Behoud bijstand voor samenwonende familie

DEN HAAG, 22 MAART. Familieleden die samenwonen zullen in de Bijstandswet niet als partners worden beschouwd en dus ook niet om die reden op hun uitkering worden gekort. Uit een gewijzigd wetsvoorstel dat staatssecretaris Wallage naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt dat het kabinet is teruggekomen van dit voornemen.

Het gaat hierbij om bloedverwanten in de eerste graad, dus bijvoorbeeld een ouder en een meerderjarig kind. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan bezwaren van de Tweede Kamer, die vreesden dat bijvoorbeeld volwassen kinderen die voor hun vader of moeder zorgen - of omgekeerd - het slachtoffer zouden worden van een te rigide uitleg van de toekomstige Bijstandswet.

Voor het overige blijft Wallage bij zijn plannen met de bijstand, zoals hij die eerder met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft besproken. Dat houdt in dat bijstandsgerechtigden kunnen rekenen op een bepaalde basisuitkering - alleenstaanden 50 procent van het minimumloon, alleenstaande ouders 70 procent - en dat gemeenten afzonderlijk bekijken of daar nog een toeslag van maximaal 20 procent bijkomt. Op deze toeslag heeft iemand met een uitkering recht als hij kan aantonen dat hij alleen woont en met niemand de kosten van levensonderhoud kan delen. Over deze definitie en de bevoegdheden van de gemeenten daarbij werden de fracties van CDA en PvdA het in de Tweede Kamer eind vorig jaar na veel redetwisten eens.

Een ander gevolg van de nieuwe wet is dat jongeren van 18 tot 21 jaar slechts bij hoge uitzondering voor een uitkering in aanmerking komen, die bovendien niet hoger is dan de kinderbijslag. Als jongeren geen gewone baan hebben, moeten ze via de Jeugdwerkgarantiewet aan tijdelijk werk worden geholpen.