Flexibeler werken levert niet automatisch meer banen op

'Flexibilisering' vormt een centraal thema in de actuele discussie over bestrijding van de werkloosheid. Werkgevers grijpen het aan om meer te doen met minder mensen, werknemers hopen vooral op meer banen.

ROTTERDAM, 22 MAART. “Het is een groot misverstand dat flexibilisering hetzelfde is als het herverdelen van werk. Je kunt uit een oogpunt van werkverschaffing duizend uur werk niet over tien maar over twintig werknemers verdelen. Maar dat heeft op zich niets met flexibilisering te maken.”

Voor personeelsdirecteur A. Martens van de woonwarenhuisketen Ikea is er maar één reden voor flexibilisering: zorgen dat de kwaliteit en de kwantiteit van het personeelsbestand op ieder moment van de dag is afgestemd op de wensen van de klant. “Het is in ons belang dat de bezoekers van onze warenhuizen zo goed mogelijk geholpen worden. De klanten hebben Ikea niet nodig, Ikea heeft de klanten nodig”, zegt Martens gedecideerd.

Het Nederlandse bedrijfsleven wordt de laatste maanden beheerst door de drang naar flexibiliteit in het personeelsbestand. Wie zijn werknemers flexibel kan inzetten, kan een betere service verlenen tegen lagere kosten, kan kortom een betere concurrentiepositie op de markt veroveren, zo redeneren de bedrijven. Die flexibiliteit vormt in veel lopende CAO-onderhandelingen of reorganisatieplannen dan ook de hoofdmoot van het eisenpakket dat de ondernemingen op tafel leggen. Een vierdaagse werkweek, zoals door de meeste vakbonden wordt voorgesteld, prima, maar alleen als het vaste personeel bereid is ook op andere uren en dagen te werken. Of de kortere werkweek meer werkgelegenheid oplevert, moeten de bonden maar afwachten: wat de ondernemers betreft draait flexibilisering om meer doen met minder mensen.

De ondernemers hebben bij hun streven naar flexibeler inzetbaarheid de wind in de rug. Op alle overlegniveaus (van de G7 tot de SER) is flexibilisering de afgelopen maanden naar voren geschoven als belangrijke oplossing voor de in het slop geraakte economieën.

Ook het economie-debat van minister Andriessen (economische zaken) dat overmorgen plaatsvindt, zal aan dit thema veel aandacht besteden. Zijn collega De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) heeft met zijn voorstel voor een nieuwe Arbeidstijdenwet, die de maximale werkdag verlengt van acht tot negen uur en een werkweek van maximaal 45 uur toestaat, al een voorschot genomen op de discussie.

“Als het in het weekend druk is in de winkels, moet er ruim voldoende bediening zijn. Maar op een maandagmorgen is het onzin als de winkel vol staat met personeel”, zegt Ikea-directeur Martens. Een flexibele inzet van de werknemers staat bij het Zweedse woonwarenhuisconcern, dat vorig jaar voor het eerst een ondernemings-CAO heeft afgesproken voor de 1.300 Nederlandse personeelsleden, al jaren hoog in het vaandel. Iedere week spreken de Ikea-medewerkers (waarvan 75 procent in deeltijd werkt) met hun chef af hoeveel dagen ze de daaropvolgende week aanwezig zijn en hoeveel uren ze op die dagen werken. In drukke periodes kunnen de werknemers langer werken, zodat zij bijvoorbeeld in de stillere zomermaanden meer vrij kunnen nemen. “Flexibiliteit betekent ook dat rekening kan worden gehouden met individuele wensen van werknemers”, legt Martens uit.

De flexibiliteit geldt alleen voor de werktijden: het salaris dat de werknemers per maand binnenkrijgen, is gebaseerd op de van te voren afgesproken gemiddelde werkweek. “Het grote voordeel daarvan is dat de werknemer zekerheid heeft over zijn salaris, terwijl tegelijkertijd de grootst mogelijke flexibiliteit bereikt wordt”, aldus Martens. In de vorige week afgesloten CAO voor 1994 (waarbij de vakbonden niet betrokken waren) is afgesproken dat maximaal negen uur mag (inclusief de zaterdag en de koopzondagen) mag worden gewerkt met een maximum van 43 uur per week. Per kwartaal moeten de voltijd-werknemers op een gemiddelde 40-urige werkweek uitkomen. Dat die flexibiliteit ook een prijs heeft, vindt Martens geen probleem. Dit jaar krijgen werknemers afhankelijk van hun individuele prestaties maximaal 3,5 procent loonsverhoging, plus een eventuele eenmalige bonus van maximaal twee procent. “Je moet als bedrijf niet proberen om je er zo goedkoop mogelijk vanaf te maken”, aldus de Ikea-directeur.

