Nuchtere, bekoorlijke en curieuze naakten

Tentoonstelling: Het naakt in de Nederlandse schilderkunst van de twintigste eeuw. T/m 24 april. Museum de Wieger, Oude Liesselseweg 29, Deurne. Di-zo 12-17u. Cat. ƒ 25,-

Vroeger verlangden de academieschilders iedere week een nieuw model. Aan het eind van de vorige eeuw was het bijvoorbeeld aan de Parijse boulevard Montparnasse elke maandag 'modellenmarkt'. Er meldden zich goedgevormde vrouwen, gespierde mannen, maar ook kinderen en ouden van dagen -veelal afkomstig uit arme Italiaanse families- om zich te laten vereeuwigen als apostel, Maria of klassieke held. Vaak poseerden ze naakt op een draaitafel zodat de kunstenaar de menselijke figuur goed kon bestuderen.

Met de doorbraak van de moderne kunst verdween min of meer het klassieke model. Het model hoefde althans geen rol meer te spelen maar mocht zichzelf zijn. Een nieuwe generatie zelfbewuste modellen uit de hogere kringen voelde zich aangetrokken tot de kunstenaars-scene. Het moderne stadsmodel, niet zelden ook zelf actief in de kunst, denk aan Kiki de Montparnasse of Meret Oppenheim, werd met heel andere ogen bekeken en neergezet; in een hoogst persoonlijk handschrift of in een of ander heersend 'isme'. Van zaken als anatomie en stofuitdrukking maakten de schilders en beeldhouwers in ieder geval geen halszaak meer.

In de tentoonstelling 'Het Naakt in de Nederlandse schilderkunst van de twintigste eeuw', in museum De Wieger in Deurne zijn ongeveer honderd doeken te zien van zo'n dertig mannelijke schilders en één vrouw, Suze Robertson. Het gaat hier om het naturalistische, naar het model geschilderde ouderwetse naakt. Of, zoals de samenstellers Paul van Dongen en Rob Smolders in de catalogus verklaren: niet het naakt als ver doorgevoerde decoratieve of expressieve vorm - geen Mondriaan, Appel of De Kooning -, maar ook geen naakt met een verhaal, dus geen Moesman of Pat Andrea. Een hele opgave, want zo veel en kwalitatief sterke naaktschilders hebben we niet; tussen het naakt en de Nederlandse schilderkunst heeft het nooit goed geboterd. Natuurlijk waren er rond de eeuwwisseling schilders als Leo Gestel, Breitner en Isaac Israels die, zoals ook op de tentoonstelling te zien is, zeer verdienstelijke naakten hebben geschilderd. Dat geldt ook voor Jan Sluyters, die met vier doeken present is en gerust een specialist genoemd mag worden op dit gebied. Maar veel spannender is het om juist die figuren op te zoeken die zich niet zo nadrukkelijk de kunstgeschiedenis hebben ingeschilderd.

Dat is bijvoorbeeld het geval met Toon Kelder (1894-1973), die in Deurne met een paar mooie doeken aanwezig is. In een contrastrijke efficiënte stijl schilderde hij een stevige meid in een strakke huid zonder toeters en bellen. Flinke borsten, niet te brede heupen; een meid uit een roman van Jan Wolkers. Zo nuchter Hollands als Kelder keek naar zijn naakt, zo loom, losjes en bekoorlijk zette Willy Martens (1856-1927) zijn elegante model neer. Half bedekt met satijn, een ranke hals, klein oorbelletje, een snufje Frans met een beetje Indisch-Haags, kortom een Couperus-vrouw.

Tussen deze twee uitersten bevinden zich in Deurne verschillende curieuze doeken zoals een vrouwelijk naakt van de Amsterdamse zondagsschilder en diamantslijper Salomon Meijer, liggend op de zij en van achteren gezien. Ze ligt bijna in dezelfde pose als waarin Leo Gestel een model weergaf, maar toch is er een wereld van verschil. Het is alsof het model van Meijer met haar rug naar de kijker een boek aan het lezen is, terwijl dat van Gestel alleen maar quasi-nonchalant ligt mooi te wezen. Gestels model is naakt, de ander eerder bloot.

Ook uitzonderlijk is het art deco-achtige naakt dat de schilder, Cephas Stauthamer (1899-1983), indringend aankeek. De schilder was aanvankelijk priester maar trad officieel uit en werd later als beeldhouwer bekend.

Over de relatie model-schilder wordt in de vrij saaie catalogus met vrijwel geen woord gerept. Wat dat betreft had het hier net zo goed over fruitschalen kunnen gaan. Een van de weinige anecdotes die erin staan gaat over Erasmus Bernard von Dülmen Krumpelmann, een schilder die uitsluitend badende kinderen schilderde in de frisse buitenlucht. Toen hij eens in de trein door Drenthe reed en een aantal naakt spelende kinderen bij een riviertje zag, trok hij spoorslags aan de noodrem. Niet lang daarna schilderde hij zijn eerste schilderij van badende kinderen en voortaan legde hij zich toe op het vastleggen van 'de paarlemoeren reflectie van het zonlicht op een mooi jong lichaam.'

    • Mark Peeters