Restauratie Oude Kerk stuit op verzet

De Oude Kerk, het oudste kerkgebouw van Amsterdam dat midden in de hoerenbuurt staat, wordt gerestaureerd. Tenminste, als alles meezit. De financiering van het 9,9 miljoen kostende project dat over tien dagen moet beginnen, is nog niet rond. Ook heeft de Stichting Oude Kerk, sinds 1955 eigenaar en beheerder van het veertiende-eeuwse monument, de benodigde vergunningen nog niet op zak.

Het is niet de eerste keer dat de Oude Kerk in de steigers gaat. In 1955 gebeurde dit omdat de kerk een groot en gevaarlijk bouwval was geworden, een gevolg van eeuwenlang gebrek aan onderhoud. Vierentwintig jaar duurde het herstel waaraan 28 miljoen gulden werd besteed. Daarna was de kerk voor honderd procent in orde, zegt H.S. Westerveld, een leraar bouwkunde die ruim een kwart eeuw koster van de Oude Kerk is geweest. De voorzitter van de stichting Oude Kerk, de Amsterdamse advocaat Th. Groenewald, meent echter dat bij de restauratie niet voldoende deskundig is gewerkt. Bovendien is naar zijn zeggen tegen het eind van de restauratie voor een bedrag van zes miljoen bezuinigd, zodat enkele delen van het gebouw nooit hersteld zijn.

Bij het vanaf 1 april te ondernemen project staan achtereenvolgens op het programma het herstel van het gothische dak, dat zwaar geleden heeft onder een storm van 1990, bescherming van de glas-in-lood-ramen tegen vandalisme en milieu-en weersinvloeden, bouwkundige maatregelen tegen optrekkend vocht en het aanbrengen van verwarming of klimaatsregeling onder de vloer van duizenden eeuwenoude grafzerken. Vooral tegen een verwarmingssysteem dat het mogelijk maakt de kerk het hele jaar te benutten, is protest gerezen onder vrienden van de Oude Kerk.

Wie het snel koud heeft hoort hier niet thuis, zegt een buurtbewoner. Die moet maar een trui en een warme onderbroek aantrekken. Andere bezwaarden, zoals de Amsterdamse aannemer Sander Kneppers, zeggen dat verwarming van de kerk desastreuze gevolgen zal hebben voor dit monument. “Als je aan de voet 15 graden krijgt, heb je bovenin het gebouw al snel een temperatuur van veertig graden”, zeg Sneppers. “Dat trekt water en vocht aan en dan krijg je allerlei schimmels als ook de boktor, een houtvretende kever.”

Volgens Groenewald zijn de bezwaren tegen verwarming van de kerk niet aan de orde omdat het niet om verwarming, maar om een beperkte klimaatsregeling gaat. Hij heeft er alle vertrouwen in dat het plan van de Delftse hoogleraar J. van Stigt, expert op het terrein van renovatie en onderhoudstechnieken, het karakter van de Oude Kerk niet zal aantasten. Groenewald gaat uit van de stelling dat wat niet zichtbaar is, zoals de ondergrondse verwarming, en bovendien gedemonteerd kan worden, geen kwaad kan.

Het dagelijks bestuur van de stichting Oude Kerk wil het gebouw niet alleen grootscheeps restaureren, maar er ook een uitgebreidere culturele en commerciële bestemming aan geven. H. Boon-Schilling is binnen het bestuur een van degenen die daar fel op tegen is. Commerciële activiteiten ziet deze vertegenwoordiger van de hervormde gemeente die zowel op zondag als doordeweeks de kerk huurt, als een soort “verkrachting”. “Komen er hier grote diners, recepties en partijen, dan zijn de consequenties onoverzienbaar.” Voor Boon reden om er bij het gemeentebestuur van Amsterdam op aan te dringen geen financiële steun aan het restauratieplan te geven, maar dit gave middeleeuwse bouwwerk in eigen beheer te nemen.

Als alternatief voor de restauratie van de kerk zien oud-koster Westerveld en buurtbewoner musicoloog E. Visser dat er “gewoon helemaal niets” aan de kerk wordt gedaan. Westerveld zegt dat zij “puntgaaf is, ook omdat alles nog precies zo is als een paar eeuwen geleden”. Visser voegt daaraan toe dat deze kerk “het allerbelangrijkste monument van de stad is”. “Dat moet je niet in het utiliteitsdenken betrekken, maar moet je in het wild laten staan zoals het er staat. Natuurlijk moet het normale onderhoudswerk wel worden gedaan, maar verder niets.”

Hoe de exploitatie van de kerk ook wordt, de kerkdiensten onder leiding van ds S. de Vries die op zondagmorgen zo'n honderd gelovigen trekken, moeten doorgaan, zegt Groenewald. De huur van zestienduizend gulden die de hervormde gemeente jaarlijks betaalt, vindt hij echter zo minimaal dat de gemeente moet gedogen dat de kerk ook voor ander doeleinden wordt gebruikt - mits die geen inbreuk maken op haar schoonheid. Van een party-centrum of iets dergelijks zal volgens Groenewald geen sprake zijn.

Wat de voorzitter van de stichting Oude Kerk vooral dwarszit is dat er in het bestuur een belangenconflict bestaat tussen de kerkelijke vertegenwoordigers en degenen die een behoorlijke exploitatie voorstaan om inkomsten te genereren voor het onderhoud van dit monument. Maar Groenewald bespeurt “een schijnsel van licht aan het eind van de tunnel” omdat Amsterdam een nieuwe wethouder krijgt die met nieuwe bezems veegt. Ook ziet hij veel in ir. R. Apell, het nieuwe hoofd van de Amsterdamse dienst monumentenzorg “die een kundige en zakelijke indruk maakt”.

Apell zegt desgevraagd dat het restauratieplan van het bestuur van de stichting Oude Kerk problematisch is. Enerzijds omdat aan de Oude Kerk die nog volkomen intact is, niets veranderd mag worden. Anderzijds omdat de instandhouding van zo'n monument vergt dat er een goede exploitatievorm komt.

Vrijdag wordt in het Amsterdamse stadhuis een hoorzitting gehouden over de toekomst van de Oude Kerk. De opposanten maken zich op zo veel mogelijk van zich te laten horen.

    • Frits Groeneveld