Een betere klantgerichtheid was ook voor de directie van Koninklijke Bijenkorf Beheer (KBB) de reden om in de onlangs afgesloten CAO akkoord te gaan met een vierdaagse werkweek voor het personeel in de vestigingen van Bijenkorf, de Hema en Praxis. Daarmee moet één van de grootste ergenissen van de directie, het feit dat juist op de drukste tijden - koopavonden en zaterdagen - de personeelsbezetting overwegend bestaat uit scholieren met een bijbaantje, uit de wereld worden geholpen. Het vaste winkelpersoneel hoeft voor de kortere werkweek - van 36 naar 35 uur - geen salaris in te leveren, maar moet vanaf nu wel minstens eens in de twee weken op koopavond of op zaterdag werken.

Bij de concurrerende warenhuisketen V&D is gisteren eveneens overstemming bereikt over de vierdaagse werkweek. Ook hier heeft de directie de tegeneis gesteld dat de inzet van het personeel beter moet kunnen worden afgestemd op de wensen van de klanten. Dat betekent voor het vaste personeel (in deeltijd en voltijd) onder andere vaker werken op zaterdagen en koopavonden. De werknemers zullen in drukke periodes vijf dagen per week werken, waarna zij de uren in rustige periodes kunnen compenseren. “Wij hebben er niets aan als de winkels alleen 's morgens vol staan met personeel”, aldus een woordvoerder van V&D.

Is de drang naar flexibilisering bij winkelketens als Ikea, Bijenkorf en V&D vooral ingegeven door het streven naar een betere service (en dus meer omzet), bij de Brabantse vrachtwagenproducent DAF ziet de directie in flexibeler werken vooral een middel om de kostprijs van de produkten omlaag te brengen. “Wij hebben geleerd uit het verleden dat het niet verstandig is om op voorraad te produceren. Maar omdat er niet iedere week een vaste hoeveelheid wagens wordt verkocht, hebben we ook niet elke week dezelfde hoeveelheid personeel nodig”, zegt DAF-woordvoerder H. Momber.

Als het aanwezige personeel niets te doen heeft, kost dat het bedrijf veel geld. Om het personeelsbestand aan te passen bij de produktie-omvang kan DAF in stillere periodes wel meer ATV-dagen inroosteren, “maar zo'n proces is eindig”, aldus Momber. De directie van DAF, die op dit moment met de vakbonden in onderhandeling is over een twee-jarig bezuinigingsplan, wil daarom meer ruimte hebben om de produktie te variëren, zonder dat daar extra personeelskosten aan verbonden zijn.

De onderhandelingen verlopen moeizaam. Een voorstel om personeel dat op zaterdag komt werken geen extra compensatie meer te verlenen, viel begin februari bij de vakbonden niet in goede aarde. Het DAF-bestuur trok het voorstel snel in, maar met tegenzin: “Een dergelijke maatregel zou DAF in staat stellen haar voorsprong te behouden op de concurrentie”, zegt Momber. Hij bevestigt dat ook de meeste buitenlandse producenten nog toeslagen betalen voor werken op zaterdag, “maar zij hebben andere regelingen waar wij wel eens jaloers op zijn”.

DAF heeft van de bonden toestemming gekregen het personeel gedurende een periode van zeven weken negen uur per dag te laten werken. De werknemers, die vijf dagen per week aanwezig zijn, krijgen hun overuren in de vorm van vrije dagen uitbetaald. Liever zou de directie, die na afloop van deze periode met de bonden een evaluatie zal maken, helemaal afwillen van de vijfdaagse werkweek. DAF heeft daarom voorgesteld het personeel niet langer in vaste werkweken in te roosteren, maar dit af te laten hangen van de produktie-omvang. “Dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen dat de ene week drie dagen wordt gewerkt en de andere week zes dagen”, aldus Momber.

Hoewel DAF, dat op dit moment 44 trucks per dag maakt (vier meer dan begroot), vorige week heeft besloten om honderd tijdelijke arbeidskrachten aan te trekken, blijft het uitgangspunt volgens Momber om de pieken en de dalen zoveel mogelijk op te vangen door een flexibeler inzet van het vaste personeel. Met een betere inroostering ontstaat volgens hem op den duur wellicht ook ruimte om een aantal taken die nu worden uitbesteed weer binnenshuis te vervullen: “Alle beslissingen die we nemen, moeten een gunstig effect hebben op de kostprijs. Daar komt het op aan”.

    • Marcella Breedeveld