In Malaga

We zijn naar Malaga geweest en ik weet precies hoe laat ik het er naar mijn zin kreeg: om vijf voor halfacht.

Malaga, zei onze reisgids, is een levendige stad die vaak wordt onderschat. Waarschijnlijk vijfentwintighonderd jaar geleden al gesticht door de Carthagers, misschien nog eerder door Feniciërs. Daarna Romeinen (een theater), daarna de Moren (het Alcazaba, het Castillo de Gibralfaro) en toen kwam Rome weer. De kathedraal is kolossaal en wordt La Manquita genoemd, de eenarmige, omdat ze maar één toren heeft. Let op het houtsnijwerk van Pedro de Mena.

Het kan in Malaga, zei onze gids, ook heel gezellig zijn. Je vindt er nauwe straten, warenhuizen, terrasjes en cafés met tapas en een overdekte markt.

In Malaga staat het geboortehuis van Picasso. In het Museo de Bellas Artes hangen een paar tekeningen van toen hij veertien was.

Om vijf voor halfacht liepen we over de Paseo del Parque, een groenstrook met een bomentuin, veel stille palmen in het razen van de avondspits. Het schemerde, er blies een plotselinge kou. Er fladderde een kleinigheidje bij een vijver en ik dacht: een vallend blad, ik dacht: een zwaluw of zoiets, ik zag dat het een vleermuis was, en nummer twee, en nummer drie. Zoals het brood vermenigvuldigd werd in Marcus 6, zo ging het hier met vleermuizen. Op dat moment werd Malaga een stad waarover ik kan meepraten.

    • Koos van Zomeren