Nieuwe ouderen hebben van een ouderenpartij niets te verwachten

Ouderen hebben de handen ineengeslagen en hun kieskracht gedemonstreerd, zo bleek bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. In sommige plaatsen zijn leden van een ouderenpartij in de raad gekozen. Karel Reestman ziet niets in het politiek samenbinden van mensen op grond van een sociaal-economisch probleem.

Het is begrijpelijk dat oudergeworden mensen zoeken naar middelen om verbeteringen te krijgen in hun inkomenspositie. De AOW is vanaf begin jaren tachtig 12 tot 15 procent achtergeraakt bij de loonontwikkeling, en van geen van de grote partijen is veel heil te verwachten. Dit raakt bijzonder de 150.000 mensen die er geheel of grotendeels van afhankelijk zijn. Deze groep is het kwetsbaarst van alle lage inkomensgroepen en is minder weerbaar, minder goed georganiseerd.

Desondanks vind ik partijvorming op basis van leeftijd verwerpelijk. In de eerste plaats staat het thema 'ouderen en politiek' nog in de kinderschoenen. Het maakt deel uit van grotere problemen van het ouder worden in de tweede levenshelft. Ouderen vormen geen sociale groep, maar behoren - zoals alle andere volwassenen - bij diverse politieke groeperingen en hebben verschillende maatschappelijke overtuigingen. Ze zijn heterogener in ideeën, ervaring, interessen, keuzen en dergelijke dan welke andere leeftijdscategorie ook. Het is problematisch om mensen politiek samen te binden op grond van één sociaal-economisch belang en dan nog wel gericht op één leeftijdscategorie. Dat is geen antropologisch, maatschappelijk en cultureel fundament waarop een politiek kan worden gebaseerd. Dit maakt de cohesie van zo'n partij uiterst zwak.

Er zijn algemenere, sociale bezwaren. Sociale problemen van ouderwordenden zijn in wezen generatieproblemen. Generatieproblemen dreigen door een aparte politieke macht van ouderen polarisering in de hand te werken. Er moet juist worden gestreefd naar een maatschappij van alle leeftijden. Geen conflict dus, maar harmonie. Een ouderenpartij is, zo beschouwd, erger dan de kwaal waar zij zich tegen keert.

In de politieke stellingname buiten de kwesties waar 'ouderenbelangen' in het spel zijn, hebben ouderenpartijen niets te bieden. Wat moet een felle linkse met een hyperconservatieve oudere samen over andere grote sociale problemen in zo'n partij beginnen? Zo'n partij heeft geen gezicht en stelt zich als partij buiten het totale politieke leven. Ze vormt dan een samenraapsel van een PvdA-deeltje, een CDA-deeltje, een VVD-deeltje, enzovoorts. Want de meeste grote sociale problemen zijn beslist geen ouderenproblemen.

Dit laatste bezwaar reikt nog verder. Er bestaan vrijwel geen analyses over de vraag, wat ouderenbelangen eigenlijk zijn. Ouderenbelangen hebben hun wortels in het algemeen welzijn. Maar juist die visie op menselijk welzijn loopt bij oudere mensen sterk uiteen. Controversiële nuanceringen zullen dan naar voren treden voor de wijze waarop en waarin ouderen toegang tot de maatschappij (de integratie) moeten verkrijgen, de plaats en invloed die men denkt de ouderen in een goede samenleving toe te kennen, de generatieverhoudingen, de vormen van residentiële samenlevingen en het bestaansrecht van bejaardenhuizen, en de vrijheden daarbinnen. Zelfs bij deskundigen bestaat daarover verschil van opvattingen. Politiek denken is niet aan een leeftijd gekoppeld. Wil men mensbeschouwingen buiten de discussie houden en zich beperken tot materiële belangen van ouderen met niet zo florissante inkomens, dan is zo'n partij voor de meeste ouderen niet aantrekkelijk.

Er is ook een politiek bezwaar. Ouderen dienen in principe en in feite toegang te hebben tot alle maatschappelijke besturen, lobby's, functies, instituties, beroepen, enzovoorts. Waarom wil één partij gaan behartigen wat alle partijen behoren te doen (maar onvoldoende doen)? Waarom zoekt men daarom niet de eigen belangen te behartigen binnen de partijen, wat voor de hand ligt.

