Incident in Bosporus leidt tot nieuw conflict; Turks-Russische relatie onder druk

ANKARA, 21 MAART. Turkije en Rusland zijn in een 'oorlog' verwikkeld over het transport van olie. De aanvaring, gisteren een week geleden, tussen een vrachtschip en een tanker in de de Bosporus is voor Turkije een nieuw bewijs dat het verdrag van Montreux, dat sinds 1936 het scheepsverkeer over de Bosporus regelt, onvoldoende veiligheidsbepalingen bevat, terwijl Rusland elke beperking van het gebruik van de Bosporus afwijst. Het conflict is een nieuwe belasting voor de Russisch-Turkse relaties, die door het nieuwe, krachtiger buitenlandse beleid van Moskou toch al onder druk zijn komen te staan.

De zeestraat is van strategisch belang voor de export van Russische olie. Via de Bosporus worden vanuit Novorossijsk en Odessa 80.000 vaten per dag naar het Westen vervoerd. Turkije vreest dat daar jaarlijks nog eens 75 miljoen ton bijkomt als ook Azerbajdzjan, Kazachstan en Turkmenistan hun olie en gas naar een Russische haven in de Zwarte Zee pompen, van waaruit het per tankerschip verder wordt getransporteerd.

Turkije meent dat een verdere toename van het aantal tankers door de Bosporus, die dwars door het tien miljoen inwoners tellende Istanbul loopt, levensgevaarlijk is en tot ecologische rampen kan leiden. Op 1 juli worden dan ook verscherpte veiligheidsmaatregelen van kracht. Azerbajdzjan en Kazachstan is aangeboden hun olie via pijpleidingen naar de Turkse Middellandse Zeekust te vervoeren.

De oliekwestie is slechts één van de vele 'gevoelige onderwerpen' in de relatie tussen Rusland en Turkije. Sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie zijn beide landen zowel politiek als economisch in een verwoede strijd verwikkeld om macht en invloed in Centraal-Azië en op de Kaukasus. Moskou heeft zich van het begin af aan verzet tegen de drang van Turkije om zich te ontpoppen tot een regionale macht. De irritatie daarover liep zelfs zo hoog op dat de Turkse premier Tansu Çiller haar eerste buitenlandse bezoek vorig najaar aan Rusland bracht. Desondanks is de relatie tussen de beide landen er de afgelopen tijd alleen maar ingewikkelder op geworden. Ankara voelt zich zelfs bedreigd door de sterke tendensen tot herbevestiging van de Russische invloed in het voormalige Sovjet-rijk. Moskou op zijn buurt is er nog steeds niet van overtuigd dat Turkije in werkelijkheid niet de supermacht is die aan de hand van pan-Turkse en pan-islamitische sentimenten de 'onderbuik van het voormalige Sovjet-rijk' aan zich weet te binden.

Ankara grijpt elke gelegenheid aan - zeker sinds het NAVO-topoverleg in Brussel in januari, toen het Westen opnieuw steun betuigde aan de moeizame hervormingspolitiek van president Boris Jeltsin - om Europa en de VS erop te wijzen dat ze meer oog moeten hebben voor de kwalijke uitwassen van het Russische expansionisme. Turkije heeft de indruk dat Moskou onvoldoende duidelijk wordt gemaakt dat er wel degelijk een relatie bestaat tussen de hulp die Jeltsin wordt geboden en de mate waarin democratische hervormingen moeten worden doorgevoerd. Met andere woorden: de Russische tendens om de hegemonie in de buurlanden opnieuw te bevestigen moet door het Westen niet zonder meer worden getolereerd.

Volgens Turkije hanteren de Westerse staten twee maten bij de beoordeling van de ontwikkelingen in de ex-Sovjet-Unie. “De aandacht gaat volledig uit naar de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Moldavië, Litouwen en de andere Baltische staten”, zegt Bilgun Unan van het Turkse ministerie van buitenlandse zaken, “terwijl de Kaukasus en Centraal-Azië nauwelijks in de belangstelling staan. Dit gaat ten koste gaat van de zelfstandigheid van deze staten, waardoor op de langere termijn de stabiliteit in deze regio zelfs wel eens in gevaar kan komen.”

