Whitewater-affaire belast de dollar

AMSTERDAM, 21 MAART. Vooral door politieke verwikkelingen rond het Amerikaanse presidentsechtpaar, moest de dollar in de verslagperiode enig koersverlies incasseren ten opzichte van de Europese valuta's. In het EMS bleef het de afgelopen twee weken betrekkelijk rustig, zij het dat de D-mark fractioneel sterker werd en de Spaanse peseta tijdelijk fors onder druk kwam.

Door de verwikkelingen rond de Amerikaanse president en zijn vrouw, de Whitewater-affaire, is twijfel ontstaan over het politieke leiderschap van Clinton cum suis. In dit opzicht gedroeg de dollarkoers zich conform een bekende wetmatigheid op de valutamarkt: onzekerheid omtrent het politieke leiderschap in een land leidt tot druk op de desbetreffende munt.

Naast politieke factoren droegen ook economische factoren bij aan het verlies van de Amerikaanse munt. De Fed (het stelsel van Amerikaanse centrale banken) uitte zich in tamelijk geruststellende woorden over de inflatie. Met de publikatie van gematigde cijfers over de werkgelegenheidsgroei en de toename van de detailhandelsverkopen werd deze conclusie min of meer gestaafd. Omdat volgens handelaren daarmee de kans op een snelle rentestijging is verkleind, boette de dollar aan aantrekkingskracht in. Op korte termijn is de inflatiedreiging inderdaad gering, doch de toename van bij voorbeeld de bezettingsgraad duidt erop dat op de wat langere termijn een stijgende inflatie manifest dreigt te worden. Om de inflatieverwachtingen in toom te houden, is in de komende maanden een duidelijke verhoging van de geldmarktrente noodzakelijk. Indien de Fed een dergelijke beleidslijn volgt, zal de dollar het verloren koersverlies op termijn weer kunnen ombuigen in een koerswinst.

Ook het voorzichtige rentebeleid in Duitsland speelde de dollar parten. Het Repo-tarief werd de afgelopen week met slechts 4 basispunten verlaagd, terwijl het disconto en de Lombardrente ongewijzigd werden gelaten. Gelet op de gunstige uitkomsten in de diverse CAO-onderhandelingen in Duitsland rekenden een aantal marktpartijen op een forsere verlaging van het Repo-tarief. Zoals bekend, is in de Duitse metaal en in de overheidssector een loonstijging overeengekomen die aanzienlijk lager ligt dan de (verwachte) inflatie. Niet alleen ten opzichte van de dollar kon de D-mark koerswinst boeken, ook binnen het wisselkoersmechanisme van het EMS wist het 'anker' zijn positie te verbeteren. Ten opzichte van de gulden noteerde de D-mark vanmorgen 1,1239gulden, tegen 1,1220 gulden twee weken geleden. Dat de gulden enigszins is verzwakt - de mark noteert overigens nog altijd onder de spilkoers van 1,1267 gulden - lijkt samen te hangen met de herberekening van de Nederlandse inflatie. Deze week is het CBS overgegaan op een berekening voor het prijsindexcijfer, waarbij de basis is verlegd en de weging van een aantal goederen is gewijzigd. De kosten voor medische diensten zijn grotendeels uit de index gehaald en de kosten uit hoofde van gemeentelijke belastingen zijn in de index opgenomen. Daardoor is de inflatie in januari op 3,0 procent uitgekomen, dat wil zeggen 0,6 procentpunt hoger dan op grond van de oude basis was berekend. In februari bedroeg de inflatie eveneens 3,0 procent. Daarmee ligt de Nederlandse inflatie nog maar 0,4 procentpunt lager dan in Duitsland. Bedacht dient te worden dat de kracht van de gulden ten opzichte van de mark voortvloeit uit de betere 'inflatie-performance' in Nederland. Dit heeft zich ook vertaald in een lagere rente, vooral op de geldmarkt. Omdat naar verwachting in de loop van dit jaar het Duitse inflatietempo verder zal vertragen, lijkt een structurele terugkeer tot een D-markkoers tot rond de 1,1200 gulden moeilijk realiseerbaar. Niet uitgesloten kan worden dat het rente-écart op de geldmarkt vanwege deze ontwikkeling verder zal slinken.

In het wisselkoersmechanisme van het EMS liep, naast de opmars van de mark, de tijdelijke terugval van de Spaanse peseta in het oog. Door uitlatingen van regeringszijde - dat de EMU-norm betreffende het financieringstekort (minder dan 3 procent BBP) niet zal worden gehaald - en door geruchten over een 'downgrading' door Moody's van de in grootte tweede Spaanse bank, kwam de Spaanse munt een aantal dagen onder forse druk te staan.

Bron: Economisch Bureau ING Bank