Een jaar met plussen en minnen

Als de economie van Indonesië in het huidige tempo van ruim 6 procent per jaar blijft groeien, behoort Indonesië in 2000 tot de landen met een 'middeninkomen', aldus de Wereldbank. Dat betekent een inkomen per hoofd van de bevolking van 1.000 dollar per jaar. In 1993 was dat 665 dollar. De meeste zakenlieden en economen in Jakarta zijn ervan overtuigd dat Indonesië dit groeitempo kan volhouden, maar de prognoses voor 1994 zijn niet onverdeeld gunstig.

1993 was voor Indonesië een jaar met plussen en minnen, maar met een positief netto resultaat. De economie groeide met 6,1 procent, terwijl het prijspeil met 9,8 procent steeg. Menig analist meent echter dat de inflatie vorig jaar de 10 procent heeft overschreden.

De totale investeringen stegen in 1993 met 19,7 procent in vergelijking met 1992. Die groei kwam voornamelijk door een binnenlandse investeringssprint. Dat was deels een reactie op 'Pakto 93', de dereguleringsmaatregelen die de regering lanceerde en die het vergunningenstelsel voor investeringen aanzienlijk vereenvoudigden, deels een gevolg van de versoepeling van het krap-geldregime. De afbouw van de brandstofsubsidies en de door de jongste kredietgolf toegenomen geldcirculatie resulteerden vorig jaar in een verdubbeling van de inflatie ten opzichte van 1992. Het streven de inflatie dit jaar binnen de 5 procent te houden, is niet realistisch. De eerste drie maanden van '94 stegen de prijzen met 4,5 procent.

De groei van 1993 kwam niet van over de grenzen. De buitenlandse investeringen daalden met 21,4 procent (van 10,3 miljard naar 8 miljard dollar). Dat heeft verschillende oorzaken: Japan, de grootste buitenlandse investeerder in Indonesië, maakt een recessie door en de 'kleine tijgers' - Singapore, Taiwan, Hongkong en Zuid-Korea - verleggen hun aandacht naar China en Vietnam.

Een aanhoudende groei van ten minste 6 procent vereist tijdens het nu ingaande Zesde Vijfjarenplan zo'n 350 miljard dollar aan investeringen. Gezien de begroting 1994-95, die geen reële groei vertoont ten opzichte van vorig jaar, moet de groei dit jaar met name van de particuliere sector komen. De regering verwacht dat het bedrag aan bankleningen met 18 procent zal stijgen. Of dit toenemende beroep op het bankwezen de groei bevordert, hangt af van de bestemming van deze gelden. Indonesië beleefde het laatste jaar een hausse in de onroerend goedbranche en speculatiegolf op de beurzen van Jakarta en Surabaja. Om de 2,5 miljoen mensen die jaarlijks de arbeidsmarkt betreden aan werk te helpen, zal de groei vooral van de industrie moeten komen.

Om het noodzakelijke kapitaal aan te trekken, zo menen veel economen, dient Indonesië zijn investeringsklimaat te verbeteren. Zo zal het een aantal industrieën, die nu worden beschermd door zware toetredingsvoorwaarden, moeten openstellen voor buitenlandse investeerders. Het jongste schandaal rond de staatsbank Bapindo die, kennelijk op politieke voorspraak, een half miljard gulden leende aan een dubieus petrochemisch project, heeft het internationale vertrouwen in de Indonesische economie geen goed gedaan.

De handels- en betalingsbalans ziet er niet onverdeeld gunstig uit. Dankzij een zeer snelle stijging van de export buiten de olie-en gassector (hout, textiel en rubber) kon Indonesië aan zijn hoge verplichtingen blijven voldoen. In 1993 trok het land 30 procent van zijn exportinkomsten uit voor rente en aflossing over de buitenlandse schuld. Die zal dit jaar oplopen tot naar schatting 89 miljard dollar.

In het begrotingsjaar 1993-94 kreeg Indonesië voor het eerst te maken met een begrotingstekort (1,6 miljard gulden - zo'n 2,5 procent van het budget). Dit als gevolg van tegenvallende olieprijzen en een hoge koers van de yen, wat de aflossing van de schuld aan Japan kostbaarder maakte. Sinds eind jaren zestig is deficitair begroten in Indonesië verboden. Gezien de dalende prijzen voor olie en aardgas kon de regering de begroting voor het komende jaar alleen rond maken met een weinig realistische veronderstelling: dat de olieprijs in 1994-95 gemiddeld 16 dollar per vat zal bedragen.

    • Dirk Vlasblom