De Waart dirigeert theatrale Mahler VI

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Edo de Waart. Programma: G. Mahler: zesde symfonie. Gehoord: 19/3 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 22/3 11.00 uur Tros Radio 4 (opn. 17/3); tv-uitz.: 17/4 12.45 uur Vara Ned. 3; radio-uitz.: 27/5 20.02 uur Vara Radio 4 (opn. 19/3).

Het probleem met Mahlers Zesde symfonie is dat die de bijnaam 'de tragische' heeft gekregen. Alle symfonieën van Mahler zijn tragisch te noemen, bovendien nog vol van zwaarmoedige woelingen, wild worstelend met het bestaan op aarde. Tegelijkertijd vieren ze gepassioneerd de prettige kanten van het aardse leven èn bieden ze uitzicht op onthechting daarvan, verzoenen ze zich met de dood in de verwachting van een ander leven na dit leven.

De 'tragische' Zesde symfonie, zaterdag onder leiding van Edo de Waart uitgevoerd in de Matinee op de Vrije Zaterdag, is ondanks de doffe doodklappen met de houten hamer zelfs veel minder met 'tragiek' beladen dan bij voorbeeld de Negende symfonie, die drie weken eerder op het Matineeprogramma stond met het Rotterdams Philharmonisch Orkest onder leiding van Michael Tilson Thomas. Mahlers Zesde zou men zelfs, naar analogie van Beethovens Zesde, de 'Pastorale' kunnen noemen vanwege al die klingelende koebellen. Maar ook hier geldt: die koebellen èn de pastorale passages zijn vooral puur Mahleriaans en zeker niet typisch voor de Zesde.

We kunnen de Zesde dus beschouwen als een 'gewone' Mahler en zo dirigeerde Edo de Waart die zaterdag ook, zij het dat de uitvoering in het Amsterdamse Concertgebouw werd beheerst door veel visueel 'theater'. De beide dubbele deuren bovenaan de podiumtrappen gingen - ongeveer als in Blauwbaards burcht van Bartók - telkens weer open om slagwerk vanuit de verte te laten weerklinken.

Ook het effect van de twee klappen met reusachtige hamer - al lang vóór de slagen in stelling gebracht - was meer theatraal dan auditief: de eerste was niet luid en dof genoeg, de tweede ging op in de simultane slagen op de gong en met de bekkens. Een prachtig gezicht was ook de zesvoudige bekkenslag: een rij van twaalf blinkend koperen zonnetjes straalde boven het orkest.

De twee heftige allegro's die de twee middendelen flankeren hadden van mij nog markanter mogen klinken, met feller geaccentueerde contrasten. Maar in het Scherzo en het Andante moderato (bij De Waart eigenlijk een adagio) werden de emoties dieper gepeild en kreeg de muziek een sterk en overtuigend profiel, mede dankzij een uitstekend spelend Radio Filharmonisch Orkest.

Dit concert was in dit Matinee-seizoen het laatste van de Mahler-serie, die zich over drie seizoenen uitstrekt en in het komende seizoen wordt besloten met o.a. uitvoeringen o.l.v. Edo de Waart van de Achtste, de Zevende en de Negende symfonie, nog gevolgd door Schönbergs Gurrelieder, de opmaat voor het Mahlerfeest in mei 1995. De vijfhonderd beschikbare passepartouts daarvoor (ƒ 1850,-) zijn reeds alle uitverkocht.