'Als meisje zou ik een groot gevoel van eigenwaarde willen hebben'

Wie als man geboren is, kan zich meestal slecht voorstellen hoe het zou zijn om als vrouw door het leven te gaan. En omgekeerd. Annemarie Oster vroeg aan twaalf mannen uit verschillende beroepen en van verschillende leeftijden hoe zij zichzelf als vrouw zouden zien.

Als vierde Thom Hoffman (37), filmacteur.

“Ik kom uit kringen waar de rolpatronen vrij duidelijk vastlagen. Meisjes droegen al gauw pennyshoes en parelkettinkjes, gingen eerst een beetje rechten studeren om daarna snel aan de man te raken. Ik denk dat ik onder invloed van mijn moeder wel had geprobeerd een andere richting te kiezen. Misschien was ik piano gaan spelen of had ik aan ballet gedaan. Zingen niet, dat betekent automatisch op de voorgrond treden. Dat geldt ook voor toneel. Ik houd niet van opvallen, ook niet als man. Bij filmen word je niet direct geconfronteerd met het publiek. Het kan ook dat ik bij een smaakvol blad was beland als fotografe of redactrice. Dan maakte ik portretten van interessante mannen en dofte me op voor eindelijk dat interview met Haitink of die Russische pianist, Sviatoslav Richter. Maar misschien zat ik wel bij de Donald Duck en bedacht prijsvragen voor kinderen. Er zijn kanten aan het vrouw-zijn die me leuk lijken, bijvoorbeeld om zo enorm met je zelf en je uiterlijk bezig te kunnen zijn en variatie in je kleren aan te brengen. Ik denk dat ik mezelf in de watten zou leggen. Heerlijk om naast het bad allemaal lekkere middeltjes te hebben staan om je mee in te smeren. Behaagziek vind ik een te zwaar woord maar ik was wel genotziek, zou mezelf de tijd gunnen om me leuk aan te kleden, niet voor de buitenwereld maar voor mezelf: vanavond doe ik een korte rok aan, niet om mijn benen te laten zien maar gewoon omdat ik zin heb in iets luchtigs.

Ik zou er nogal neutraal uitzien en niet echt met de mode meegaan; mode is in extremo vergankelijk. Je zou mij niet zien op van die punklaarzen en ik zou nooit shag roken, dat vind ik onvrouwelijk.

Omdat ik wel degelijk aandacht aan mijn figuur zou besteden, was ik geen dik propje. Gezond. Ik zou het mezelf niet vergeven om mijn lichaam te laten verslonzen. Het liefst was ik een rondborstig Italiaans type met een goede reet en lange benen. Van alles wat. Mijn ogen zou ik minimaal opmaken, lippenstift alleen op een gala. Dan zou ik er tiptop uitzien. Klassiek. In dat beeld past een decolleté en blote schouders. Geen bijous, misschien een broche. Ik geloof dat ik vaak verliefd zou zijn. Nee, aan de telefoon zitten wachten was er niet bij, ik zou toch gauw denken: klootzak, sodemieter dan maar op. Hard to get. Als meisje zou ik een groot gevoel van eigenwaarde willen hebben. Eigenwaarde gepaard aan zelfkritiek. Met mijn vriendinnen zou ik, hoop ik, niet steeds over mannen praten. Dat doen vrouwen veel en soms op een dermate grove wijze dat ze mannen overtreffen in baldadigheid. Het zou fijn zijn als de andere sekse wat minder belangrijk was. Als vrouw zou ik nog minder met mannen bezig willen zijn dan omgekeerd. Je kent het feministische uitgangspunt: het is een leuke penis, alleen jammer dat er zo'n lul aan vastzit. Af en toe had ik een minnaar. Een permanente verhouding zou niet de hoogste prioriteit hebben. Ik zou niet zo nodig moeten. Over een verhouding zou ik hetzelfde denken als nu: heel waardevol zolang het goed gaat en zodra dat niet meer zo is, weg ermee. Niet jaren doormodderen. In de praktijk houdt dat in dat het na een paar jaar overgaat. Ik zou vast wel eens terecht zijn gekomen in een situatie waarin ik niet zou kunnen kiezen tussen twee mannen. Dat zouden heel uiteenlopende types zijn, daarin was ik nogal schizofreen. Aan de ene kant zou ik een romantische hang hebben naar artistieke, zigeunerachtige types zoals bijvoorbeeld Serge Gainsbourg en aan de andere kant onder de indruk zijn van een medicus, zo'n kreukvrije, integere man die goed met zijn patiënten omgaat. Ik bedoel niet eens vaderlijk, maar meer iemand die clean door het leven gaat, terwijl de ander juist bandeloos, bijna gewetenloos is. De één heb je dan voor de weekends, dan voel je je meer vrouw en schept behagen in die rol, bij de ander ben je een gelijkwaardige partner. Met Gainsbourg is het rampetampen, met de arts uren strelen.

Waar ik niet aan meedeed: die idiote race van vrouwen van mijn leeftijd die maar zitten te zeiken over die biologische klok en opeens zo nodig een man en kind moeten binnenhalen. Ik zou helemaal geen kinderen willen. Ik vind het een te grote verantwoordelijkheid om kinderen in een verloederende maatschappij neer te zetten en ik zou er niet prettig onder slapen als ik mijn dochter van zestien in een stad als Amsterdam uit zou moeten laten gaan. Afgezien daarvan kan ik me onmogelijk voorstellen hoe het is om een baarmoeder te hebben. Die hormoonhuishouding en de invloed daarvan op het gevoelsleven, misschien kom ik daar als man ooit nog eens achter, zo over een jaar of vijftig, hoop ik.

Als ik moet kiezen op wie ik absoluut niet zou willen lijken: op Margaret Thatcher, een aartsconservatieve, mannelijke vrouw.

Dan ben ik liever Monique van de Ven. Ook een sterke persoonlijkheid, maar een aardige. Of Isabelle van Keulen. Of die fotografe, Inez van Lamsweerde. Niet omdat het succesvolle vrouwen zijn, maar omdat ze een talent hebben. Maar het liefst was ik een dagje Beatrix. 's Ochtends een beetje beeldhouwen, 's middags een huisconcertje van Rostropovitsj en 's avonds Vaclav Havel nog even op de koffie. Ik mocht toch kiezen, zei je?''