70 miljoen om HBO meer op beroep te richten

DEN HAAG, 22 MAART. De hogescholen krijgen de komende vijf jaar 70 miljoen gulden subsidie van de regering om het hoger beroepsonderwijs in samenwerking met het bedrijfsleven en instellingen praktischer te maken.

Dit hebben staatssecretaris M.J. Cohen (hoger onderwijs) en de HBO-raad vanmiddag vastgelegd in een convenant. Als het bedrijfsleven meer dan eenderde van de kosten betaalt, wordt de subsidie van maximaal twee miljoen gulden per project vrijwel automatisch uitbetaald. In ieder geval moet er geld van derden bij betrokken zijn. De cofinancering wordt gezien als een bewijs dat het project tegemoetkomt “aan een reële behoefte in de samenleving”. Ook samenwerking met universiteiten behoort tot de mogelijkheden, zo lang het HBO “met beide benen in de praktijk van alle dag” blijft staan.

In het convenant is vastgelegd dat Cohen een “belangrijke ambassadeursfunctie” zal vervullen in de opbouw van “het relatienetwerk” voor het HBO bij bedrijfsleven en overheid. Cohen belooft “op passende momenten het HBO op zijn voorspraak in beeld te brengen bij potentiële belanghebbenden”.

Het convenant komt voort uit het streven van Cohen en de HBO-raad de contacten tussen HBO en de beroepspraktijk te versterken. In het Hoger-Onderwijs- en Onderzoeksplan (HOOP) legde Cohen vorig jaar vast dat de universiteit zich moet concentreren op haar wetenschappelijke rol en het HBO op haar beroepsvoorbereidende taak. Bij de publikatie van het HOOP klaagde het HBO dat Cohen te weinig aandacht voor de hogescholen had en dat de expansiemogelijkheden voor hogescholen beperkt werden. “Het HBO moet terug in het hok.”

Een eerdere poging om een 'vernieuwingsfonds' voor het HBO op te zetten, in 1990, strandde op te strenge selectie van projecten door het ministerie. Nu zijn HBO-raad en Cohen overeengekomen dat de belangrijkste voorwaarde voor financiering de mate van cofinanciering door 'andere partijen' zal zijn. Ook de mate waarin de hogeschool zelf geld steekt in het project zal meewegen. Een gezamenlijke selectiecommissie van HBO en ministerie zal in zo'n geval slechts toetsen of het project voldoet aan het 'vernieuwingsdoel' dat de betrokken hogeschool er aan stelt. De hogeschool legt pas na afloop van het project verantwoording af.