Kamelenbult tegen de nieuwe vijand

De Dam is een speelbord. Aan de beurt is een jongen op zijn Honda Vision. Hij overziet het spel. Een stroom van voetgangers steekt over van de Kalverstraat naar de Nieuwendijk. Hij wacht. Een kerstmanmuts is zijn valhelm, de witte bal bungelt op zijn schouder. Het geraas dat hem omgeeft komt niet van zijn scootertje, maar uit de box van zijn radio. Housemuziek waarvan de beat als een brommer is opgevoerd.

Rood voor de voetgangers. De stroom wordt gereduceerd tot dikke druppels; mobiliteit is een burgerrecht dat geen stoplicht kan aantasten. Toch ziet de jongen zijn kans. Hij snijdt tussen twee meisjes en een oude man door. Wederzijds gevloek - in het vuur van het spel. Hij kruist diagonaal voor de optrekkende auto's van het Rokin langs, geeft extra gas en haalt het Damrak vóór de auto's daar in beweging zijn gekomen. Het zebrapad erachter stuift uiteen.

Zoals elke tak van sport is ook het verkeer onderhevig aan verruwing. De scheidsrechter ziet veel door de vingers. Welke agent, welke stadswacht zegt nog in de Leidsestraat dat een fietser moet afstappen? De regels zijn voorgoed vaarwel gezegd met het opdoeken van borden aan de rand van de stad: 'Rood licht betekent stoppen'. Het was een laatste, wanhopige poging om de basale verkeersregels in herinnering te roepen.

Sindsdien wordt de automobilist met louter repressieve maatregelen in het gareel gehouden. De politie houdt bijna dagelijks snelheidscontroles (90 kilometer per uur is in de stad geen uitzondering). Verder zijn er nog de verkeersdrempels, de met autoversperringen vrijgehouden trambanen, de wielklemmen en de wegsleepdiensten.

En de volgende vijand is al gevonden: de bromfiets die de fietspaden in beroering brengt. Ze mogen in de stad niet harder dan dertig kilometer per uur, maar de teller van een Honda Vision gaat niet voor niets tot 80. Vooral bromfietskoeriers hebben moeite met de grens van dertig kilometer. Omdat tijdwinst hun produkt is, en omdat ze op spullen van de baas rijden. Je ziet ze vaak op één wiel over het fietspad balanceren terwijl ze pizza's, contracten, soft drugs of videocasettes afleveren.

Na klachten van een basisschool over langsrazende pizzakoeriers heeft stadsdeel Oost zijn conclusies getrokken. Op het fietspad aan de Weesperzijde komen binnenkort twee 'bromfietsdrempels' - “Kamelenbulten”, volgens ambtenaar L. Wassenberg van stadsdeelwerken. “Als zo'n bromfiets met volle snelheid over de eerste gaat, voelt-ie niks, maar op de tweede krijgt-ie een klap. Heeft met resonantie te maken.” Voor het Amstelstation liggen sinds kort al twee van die kamelenbulten. De bromfietser, naar zijn ervaring op de drempels gevraagd, kijkt verbaasd achterom. Drempels? Niets gevoeld.

Voor 35.000 gulden is Oost binnenkort twee bulten rijker. Het fietspad langs de Weesperzijde is een etappe in wat ambtenaren het Hoofdnet Fiets hebben genoemd (Amsterdam heeft dan ook een gemeentelijke Fietscoördinator). “Het is de snelle fietsroute naar het centrum”, zegt deelraadslid F. Meelken. Hier speelt zich volgens hem in volle hevigheid het conflict af tussen langzaam verkeer en langzaam verkeer. In 1992 kwamen in Nederland acht (brom)fietsers om door onderlinge ongelukken en raakten er 630 gewond.

De ongelukken, denkt Veilig Verkeer Nederland, hebben te maken met het oneigenlijke snelheidsverschil op het fietspad. Zelfs als brommers zich houden aan de dertig-kilometerlimiet, rijden ze nog twee keer zo snel als kinderen en bedaagde ouderen. De vereniging pleit er dan ook voor dat de brommers in de stad van het fietspad naar de rijbaan gaan en dat ze veertig kilometer mogen rijden, zodat ze zich eerlijk met auto's kunnen meten.

Na de rijbaan en de fietspaden komt ongetwijfeld de stoep aan de beurt. Het wachten is op de eerste joggersklem in het Vondelpark.