Het is duidelijk waar Turkije op duidt: Moskou draagt eerst bij aan de binnenlandse chaos in staten als Azerbajdzjan, Georgië en Tadzjikistan om zich vervolgens te kunnen opwerpen als vredestichter. De rol van 'witte duif' biedt Rusland immers de gelegenheid om opnieuw troepen in deze landen te kunnen stationeren. De eerste afspraken daarover zijn al gemaakt met het aan Turkije grenzende Georgië, dat ernstig te lijden heeft gehad van de oorlog in het door Moskou gesteunde autonome Abchazië.

Rusland lijkt een zelfde scenario in gedachten te hebben voor Azerbajdzjan, dat - ondanks de val van de pro-Turkse president Elbufez Elçibey vorig jaar - nog steeds sterke banden heeft met Ankara. De oorlog in en rondom de enclave Nagorny Karabach sleept zich al sinds 1988 voort, zonder dat het Westen er zich al te druk om maakt. In de Turkse pers verschijnen regelmatig alarmerende berichten dat Moskou erop uit is eenzijdig vredestroepen in de enclave te stationeren. Turkije heeft herhaaldelijk verklaard dat als Russische soldaten Azerbajdzjan binnentrekken, het niet zal schromen ook troepen te sturen.

Ook op het vlak van de olie raken de Turkse en Russische belangen elkaar in Azerbajdzjan. Baku exporteerde zijn enorme oliereserves vroeger via Rusland, maar wil - net als de Centraal-Aziatische staten - zijn afzetmarkt nu verbreden. Turkije heeft aangeboden als tussenleverancier te fungeren. Het plan is om de olie via een pijpleiding tussen Baku en Ceyhan naar de Turkse Middellandse Zeekust te vervoeren. Deze verbinding zou kunnen worden doorgetrokken, via de Kaspische Zee, naar Kazachstan. Men overweegt een andere pijpleiding - via het Turkse Erzurum en Istanbul - aan te leggen voor het aardgas uit Turkmenistan.

De gesprekken hierover zijn echter volledig in het slop geraakt. Niet alleen door de wisseling van de wacht in Baku, maar vooral door de druk vanuit Moskou om een vinger in de pap te blijven houden wat betreft de exploitatie en export van de olie. Voor Ankara, dat zichzelf al zag als een belangrijk centrum voor de doorvoer van olie en gas vanuit de voormalige Sovjet-Unie naar West- en Centraal-Europa, bleef weinig anders over dan te erkennen dat Rusland nog steeds een economische macht is in de regio en met een tussenvoorstel te komen: de olie wordt als vanouds in de Russische havens vergaard en vervolgens per tanker naar een Turkse haven aan de Zwarte Zee vervoerd, van waaruit een pijpleiding naar de Turkse Middellandse Zeekust wordt aangelegd. Moskou houdt echter voorlopig vast aan het idee dat de Bosporus als vrije handelsroute beschikbaar moet blijven. Die situatie biedt de Russen tevens de gelegenheid om een oude droom levend te houden: gebruikmaking van de strategisch zo belangrijke verbinding met de warme wateren van de Middellandse Zee.

Een ander geschil betreft de kwestie van de beperking van de conventionele wapens waaraan Rusland zich niet langer wenst te houden. President Jeltsin pleit voor een verhoging van het plafond voor tanks waarin de CFE voorziet, de in 1990 gesloten overeenkomst tussen de NAVO en het toenmalige Warschaupact voor de vermindering van de conventionele wapens in Europa. Moskou zegt gezien de onrust op de Kaukasus 1.300 tanks méér nodig te hebben dan afgesproken. Volgens het verdrag mogen beide partijen aan de noord- en zuidflanken samen ieder 4.700 tanks stationeren. Turkije vindt dat het CFE-verdrag zonder wijzigingen uitgevoerd moet worden en dat de agressieve Russische drang om het gebied van de voormalige Sovjet-Unie in zijn invloedssfeer terug brengen, niet mag worden beloond.

Dit is het vierde artikel in een reeks over de Russische buitenlandse politiek. De eerdere verschenen op 16, 17 en 18 maart.

    • Froukje Santing