Een terugkeer naar de oude waarden lost het moreel verval niet op

Het gevoel getuige te zijn van een gedateerd achterhoedegevecht overviel mij bij het lezen van de pleidooien voor herwaardering van het humanistische en het christelijk gedachtengoed op de opiniepagina van deze krant op 7 maart. De problemen omtrent zingeving en moraliteit waar P.B. Cliteur en A. van den Beld een uitweg uit trachten te schetsen zijn te belangrijk om met nostalgische hoop op de herwaardering van oude waarden af te doen, zoals zij dat proberen.

De vragen waarom het christendom zo snel haar invloed verliest en waarom het Humanistisch Verbond nooit is uitgegroeid tot de brede volksbeweging waarop men gehoopt had, worden door beide auteurs niet gesteld. Juist bij die vragen ligt volgens mij de kern van de zingevingsproblematiek. Als we constateren dat de traditionele zingevingssystemen niet meer werken zullen we verder moeten gaan dan het uitspreken van de hoop dat de goede oude tijd ooit terugkeert.

We moeten ons afvragen waarom de oude systemen niet meer werken en zoeken naar nieuwe beelden om onze veranderde ervaring te ordenen. De uitgangspunten dat we daarbij in ieder geval een mensbeeld en enigerlei vorm van religieus bewustzijn zullen moeten omschrijven zijn daarbij op zichzelf niet onjuist.

Cliteur, voorzitter van het Humanistisch Verbond, stelt slechts, dat nu de christelijke god meer en meer wegvalt als ondergrond voor menselijke moraal en zingeving, we nog altijd 'de mens als maat van alle dingen' hebben als maatstaf en fundament. Het humanistische geloof in de mens zou voldoende zijn om ons leven op zinvolle wijze invulling te geven. Van den Beld is er daarentegen van overtuigd, dat onze moraliteit op zichzelf niet sterk genoeg is om het zonder het geloof in een god te kunnen stellen.

Hoe kunnen we echter na twee wereldoorlogen en de freudiaanse analyses daarvan, nog geloven in de redelijkheid en vooruitgang zoals die in het humanisme bedoeld zijn? Ons onbewuste, de perversiën waarover we iedere dag in de krant kunnen lezen en onze agressie en beperktheid - kortom al onze irrationele aspecten - komen in de humanistische idealen te weinig aan bod.

De bureaucratisering, het milieuverval en de informatisering laten zien dat het beeld van de redelijke vrije mens slechts een oppervlakkige maskering is van een complex en verward wezen dat zijn identiteit voor het grootste deel aan anonieme groepsprocessen ontleent. Het humanisme perkt het 'typisch universeel menselijke' in tot enkele achttiende-eeuwse idealen die niet meer voldoen. We zijn wat dat betreft teveel van onze naïviteit kwijtgeraakt. De humanistische intenties zijn goed, maar de theorie is achterhaald.

Ook het beeld van de God van de christenen staat te ver af van ons dagelijks leven om nog veel zingevende kracht te hebben. De hiërarchische structuur van de verschillende kerkgemeenschappen sluit niet meer aan bij onze veranderde werkelijkheid. De religieuze ervaring kan op het moment veel beter zonder een god en buiten een kerk functioneren.

Een zeker mythologisch besef van onze eenheid met de natuur lijkt bijvoorbeeld meer perspectief te bieden voor een duurzame samenleving dan het beeld van een God die ons met loven en bieden tot moreel gedrag wil aanzetten. Terug te verlangen naar de oude verhoudingen getuigt slechts van conservatieve melancholie.

We zouden misschien wel willen geloven in de traditionele troostrijke of motiverende beelden, maar we kunnen het niet meer. De geschiedenis van deze eeuw, de veranderde omgeving en onze veranderde zelfkennis vragen om andere symbolen, beelden en idealen. Daarbij kunnen de humanistische en christelijke intenties nog wel een rol spelen, maar hun theorieën en instituties niet meer.

Zin en betekenis zullen we uiteindelijk enkel uit onze actuele ervaring kunnen halen. De grote veranderingen die hebben plaatsgevonden mogen niet slechts als symptomen van voorbijgaande aard worden gezien. Ze maken deel uit van de essentie van deze tijd - hoe verwarrend en naargeestig ze zich ook mogen voordoen. We zullen eerder moeten zorgen voor een radicale omwaardering van de oude waarden dan voor een herwaardering ervan.

    • M. Kunst