Soldeerbout en splitpen moet kinderen weer liefde voor techniek bijbrengen

Een tekort aan technici dreigt op de arbeidsmarkt. Daarom moeten kinderen al op de basisschool enthousiast voor techniek worden gemaakt. In een 'techniekontdeklokaal' bijvoorbeeld.

EINDHOVEN, 21 MAART. “Duurt het lang voordat dat ding warm is?” Vertwijfeld houdt Miranda (20) van de Pedagogische Hogeschool Hemelrijken in Eindhoven een soldeerbout omhoog. Zometeen komt een basisschoolklas naar het 'techniekontdeklokaal' en moet zij voor juf spelen. “Bah wat stinkt dat”, zegt ze als docent Joep Vermeulen haar snel nog even het gebruik van soldeertin demonstreert. De bouten voor de kinderen liggen al klaar. Miranda is een beetje zenuwachtig. Ze gaan vandaag 'het electrospel' maken. “En ik ben dus echt niet technisch”.

Vorig jaar zomer trokken de ministeries van onderwijs en economische zaken veertien miljoen gulden voor het 'actieplan techniek voor het basisonderwijs'. Want er dreigt een tekort aan technici op de arbeidsmarkt. Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) voorspelt voor het jaar 2000 een tekort van 56.000 middelbaar technisch opgeleiden en 19.000 hoger opgeleiden. Campagnes als 'Kies Exact' en 'Vrouwen gezocht voor mannenwerk' voor middelbare scholieren hebben weinig effekt gehad, zo blijkt uit verschillende onderzoeken. De campagnes komen op een moment dat de keuze voor een vervolgopleiding allang gemaakt is.

Om scholieren voor techniek te winnen, moeten ze dus al in de basisschool worden benaderd. Daarom ontwikkelt de Vereniging Bastec Nederland bijvoorbeeld sinds kort leermethoden waarin techniek geïntegreerd is. (“Waarom zou je in de geschiedenisles niet kunnen uitleggen hoe een middeleeuws kanon werkt?”, aldus de secretaris van Bastec.) En omdat de interesses van leerlingen nu eenmaal vallen en staan met die van de leraar, zijn op een aantal lerarenopleidingen 'techniekontdeklokalen' ingericht. Hier kunnen studenten oefenen in lesgeven in techniek.

Aan de zijkant van het lokaal staan bakken met hamers, striptangen en schroevedraaiers. Tegen de wand hangen water- en gaskranen. Jennifer (12) zit met haar armen over elkaar. Voor haar een werktekening van het electrospel. Ze zucht. Ze heeft helemaal geen zin. “Dat lassen-of-hoe-heet dat is best wel moeilijk”, weet Jennifer. De 'juf' heeft net uitgelegd dat ze straks electriciteitsdraden aan splitpennen gaan solderen. Met de tong uit zijn mond stopt Jerome (11) nu splitpennen in de gaatjes van een houten plankje. Techniek vindt hij “best leuk”, maar later wil hij er niets mee doen. “Ik hou meer van honden”. Steven (10) lijkt 'soldeerder' wel een leuk beroep. Casper (11) denkt aan 'wasmachinebouwer', maar wordt toch liever vrachtwagenchauffeur. De meeste kinderen kunnen eigenlijk geen technische beroepen noemen.

“Techniek is een veel te abstract begrip voor ze”, zegt Joep Vermeulen terwijl hij een jongetje helpt met solderen. “Wij konden vroeger nog allerlei apparaten slopen en weer in elkaar zetten. Nu zijn zo'n beetje alle technische instrumenten gedigitaliseerd en kun je als gebruiker niet meer bevatten hoe het werkt. Techniek is niet zichtbaar meer.” Dat verklaart volgens hem een deel van de onverschilligheid van zijn studenten. Bovendien bestaat vijfentachtig procent uit meisjes en die zijn volgens Vermeulen toch nog steeds minder technisch. “Sommigen hebben nog nooit een hamer vast gehad en gebruiken een beitel als schroevedraaier.” En ze zijn bang, vertelt Vermeulen. “Stroom bijvoorbeeld vinden ze eng. Ze beginnen er niet eens aan, willen het ook niet begrijpen. Dan staan ze voor een klas uit te leggen hoe Edinson de lamp heeft uitgevonden en dan zie je ze denken: als er maar geen vragen komen.” Vermeulen verwacht niet dat zijn studenten later leerlingen kunnen enthousiasmeren voor techniek “Maar als ze er wat minder vijandig tegenover staan, ben ik al heel blij.”

In de klas wordt intussen de geur van van soldeertin sterker. 'Juf' Miranda is in de war. Moesten nou die rode of die blauwe kabelschoentjes aan de batterij worden vastgemaakt? Dan is het electrospel van Jerome eindelijk af. Ongeduldig draait hij een lampje in de fitting. Met de uiteinden van het electriciteitsdraad drukt hij op de twee rijen splitpennen. Bij de derde combinatie begint het lampje te branden. “Yes”, roept Jerome en gooit zijn vuisten in de lucht. Miranda haalt opgelucht adem: “En zo werkt dus een electrospel”, zegt ze. “De electriciteit gaat door dat draadje via het lampje naar het andere draadje. Dat geleidt namelijk. Snap je?” Jerome knikt van ja.

    • Monique Snoeijen