De Vries: werkgevers zijn 'minder solidair'

DEN HAAG, 22 MAART. Minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) heeft gisteravond het gemak gelaakt waarmee de werkgeversorganisaties de komende jaren 15 miljard gulden willen bezuinigen op de sociale zekerheid. Hij noemde hen op een CDA-bijeenkomst in Maasland “minder solidair”.

De minister refereerde daarmee aan de opstelling van de werkgevers in de Sociaal-Economische Raad. De SER bracht afgelopen vrijdag een verdeeld advies uit aan het kabinet over het sociaal-economisch beleid voor de komende jaren. De partijen - werkgevers, werknemers, Kroonleden - waren het er wel over eens dat de lasten met ten minste 15 miljard gulden moeten worden verlicht om de arbeidskosten te verlagen. De werkgevers vinden dat dit geld moet worden gevonden door op de sociale zekerheid te bezuinigen.

Volgens De Vries gaan de wergevers er te makkelijk van uit dat de overheid maar via ingrepen in de sociale zekerheid voor de lastenverlichting moet zorgen en zien zij te weinig in dat er sprake is van een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Zonder gezamenlijke afspraken ontbeert een kabinet een draagvlak voor bezuinigingen op de sociale zekerheid, aldus de minister.

Hij laakte overigens ook de opstelling van de vakbeweging die meent dat de gewenste lastenverlichting van 15 miljard buiten de sociale zekerheid moet worden gezocht. Ook die opvatting vond De Vries “te smal”. De Vries verweet de sociale partners dat zij te laat de lonen hebben gematigd. Sinds november is weliswaar sprake van een nullijn in nieuwe CAO's of zelfs iets minder, de minister rekende echter voor dat sinds het begin van de huidige kabinetsperiode de lonen met 15 procent zijn gestegen. Dat heeft 35 à 40 miljard gulden gekost en is dus zo een bijdrage aan de verhoging van de arbeidskosten geweest. Zouden de lonen elk jaar met één procent minder zijn gestegen, dan had dit tien miljard gulden gescheeld. De Vries meende dat het pleidooi van de vakbeweging om vrijwel niet op de sociale zekerheid te bezuinigen, geloofwaardiger zou zijn als zij voor de komende vier, vijf jaar van loonstijgingen afziet.