Wielrenners laten zich nu niet meer zien en aanraken

MILAAN, 19 MAART. Op de Piazzetta Reale, in de schaduw van de dom van Milaan, heerst een gezellige drukte. Aan de rand van het pleintje zijn hekken geplaatst, waarachter nieuwsgierigen een blik kunnen werpen op de samenleving van de wielerklassieker Milaan-Sanremo. Verlangend wordt uitgekeken naar de renners die zich hier dienen in te schrijven. Maar ze komen niet, de inschrijving wordt gedaan door de ploegleiders, meestal zelfs door hun assistenten of managers.

Vroeger vond de inschrijving plaats bij het Castello, tot voor enkele jaren in het Parco Pubblico. Daar was het een komen en gaan van iedereen die zich in de wielerwereld ophield. Oud-renners en oud-ploegleiders, journalisten die zich kwamen aanmelden en de deelnemende renners. Gejuich klonk op als een der favorieten zich kwam inschrijven. Namen werden gescandeerd, kansen berekend, handen geschud en herinneringen opgehaald.

Op de Piazzetta Reale melden zich slechts een handvol onbekende renners. De favorieten blijven in hun hotel, ver buiten de stad. Slechts als de oud-renners Moser, Adorni, Saronni in hun auto komen aanrijden, is er lichte opschudding. Maar ze zijn er niet voor de sfeer, ze zijn in functie als chauffeur, assistent-ploegleider of tv-commentator. De andere oud-renners blijven thuis, ver buiten de stad.

Terwijl de jeugd zich op het Domplein verpoost in de zon, schuifelen rondom het pleintje slechts oude mannen. Ze hopen iets van de sfeer terug te vinden die vroeger rondom Milaan-Sanremo heerste. Toen de renners nog zelf kwamen. Toen de renners zich nog lieten zien en aanraken.

Dit is het beeld van de wielersport in het wielerparadijs Italië anno 1994. De wereld van het beroepswielrennen presenteert zich aan de vooravond van de 85 jaar oude klassieker als een zielloze, onherkenbare samenleving.

Beroepswielrennen in een gesteriliseerde wereld. Nauwelijks renners die tot de verbeelding spreken, jonge mannen in fleurige truitjes met de kleuren van hun sponsoren. Volgend jaar zijn de truitjes weer in andere kleuren, omdat een andere sponsor dat wil. Alsof AC Milan, Juventus of Inter hun traditionele shirts veranderen omdat de sponsor dat wil.

Liefst 24 ploegen van acht renners (met negen Nederlanders onder de deelnemers) mogen meerijden in Milaan-Sanremo. Meer dan de helft is niet in staat de wedstrijd te winnen, laat staan uit te rijden. Lees de deelnemerslijst en men vraagt zich af waarom er zoveel beroepsrenners zijn. Straks in april, bij de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, staan er weer anderen aan de start. En evenveel kanslozen.

Het wielerpeloton kent misschien nog wel een paar vedetten, maar de kleurloosheid voert de boventoon. Nivellering wordt die ontwikkeling genoemd, kracht in de breedte. Knechten bestaan niet meer, kopmannen evenmin. Iedereen mag winnen. Iedereen wil winnen, omdat dan punten gescoord worden voor zoiets als een klassement.

Klassementen beheersen de wielerwereld. Hoe meer punten, des te meer salaris. Hoe meer punten in het klassement van de wereldbeker, des te groter de kans op een leiderstrui. Wie won vorig jaar de wereldbeker? Hoeveel wedstrijden telt de wereldbeker? Weinigen zullen de juiste antwoorden weten. Klassementen zijn gekunstelde manieren om een sport in leven te houden.

Het aantal wedstrijden om de wereldbeker is afgenomen. Zo bestaat de Grand Prix des Ameriques in Montreal niet meer. De enige 'klassieker' buiten Europa is verdwenen. Er is ooit sprake geweest van een in Japan, Colombia, Australië of in de Verenigde Staten. De mondialisering van de wielersport van de wedstrijdkalender.

Zoveel wielrennen er tegenwoordig op de televisie is, zoveel is er nog nooit geweest. Dankzij de tv-contracten met de wereldbekerwedstrijden. Veel geld is er binnengestroomd, maar de wielersport is er niet levendiger van geworden. Wielrennen is niet meer zo populair, wielrennen is niet meer van het volk, wielrennen dreigt als tennis te worden: veel wedstrijden, weinig zeggingskracht.

Vanmiddag eindigt Milaan-Sanremo na negen jaar weer op de Via Roma. De wijziging is het gevolg van de chaotische finish vorig jaar op de Corso Cavallotti. De wielerfederatie wilde meer veiligheidsgaranties van de organisatie, anders zou de openingsklassieker het predikaat 'wereldbekerwedstrijd' verliezen. De Via Roma is smal en biedt nauwelijks meer veiligheid. Maar de organisatie wilde de finish in het centrum van de stad, anders zou men de eindstreep in het stadje Imperia trekken.

De kans dat de klassieker nu op een chaotische massasprint eindigt is groter dan op de Corso Cavallotti, omdat deze dichter bij de afdaling van de Poggio ligt. Een massasprint, dat zou nog eens fraai zijn. Zo'n ouderwetse, enerverende massale eindsprint.

    • Guus van Holland