Crisis binnen Spaanse regeringspartij na congres niet voorbij

MADRID, 21 MAART. Felipe González, minister-president en leider van de Spaanse sociaal-democratische PSOE liet er gisteravond tijdens de slotceremonie geen twijfel over bestaan. Het 33-ste PSOE-congres, door vriend en vijand beschouwd als het moeilijkste in zijn politieke carrière, was het beste dat hij de afgelopen twintig jaar als partijleider had meegemaakt. “Het is nauwelijks uit te drukken wat mijn dankbaarheid is voor de steun en het vertrouwen wat de partij mij heeft geschonken”, verklaarde een geëmotioneerde González, nadat de spreekkoren met het “Fe-li-pe, Fe-li-pe” waren weggestorven. Maar menig afgevaardigde moet de Internationale die tot slot door het congrescentrum galmde met gemengde gevoelens hebben meegezongen: ook na gisteren blijft de PSOE een verdeelde partij die met moeite het hoofd boven water kan houden in de toenemende politieke en economische druk die in Spanje het klimaat bepaalt.

Algemeen werd aangenomen dat González bij deze gelegenheid definitief zou afrekenen met de opstandige linkerflank binnen zijn partij. Aan de ene kant van het slagveld staan de “vernieuwers” die de door González ingezette koers steunen om de PSOE om te vormen tot een gematigde middenpartij. Aan de overzijde staan de volgelingen van de 'nummer twee' van de partij, vice-secretaris Alfonso Guerra. De guerristas presenteren zich vooral als de verdedigers van het klassieke socialisme en bestaan uit een belangrijk deel van het gestaalde kader.

Het congres gaf in grote lijnen steun aan de pragmatische regeringspolitiek van González en de ook de positie van de número uno in de partij werd zonder problemen bevestigd. Maar toen het nieuwe partijbestuur het podium betrad, bleek de partijleider maar ten dele geslaagd de gelederen te zuiveren. De partijvernieuwers bezetten weliswaar een meerderheid, maar de dagelijkse afdeling van het bestuur bleef voor een belangrijk deel bezet door guerristas. Zelf werd Guerra herbenoemd als vice-secretaris.

Dat maakt het regeren van de minister-president er niet makkelijker op. González trotseerde de afgelopen maanden de machtige vakbonden met voorstellen om de rigide arbeidswetgeving los te laten, de sociale voorzieningen in te perken en de loonstijging te bevriezen. Intussen liet de nummer twee van de partij regelmatig zijn misprijzen voor de “liberale” maatregelen blijken. De ruzie tussen Guerra en González, die als duo vanaf hun studententijd in Sevilla gezamenlijk binnen de PSOE carrière maakten, liep daarbij uit tot een pijnlijke vertoning. González zag zich reeds eind vorig jaar genoodzaakt zijn dogmatische alter ego publiekelijk de oren te wassen.

Uit het toenemende gerommel in de PSOE viel op te maken dat Guerra op zijn beurt druk doende was de lokale partijbaronnen te mobiliseren. De vice-secretaris liet zich daarbij door iedere fotograaf breed grijnzend fotograferen. Maar ondanks dit vertoon van zelfvertrouwen ontbeerde hij de belangrijkste troef van zijn tegenspeler: het Felipismo. Na tien jaar regeren is iedereen binnen de PSOE ervan doordrongen dat de partij staat of valt met het charismatische leiderschap van González. Een duidelijke opvolger is er niet en de verrassende verkiezingszege van het afgelopen jaar heeft die boodschap nog eens onderstreept.

Naarmate het congres naderde, raakte het ideologische debat steeds meer op de achtergrond en ontstond een chaos waarin zelfs ervaren partijgangers het spoor bijster dreigden te raken. Beide strijdgroepen wisselden regelmatig van samenstelling, sommige guerristas verklaarden zich voorstander van vernieuwing, “vernieuwers” benadrukten het behoud van het goede, en na enige tijd vormde zich ook nog eens een derde fractie die aankondigde beide vleugels te willen integreren.

Nadat alle verzoeningspogingen waren stukgelopen en de premier zelfs weigerde zijn vroegere strijdmakker ook nog maar te zien, vond de ruzie zijn voorlopig hoogtepunt dit weekeinde. Terwijl de congresgangers debatteerden over de afbrokkelende welvaartsstaat, het scheppen van arbeidsplaatsen en het versterken van Spanjes concurrentiepositie, concentreerde de top zich op de samenstelling van het nieuwe partijbestuur. González had bedongen een lijst met kandidaten samen te stellen, waar verder niet aan getornd kon worden. Een getrouwe afspiegeling van de stromingen in de partij, zo had hij beloofd.

Daar bleek niet iedereen het mee eens. De vrijdag en zaterdag bleken niet voldoende om de meningsverschillen uit de weg te ruimen. Ook de zaterdagnacht werd tevergeefs doorvergaderd. Pas zondagochtend om half zeven werd het akkoord bereikt, waaruit bleek dat Guerra c.s. nog steeds een stempel op de partij konden drukken. Met de Europese en een aantal lokale verkiezingen in het vooruitzicht is González er kennelijk voor teruggeschrokken een belangrijke minderheid binnen de partij te elimineren.

Intussen lijkt de schade die de partij heeft opgelopen aanzienlijk. Zelf verklaarde González de langdurige besluitvorming als een teken van nieuwe democratie binnen zijn partij. Maar veel Spanjaarden vragen zich af of de premier niet iets beters te doen heeft dan kibbelen met zijn partij.

Tijdens een persconferentie direct na afloop viel op te maken dat ook de partijleider nog niet zeker is dat de partijcrisis nu definitief ten einde is. “Dit congres is een belangrijke stap, waarvan de boodschap ook op lokaal en regionaal niveau wordt begrepen”, aldus González. Een boodschap die voor goede verstaander weinig problemen op hoeft te leveren. Tijdens het zingen van de Internationale in de slotceremonie was het aantal geheven vuisten onder leiding van de vice-secretaris duidelijk in de minderheid. De partijleider hield als gebruikelijk zijn handen op de rug en zong niet mee.