Forse winstdaling Hoechst Holland

Hoechst Holland heeft vorig jaar, evenals het Duitse moederconcern, een forse winstdaling moeten incasseren. De winst uit gewone bedrijfsuitoefening na belasting ging met 37 procent omlaag van 38 miljoen tot 24 miljoen gulden.

Als gevolg van bijzondere lasten van 16 miljoen gulden netto kwam het netto resultaat uit op slechts 8 miljoen gulden, zo heeft het chemiebedrijf vandaag bekendgemaakt.

De bijzondere lasten belopen vóór belasting 25 miljoen gulden. Het gaat om een afschrijving van 4 miljoen gulden voor het buiten gebruik stellen van een produktie-installatie voor Trespa-bouwplaten in Weert en een afschrijving van 21 miljoen gulden “uit voorzichtigheidsoverwegingen” op de folieproduktie, eveneens in Weert.

Topman B. van Nederveen schrijft de winstdaling vooral toe aan de economische recessie en de groeiende concurrentie. In de structureel teruglopende markt voor pvc-folie ging de omzet van Hoechst Holland verder omlaag. De divisies Agro Chemie en Pharma boekten daarentegen een bescheiden groei door het succes van nieuwe produkten. De totale omzet van Hoechst Holland verminderde met 8 procent tot 1.469 miljoen gulden. Volgens Van Nederveen is het nog te vroeg om een uitspraak te doen over het resultaat in 1994, ook al ontwikkelt de afzet zich redelijk. Het einde van het conjunctuurdal is nog niet in zicht terwijl de vooruitzichten voor fosfor en pvc-folie onzeker zijn. Hoechst Holland richt daarom het beleid op kostenbeheersing en verhoging van de effectiviteit van de organisatie. Het aantal werknemers is al afgenomen van gemiddeld 2.727 in 1992 tot 2.621 vorig jaar. De investeringen zullen een stuk geringer worden dan in voorgaande jaren.