Dan de partijbeginselen. Wat ik lees aan partijprogramma's is weinig indrukkwekkend. Veel slogans, eisen en wensen, maar geen strategie, geen scenario, geen analyse van aan te wenden middelen, geen gerontologische argumenten. En waar zou zo'n partij de politieke deskundigheid vandaan moeten halen? Ik ben bang dat vertegenwoordigers in de Kamer een Boer-Koekkoekeffect zullen krijgen. De historie van de Boerenpartij zij de oprichters van ouderenpartijen dringend aanbevolen.

Een levensgroot gevaar van iedere belangenpartij bedreigt ook een ouderenpartij. Het is het gevaar dat zij zich bij gebrek aan een totaalvisie, gaan blindstaren op het eigen doel en politiek met oogkleppen te werk gaan. Overdrijving van belangen en eenzijdigheid, bij gebrek aan tegenspel van jongere mnensen binnen de partij zijn goed denkbaar. Problemen dienen te worden opgelost in het samenspel van oud en jong.

Er zijn heel wat mensen tussen de 45 en 65 die zich beslist niet tot de ouderen willen rekenen. Daarvoor zijn ze te vitaal en creatief. Iedere institutie met het woord 'ouderen' in de naam zullen ze mijden. Ouderenbonden hebben in die categorie dan ook relatief weinig leden. Zo beschouwd, zou een ouderenpartij juist voor mensen die zich beslist niet oud voelen weinig aantrekkelijk zijn. De partij loopt aldus de meest capabele leden mis.

Een ouderenpartij is contra-productief, het kan ertoe leiden dat andere, grote partijen menen die belangen niet meer zo sterk te hoeven behartigen. Men leert zich af te zetten tegen zo'n belangenpartij. Het ideaal dat alle partijen gaan erkennen dat ouderen een integraal deel vormen van de samenleving wordt dan een politiek van een kleine partij. Men richt ook geen partij op van werklozen, van schoolverlaters, van vrouwen enzovoorts. Ouderen horen daarom niet thuis in een ouderenpartij, maar in alle partijen. Dat eist een gezonde politieke stuctuur. Ouderen zijn gewone mensen, net als alle anderen. Onze democratie heeft geen enkele behoefte aan een politiek 'bejaardenhuis'.

Het beetje politieke macht, het actieve stemrecht dat ouderen hebben kan veel doelmatiger worden gebruikt. Op welke partij men vroeger ook placht te stemmen, men kan een persoonlijke stratiegie volgen: vraag kandidatenlijsten op, en informeer bij de partijleiding welke kwaliteiten oudere personen op die lijst hebben in relatie met sociale problemen inzake ouderwordenden. Kies daaruit de geschikste personen met een voorkeurstem.

Staan er geen oudere mensen op de kieslijst, protesteer dan bij de desbetreffende partij. Beter dan een kleine partij op te richten is de kritische houding binnen de partijen tegen de alleenheerschappij van de midlifers.

Deze stategie zal niet iedere vijftig-plusser goed afgaan. De ouderen kennen geen traditie in dat opzicht. Van jong-ouderen mag daarentegen veel worden verwacht. In de Verenigde Staten, waar late midlifers en ouderen veel assertiever zijn dan bij ons (vooral dankzij de Gray Panthers - geen politieke partij!), spreekt men van de 'new-age-generation', de nieuwe oudere die maatschappelijk aan alle sociale mogelijkheden wil deelnemen en niet tot aparte groeperingen van ouderen wil behoren. We kunnen daar veel van leren. Het gaat om de beginselen van gelijke rechten, gelijke behandeling en nog fundamenteler uitgedrukt, van gelijkwaardigheid. Een politieke partij gericht op een uitloper van het algemene maatschappelijke probleem van de generatieverhoudingen kan alleen maar symptomen proberen te veranderen. Belangrijker in dit stadium is de maatschappelijke bewustwording die nog maar amper is begonnen. Het is daarom inadequaat om op grond van enkele materiële belangen tot partijvorming over te gaan.

Alvin Gouldner (De naderende crisis van de westerse sociologie) merkte in 1970 al op dat ouderen zich niet in bonden of partijen moeten opsluiten, maar moeten proberen overal in deel te nemen en overal mee te praten.

    • Sociaal Filosoof
    • Karel Reestman