Het vege lijf 10

Zolang zij leefde bepaalde zijn vrouw Wigbolds bestaan. Zij maakte zijn eten klaar en hij diende te zorgen dat hij op tijd aan tafel zat. Zij stond gepoederd gereed, in bontjas en met een handtas vol make-up, terwijl hij de auto uit de garage haalde.

Kinderen had het echtpaar niet, wat geen probleem was. Zij had haar handen vol aan hem en hij wist niet wat hij zonder haar aanwijzingen zou moeten doen. Ze gingen samen naar partijtjes, concerten en toneelvoorstellingen. Wigbold liep daarbij achter zijn vrouw aan alsof hij haar bediende was. Hij presenteerde al een vuurtje voordat zij een sigaret had gepakt.

Aan die toestand kwam onverwachts een einde toen Wigbolds vrouw stierf. De eerste dagen merkte hij de gevolgen van het verlies van zijn echtgenote nog niet in volle omvang. Hij hoefde zelf nog niets te bedenken. Wat zijn vrouw altijd voor hem had gedaan, deden in deze dagen kennissen, de huisarts en de begrafenisondernemer. Wigbold volgde hun adviezen op tot zijn vrouw was begraven en iedereen naar huis ging. Vanaf het ogenblik dat hij alleen thuis zat werd hij bevangen door een gevoel van radeloosheid.

Hij kreeg niet meer te horen dat het tijd was voor de dagelijkse borrel en schonk zichzelf daarom al vroeg in de morgen een eerste whisky in. Hij kreeg geen maaltijd geserveerd en at daarom niet. Hij had nooit boodschappen gedaan en wist niet wat hij zou moeten kopen. Hij had nooit gekookt en nam liever nog een slok dan zich te verdiepen in de vraag hoe vlees moet worden klaargemaakt. Hij ging niet meer naar een concert of een borrel, omdat hij geen idee had hoe hij een keuze moest maken uit programma's en uitnodigingen. Wigbold ging alleen nog naar de bar die hij, toen zijn vrouw nog leefde, in het geheim bezocht om zonder onderworpen te zijn aan haar oordeel whisky te kunnen drinken.

Uren achtereen zat Wigbold in die bar. Hoe beschonkener hij werd, hoe meer hij ging praten. Hij vertelde dat hij rijk was, dat hij behalve geld ook een groot stuk grond bezat dat in waarde zou toenemen als een stadsuitbreiding zou doorgaan. Zijn drank en rijkdom trokken tot zijn plezier de aandacht van een jongere vrouw. Zij luisterde naar hem, aaide hem over zijn hoofd en lachte hem toe. Maar ze maakte geen aanstalten om zijn maaltijden te serveren. Toen ze hem toefluisterde welk plezier hij haar zou doen als hij een bontjas voor haar kocht, begreep Wigbold dat zij hem niets te bieden had, maar slechts van hem wilde profiteren.

Hij besloot zijn auto van de hand te doen om niet het risico te lopen zonder nadenken achter het stuur te kruipen en ging nog meer drinken dan hij al gewoon was. In beschonken toestand irriteerde zijn kunstgebit hem en hij ontwikkelde een feilloze techniek om in de bar zijn tanden in de zak van zijn colbert te laten verdwijnen zonder dat iemand het zag. Als hij hongerig werd kon hij zonder gebit geen nootjes eten, maar tegen een extra vergoeding was de barkeeper bereid om een banaan voor hem te halen die hij naar binnen sopte alsof hij een zuigfles leeg sabbelde.

Als Wigbold thuiskwam vond hij het meestal teveel moeite om het licht aan te doen en zich uit te kleden. Hij schommelde in het donker gekleed naar bed en werd vaak 's morgens vroeg rillend van de kou wakker. Hij ontkleedde zich dan alsnog en kroop onder de dekens, maar kon meestal de slaap niet meer vatten. Lang voordat de werkster kwam was hij zijn bed weer uit en had hij voor zichzelf een eerste glaasje ingeschonken.

Goedwillende pogingen om hem te helpen minder afhankelijk van alcohol te worden mislukten allemaal. Wigbold wist niet wat hij anders moest doen dan drinken, zoals het hem vroeger onduidelijk was geweest wat hij anders had moeten doen dan als een trouw hondje zijn vrouw volgen. Mede als gevolg van zijn levenswijze was Wigbolds leven spoedig ten einde. Op zijn begrafenis kwamen slechts enkele vriendinnen van zijn overleden vrouw. Voor hemzelf was er niemand. De pastoor zei dat hij ervan overtuigd was dat Wigbold zijn vrouw in het hiernamaals zou terugvinden en grapte bij een glaasje na de plechtigheid dat de dode drank node zou missen.

    • Ben van der Velden