Ballet Ulysse verdient meer voorstellingen; Vijf dansers achter gaasdoek

Voorstelling: Ulysse door Groupe Emile Dubois, Centre Choréographique National de Grenoble. Choreografie: Jean-Claude Gallotta; muziek: Henri Torgue, Serge Houppin; decor, kostuums: Jean-Yves Langlais; licht: Manuel Bernard. Gezien: 18/3 Rotterdamse Schouwburg.

De Groupe Emile Dubois uit Grenoble, onder artistieke leiding van de choreograaf Jean-Claude Gallotta, maakte in het Holland Festival 1984 zijn Nederlands debuut met Ulysse. Van dit postmoderne dansstuk uit 1981 was dat toen een tweede, uitgebreide versie. Vorig jaar heeft Gallotta het werk echter weer herzien. Vrijwel alle theatrale rimram is nu geschrapt. Er is een abstracte danscompositie overgebleven die, in combinatie met een nieuw futuristisch toneelbeeld, het effekt heeft van Kubricks film 2001: A Space Odyssey.

Gallotta kreeg in ons land bekendheid door Springdance. Het Utrechtse festival presenteerde in verschillende jaargangen achtereenvolgens de produkties: Les Louves en Pandora, Docteur Labus en Mammame en tot slot Les Mystères de Subal. Dat waren vooral verhalende bewegingsstukken met een absurdistisch karakter, waarin een paar oudere acteurs een prominente rol speelden.

Deze keer houdt Gallotta het echter op pure dans en treedt hij met Ulysse in de voetsporen van zijn Amerikaanse collega's Merce Cunningham en Lucinda Childs. Toch verloochent de choreograaf zijn landaard niet. De nieuwe versie heeft weliswaar eenzelfde heldere compositie, veranderlijkheid in de beweging en vaart, maar door de complexiteit, de verfijnde elegantie en het maniërisme blijft Ulysse een op en top Frans werk.

Ulysse begint als een droom. In een nevelige, witte omgeving flitsen gele lichten als de landingsbakens van een ruimtestation. Achter een gaasdoek wiegen vijf dansers heen en weer op de ritselende geluidsgolven -later citeert een broze mannenstem verzen in het oud-Grieks- van de componisten Henry Torgue en Serge Houppin. Vanaf het zijtoneel springt een schim naar voren, rolt over de vloer en staat op. Andere figuren volgen in een anderhalf uur durende, rusteloze bewegingsstroom.

Er ontvouwt zich een fascinerend lijnenspel van speelse groepsstukken die weer exploderen in vlinderachtige solo's, sensuele duetten en sculpturale kwartetten. Sereniteit en uitbundigheid strijden hierin om voorrang.

De twaalf dansers jagen over het toneel met vermoeiende huppelpasjes, wisselen het gedribbel af met grote sprongen, bevriezen in een pose of voeren, met groot technisch kunnen, juist gecompliceerde bewegingsfrasen uit. Zo nu en dan slaakt er iemand een kreet of roept een woord. Dat zijn versiersels, net als het gebruik van de oogopslag en kleine accenten met de hand. Tussen al dat gedoe -soms is het naar mijn smaak wat te veel van het goede- rolt een radiografisch gestuurde grote bal als capsule op een onzekere koers.

De ontwerper Jean-Yves Langlais ontwierp witte, met linten en veters gedecoreerde, opengewerkte kostuums en het toneelbeeld van grijze coulissen en een wit achterdoek dat wonderbaarlijk kunstzinnig en sfeervol is belicht door Manuel Bernard. Het is jammer dat deze voorstelling slechts twee dagen in de Rotterdamse Schouwburg te zien was. Ulysse verdient een groter tournee door ons land.