IJslandse kunstenaar Thorsteinsson; Claustrofobie in echte fake-wereld

Status; The Museum of Imaginary Totality. Curator: Thorvaldur Thorsteinsson. T/m 20 april in galerie Lumen Travo, Lijnbaansgr. 315 Amsterdam, di-za 13-18u.

De IJslandse kunstenaar Thorvaldur Thorsteinsson maakt niet alleen beelden, schilderijen en collages, maar ook radio-programma's, een musical en een eenakter. En hij publiceerde moppen, sprookjes en verhalen over vreemde voorvallen. Zaterdag opende in de Amsterdamse galerie Lumen Travo een expositie van hem.

“We leven in dit prachtige postmoderne tijdperk en ik ben als een museum waar steeds nieuwe afdelingen worden geopend”, zegt de 32-jarige Thorvaldur Thorsteinsson uit IJsland. Tijdens het gesprek in het Engels laat hij af en toe een Nederlands woord vallen: hij studeerde twee jaar aan de Jan van Eyck-academie in Maastricht en heeft daar nog steeds een appartement.

Hoewel hij besloot terug te gaan naar zijn vaderland, spreekt hij met kritische distantie over IJsland. “Ik word er beschouwd als een verrader van de noordelijke Vikingcultuur”, zegt hij spottend, “want ik verheerlijk het vulkanische landschap of de fjorden niet. IJsland is in mijn werk niet naspeurbaar aanwezig, maar ik houd van het land in de verhalen erover en de oogverblindende foto's ervan. Precies zoals ik mensen graag hoor vertellen over hun hond, maar er zelf geen wil hebben.”

Een sterk gevoel voor absurdisme keert steeds terug in het gesprek en ook in Thorsteinssons kunst. Een paar jaar geleden maakte hij voor een park in zijn woonplaats Reykjavik een sculptuur die hij beschouwt als een symbool van het eiland, dat driemaal zo groot is als Nederland, maar slechts 250.000 inwoners telt. Middenop het smetteloos groene gazon verrees een bakstenen schoorsteen met ernaast een televisie-antenne. “Veel huizen in IJsland zijn vanwege de kou half ingegraven in de grond; de aarde loopt min of meer door over het dak dat met gras is begroeid. Ook in mentaal opzicht leven mijn eilandgenoten in de grond, half begraven; de televisie is veelal hun enige contact met de rest van de wereld. Mijn sculptuur stond daar maar tijdelijk, daarna heb ik de gemetselde schoorsteen in gebruik genomen als barbecue.”

Het claustrofobische, beklemmende effect dat hij beschrijft is ook in Thorsteinssons collages en schilderijen aanwezig; ze worden beheerst door afgesloten ruimtes, soms labyrinten, soms toneeldecor-achtige coulissen. Vijf jaar geleden dwaalde daar een enkele surreële menselijke figuur in rond zoals een nar of een Alice-in-Wonderlandachtig meisje. Later zijn die menselijke lichamen steeds meer op de voorgrond getreden - in geschonden vorm, wel te verstaan. Aanvankelijk knipte Thorsteinsson modellen uit tijdschriften en mutileerde ze tot Softenon-achtige wezens; in Amsterdam toont hij nu foto-collages waarin de lichaamsfragmenten op sokkels zijn gezet als waren ze resten van klassieke sculpturen. Sommigen missen alleen een paar vingers, een vrouw is met haar voeten in de sokkel verzonken alsof ze in een bak water staat, twee meisjestorso's reiken elkaar elk vanaf hun eigen sokkel zusterlijk de hand.

De kunstenaar noemt ze Status en ze zijn werken uit de collectie van The Museum of Imaginary Totality (MIT), een project waaraan de IJslander de komende jaren zal werken. “Op het moment dat je een schouwburg of een museum binnengaat, of een boek leest, aanvaard je de regels die daar heersen en dompel je je tijdelijk onder in die werkelijkheid met zijn eigen wetten. Het museum is een soort staged reality en dat effect wil ik ook met mijn kunst opwekken. Ikzelf ben de curator van het MIT, ik kan de mentale ruimte van het museum steeds verder uitbreiden, kan steeds nieuwe afdelingen opzetten en vleugels bijbouwen.”

Thorsteinsson vertelt dat zijn vader alcoholist was en dat hij als kind leefde in een wereld die werd beheerst door beloftes die steevast niet nagekomen werden. “Op school was dat anders. Daar ging alles punctueel en wat er afgesproken werd, kwam de schoolmeester ook na. Instituties en alles wat daarbij hoort - bijvoorbeeld de geënsceneerde dialogen in taalboekjes - zijn daarom in mijn ogen betrouwbaar en vormen een zekere werkelijkheid. Daarentegen was mijn echte leven een fake-wereld. Voor mij staat het museum dus niet gelijk aan een dood universum, maar het symboliseert de zekerheid van ontsnapping.”

Op de achterwand in galerie Lumen Travo hangt een meer dan twee meter lange foto van een museumzaal waarin Thorsteinsson met behulp van de computer een aantal van zijn gehavende menselijke gestaltes projecteerde tussen een daadwerkelijk in de zaal aanwezig Grieks beeld en een vitrine met daarin een sokkel waarvan het tentoongestelde beeld is weggeretoucheerd. “Deze virtuele realiteit kun je opvatten als een beknopte versie van de westerse kunstgeschiedenis: van de oude Grieken tot het conceptuele kunstwerk, namelijk de kubusvormige, lege sokkel in de vitrine. De volgende stap is het ontwerpen van een plattegrond waarop elk kunstwerk gemarkeerd zal worden en gerangschikt in verschillende historische afdelingen. Zo krijgt IJsland dan toch de visuele traditie die het niet heeft. Er zijn foto's van mijn museum, er is een grondplan, en bij deze expositie in Amsterdam is een uitvouwbare folder over het MIT uitgegeven. Het gelijknamige MIT (Massachusetts Institute of Technology) in Boston heb ik ook nooit bezocht, en toch weet ik zeker dat het bestaat. Waarom zou mijn museum dan niet bestaan?”

    • Renée Steenbergen