Jenny Arean

Jenny Arean: Iemand moet het doen. Mercury 518 909-2

De stroomversnelling is opmerkelijk: nadat er jarenlang weinig of niets uit de theatersolo's van Jenny Arean was vastgelegd, is haar repertoire nu opeens volop verkrijgbaar. Nadat op het ondernemende platenmerkje Brigadoon al een paar cd's verschenen, is er nu alweer een volgende - geproduceerd als uitvloeisel van een onderscheiding die ze vorig jaar ontving van de stichting Conamus. Geen wonder, bij zo'n hoog tempo, dat niet alle nummers nieuw zijn. Vijf van de dertien liedjes op Iemand moet het doen, inclusief het bekroonde titellied van Jan Boerstoel en Martin van Dijk, stonden ook al op de cd van haar laatste theaterprogramma.

Maar ik klaag niet. Jenny Arean beschikt over het talent tekstschrijvers en componisten te inspireren tot bovenmiddelmatig werk en slaagt er vervolgens in die nummers geheel naar zichzelf toe te trekken. Liedjes als het onstuimige Zeven levens, op een tekst van Antoine Uitdehaag, de Dorrestijn-klacht Bezorgde moeder en de Boerstoel-ballade Amsterdams parfum veranderen zodoende in de hoogstpersoonlijke, autobiografische uitingen van iemand die elk woord een gevoelswaarde weet te geven. Daarnaast bevat deze cd nummers die ze bij mijn weten niet eerder in het theater zong, zoals het gave gedicht December in de stad (1954) van Annie M.G. Schmidt, dat door Martin van Dijk op een verrassende melodie met een Arabische klankkleur is gezet.

Van Dijk schreef ook de veelzijdige arrangementen en leidt het zevenmans orkest, dat voor deze gelegenheid is aangevuld met zes strijkers. John de Mol sr, die de cd produceerde, deed er terecht alles aan om de soliste te laten schitteren. Maar dat hij haar in het slotliedje Dat was het dan, via de doubletracking-techniek, een duet met zichzelf laat zingen, bevalt me niet. Als iemand voor zichzelf kan spreken, is het Jenny Arean.