Sanderlings toverstaf

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Kurt Sanderling m.m.v. Howard Shelley, piano. Programma: C. M. von Weber: Ouverture Preciosa; W.A. Mozart: Pianoconcert in G, KV 453; J. Brahms: Eerste symfonie. Gehoord: 18/3 Doelen Rotterdam.

Nog altijd is het dirigeerstokje van Kurt Sanderling een toverstaf. Goethe begreep al dat magie niet door onervarenen moet worden bedreven. Zelfs de meesterhand biedt geen absolute garantie, want die meesterhand behoort toe aan een mens, met alle feilbaarheid vandien. Maar wanneer het klimaat gunstig is ontstaat het wonder, door de musici ondergaan als een dwingende macht tot optimaal functioneren, door het publiek als onweerstaanbare kracht tot uitstijgen boven zichzelf in opperste vervoering.

Kurt Sanderling is nu 82 jaar. Men kan hem dat aanzien, totdat hij bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest zijn toverstaf heft en met zo klein mogelijke volstrekt logische gebaren de vitaliteit kanaliseert die samengebald is in zijn kleine gestalte. De avontuurlijke ouverture Preciosa van Weber werd van de eerste noot af aan met zoveel gratie en dynamische variabiliteit neergezet dat de luisteraar zich erop kon betrappen met spijt te bedenken dat hij zich niet in het theater bevond en het vervolg van de geschiedenis dus moest missen.

Eenzelfde lichte toets sierde de begeleidende orkestpartij van Mozarts G-dur-concert dat in thematiek en structuur al evenzeer naar de opera verwijst. De Engelse pianist Howard Shelley nam op het laatste moment de plaats in van zijn ziek geworden collega Elisso Wirsaladse en hij deed dat met het benijdenswaardige gemak dat zijn veelvuldig leiderschap bij de London Mozart Players hem zal hebben opgeleverd. Bij Sanderlings puntige klankrealisatie zou een sprankelender toonvorming vanuit de piano hebben gepast maar Shelley's liefdevolle benadering maakte toch een sympathieke indruk.

In de vertolking van Brahms' Eerste Symfonie na de pauze voltrok zich in volle omvang het wonder van de alle aardsheid ontstijgende betovering. Sanderling bouwt al dirigerend aan zulk een symfonie. Hij dwaalt met Brahms langs veld en beemd en construeert met hem maat voor maat, frase voor frase de partituur, diep doordrongen van het feit dat deze prachtige bouwstenen de lange lijnen dienen waarin diens intentionele betoog is gevat. Het orkest speelde op de toppen van zijn kunnen want Sanderling's stok bleek opnieuw een toverstaf.

    • Elly Salomé