitbuiten. De stad Timisoara kreeg in 1989 wereldfaam toen daar het verzet tegen de Roemeense dictator Ceaucescu begon. Het politieke engagement in de voorstelling echter is niet van Roemeense origine maar het resultaat van Nederlandse 'culturele ontwikkelingshulp'.

Regisseur Ernst Boreel en ontwerper Floris Guntenaar (van het Amsterdamse Opera Mundi) maakten de voorstelling samen met de Roemenen. Materiële hulp kwam van de Nederlandse ministeries van buitenlandse zaken en WVC en van Bilaterale internationale samenwerking, de gezamenlijke Nederlandse schouwburgen, de Nederlandse Opera en de Nationale Reisopera.

Donizetti's vroeg 19de-eeuwse opera over een kwakzalver die flesjes nep-liefdeselixer verkoopt, gaat nu over een laat 20ste-eeuwse monopolist die achter de vechtende Balkan flesjes cola verkoopt als wondermiddel voor levensgeluk. Dat gebeurt in de ten onzent alweer lang verdwenen traditie van het vormingstheater, maar wel in de goedmoedigste vorm.

Het muzikale peil van het orkest en de wisselende zangerscast varieert, maar wat hier telt is de authenticiteit van de goede wil in moeilijke tijden. Die leidt met roerende details tot een sympathieke voorstelling die zeker niet drammerig is. Wie in de eerste en laatste scène niet goed oplet en de kapotte brug in Mostar, de hoofdstad van Herzegovina, op de achtergrond niet herkent, zou die maatschappelijke dimensie zelfs bijna kunnen ontgaan.

Er hoefde aan het origineel dan ook niet eens al te veel te worden veranderd. De voorstelling speelt nu in een klein circus met het koor als publiek. Nog steeds gaat het om de verwikkelingen in de liefde tussen Adina en Nemorino - hier een aandoenlijke clown - en zijn rivaal Belcore was bij Donizetti ook al een garnizoenscommandant.

De harde realiteit buiten de circustent, door Guntenaar aangekleed met de door hem ontworpen doeken voor Peter Schats circusopera Houdini (1977), wordt clownesk verbeeld. De voorstelling herinnert - ook in de soms veristische muzikale uitbeelding - soms aan de morbide clownsopera I Pagliacci.

Maar hier loopt binnen het circus het verhaal goed af, al wordt aan het eind de verwoeste Mostar-brug weer zichtbaar. Mijn probleem met de strekking van de voorstelling is dan dat het wereldleed weer eens wordt toegeschreven aan het binnendringende kapitalisme, terwijl de brug bij Mostar het symbool is van zuiver lokale etnische tegenstellingen, die ook in Roemenië bestaan. In deze voorstelling blijft dat probleem onaangeroerd.