'Vliegende brigade' is oude bekende

DEN HAAG, 21 MAART. Toen de rechts-buiten van de CDA-fractie, H. Gualthérie van Weezel, in februari 1992 bij de behandeling van het Akkoord van Schengen in de Tweede Kamer onverwachts een motie indiende waarin hij vroeg om het instellen van een “vliegende brigade” van marechausees achter de oostgrens, werd zijn idee min of meer weggehoond. Van Weezel vond dat de Koninklijke Marechaussee ook na het in werking treden van het Akkoord van Schengen “enige vorm van personencontrole aan de binnengrenzen” moest kunnen uitoefenen. Dat was nodig om de grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden en ongewenste vreemdelingen tegen te houden.

Lange tijd ging de regering er vanuit dat opheffing van de grenscontroles zou betekenen dat ongeveer tweehonderd marechaussees die eens aan de grens met Duitsland waren gelegerd, konden worden ingezet bij de bewaking van Schiphol, de 'buitengrens' van het Schengengebied. Ambtenaren van Justitie en Buitenlandse Zaken meenden destijds dat de motie-Van Weezel lijnrecht inging tegen de bepalingen van het Schengenakkoord dat nu juist gericht is op de opheffing van de grenscontroles tussen de aangesloten staten. Minister Hirsch Ballin (justitie) nam twee jaar geleden dan ook afstand van de motie van zijn partijgenoot. Half-open grenzen, daarvoor was Nederland niet klaar.

Sinds afgelopen weekend is echter duidelijk dat het destijds weggelachen idee van Van Weezel, als gloednieuw wapen wordt ingezet in de strijd tegen de komst van ongewenste vreemdelingen. PvdA-staatssecretaris Kosto (justitie) zei vanochtend in het Algemeen Dagblad: “Het stoppen van de instroom is voor ons het allerbelangrijkst. Op die manier wordt de kraan dichtgedraaid.” Hij heeft aangekondigd 1.200 marechaussees te willen inzetten: duizend meer dan de vliegende brigade van Van Weezel. Zelfs PvdA-fractiewoordvoerder Van Traa zei zaterdag zich alleen iets te kunnen voorstellen bij de grenscontroles als het gaat om “steekproefgewijze controle”. Dat was de exacte formulering van Van Weezel twee jaar terug.

Ook de andere maatregelen die het kabinet afgelopen vrijdag getroffen heeft, zijn oude bekenden. Zo is nu een wetsvoorstel aangekondigd om het voor illegalen onmogelijk te maken van Nederlandse sociale voorzieningen gebruik te maken. Een commissie onder leiding van oud-minister Zeevalking (D66) adviseerde in februari 1991 reeds om illegale vreemdelingen - behoudens noodsituaties - uit te sluiten van collectieve voorzieningen. Een adviescommissie onder leiding van oud-staatsraad Mulder kwam een maand later met hetzelfde voorstel. Destijds gaf het kabinet er de voorkeur aan de adviezen te negeren. Mulder toonde zich vrijdagavond dan ook verbaasd over het voorgestelde pakket maatregelen. Het lijkt erop dat de ministerraad à la carte delen van de rapporten van Mulder en Zeevalking overneemt. Echter zonder de achterliggende motieven die de beide adviescommissies, waarvan onder meer de huidige minister van buitenlandse zaken Kooijmans deel uitmaakte, over te nemen. Zo zei Mulder in april 1991: “Je kunt migratiestromen vanuit Nederland eenvoudig niet beheersen omdat je geen invloed hebt op de grote groepen mensen die in de wereld om een of andere reden besluiten huis en haard te verlaten.”

Een ander idee, dat met name door PvdA-leider Kok wordt voorgesteld, is het benoemen van een bewindsman die het asielbeleid moet coördineren. Alleen de suggestie dit nog vóór de verkiezingen te doen is nieuw, het voorstel van een aparte bewindsman is al diverse malen in de Kamer geopperd. Opvallend is dat men in het PvdA-kamp verdeeld is: minister d'Ancona (WVC) is vóór en liet via de radio weten dat de minister van binnenlandse zaken, partijgenoot Van Thijn, de meest aangewezen figuur is. Kosto houdt het erop dat zo'n bewindspersoon “het effect van Haarlemmerolie” zal hebben. Dat wordt door Kok, en d'Ancona, ook niet ontkend: de aanpak moet alleen “laten zien dat het het kabinet ernst is met de aanpak van de asielproblematiek”.

Niet bekend

    • Frank Vermeulen