'We moeten eigenlijk dolblij zijn dat vreemdelingen hierheen komen'; Zeevalking: 'Een politieke losse flodder'; Mulder:'Sluiten grens lost niets op'

Zij werden de afgelopen kabinetsperiode te hulp geroepen om oplossingen te bedenken voor de vreemdelingenkwestie: oud-minister mr. H.J. Zeevalking (D66) en oud-staatsraad mr. A. Mulder. Gisteren werd bekend dat Lubbers vérgaande maatregelen wil treffen om de asielzoekerskwestie te regelen. De kanttekeningen van twee kenners.

DEN HAAG, 19 MAART. Over het streven van premier Lubbers om de grenscontroles opnieuw in te voeren is hun oordeel kort. “Een politieke losse flodder.” En: “Het lost niets op.” Mr. H.J. Zeevalking (71) en mr. A. Mulder (77) gelden als de grand old men van het vreemdelingenbeleid. Zij hebben de omvang van het probleem gedurende de afgelopen twintig jaar zien toenemen. Zeevalking was in het kabinet-Den Uyl (1975-1977) als staatssecretaris van justitie belast met het vreemdelingentoezicht, Mulder was jarenlang secretaris-generaal op hetzelfde departement. Maar de Chilenen van de jaren zeventig kwamen op uitnodiging van Justitie, in tegenstelling tot de huidige asielzoekers.

De vreemdelingenproblematiek is een prominent onderwerp in de verkiezingscampagnes sinds de inmiddels genuanceerde uitlating van VVD-voorman Bolkestein, afgelopen zondag, dat Nederland zich slechts om Europee asielzoekers moet bekommeren. Gisteren werd bekend dat ook premier Lubbers streeft naar een oplossing met ingrijpende gevolgen: het tegenhouden van kansloze asielzoekers aan de grens.

Mulder, die in 1991 rapporteerde over de versnelling van asielprocedures, ziet grote praktische bezwaren: “Al degenen die uit de oorlogsgebieden in het voormalig Joegoslavië komen, zul je bijvoorbeeld moeten doorlaten. Ondertussen zullen die controles een hoge last opleveren van lange rijen aan de grenzen, omdat alleen al in vakantietijd miljoenen auto's onze grenzen passeren. De deur helemaal sluiten: dat kan niet. Dus wordt het te hooi en te gras controleren en dat lost niks op.” Zeevalking, die twee jaar geleden advies gaf over het binnenlands vreemdelingentoezicht, is nog sceptischer: “Het soort oplossingen dat Lubbers nu voorstelt, kun je beter achterwege laten, want die scheppen alleen verwarring. Maar daar zijn ze sterk in, tegenwoordig.”

Zeevalking ziet wel een accentverschuiving. In 1990 en 1991 legde Justitie sterk de nadruk op het tegengaan van illegaal verblijf in Nederland. Nu is die verschoven naar asielzoekers. “Ik ben bang. Welke groep komt straks aan de beurt? Alle allochtonen? Want voorlopig concentreert alles zich op de asielzoekers, terwijl verreweg de meeste vreemdelingen binnenkomen door gezinsvorming of gezinshereniging. We begeven ons op een hellend vlak. Ook als het gaat om de wetgeving. Niet op basis van principiële overwegingen maar puur om zaken die de uitvoering betreffen, wordt de Vreemdelingenwet steeds verder aangescherpt. Op den duur is daarmee de rechtstaat in het geding. Zo is inmiddels het hoger beroep voor afgewezen asielzoekers komen te vervallen, waardoor we een juridische twee-klassenmaatschappij hebben gecreëerd.”

Zeevalking meent dat de 'oude' politieke partijen met alle aanscherpingen van het vreemdelingenbeleid te zeer inspelen op xenofobie onder het kiezersvolk. “Dat is zeker populistisch te noemen. Vooral voor zogeheten beginselpartijen is dat een hoogst merkwaardige zaak. Want vroeger werd D66 als programpartij verweten dat wij nogal opportunistisch zouden zijn. Nu vertonen juist de beginselpartijen dit verschijnsel in hoge mate. Dat is ook de reden waarom de kiezer zich van die partijen afwendt: hij herkent hun beginselen niet meer.”

In zijn amice-brief concludeert Lubbers dat tegenhouden bij de grens noodzakelijk is omdat kansloze asielzoekers, eenmaal in Nederland, nauwelijks uitgezet kunnen worden. Volgens Mulder is de belangrijkste oorzaak daarvan het feit dat de politie niet meer luistert naar het openbaar gezag. “Dat is misschien de bestuurlijke noodsituatie waarin ons land volgens Lubbers verkeert. Ik hoorde minister Hirsch Ballin laatst op televisie zeggen: 'Wij kijken scherp toe'. Maar we kijken helemaal niet scherp toe. De hoofdcommissaris moet volgens de wet doen wat hem gelast wordt ten aanzien van vreemdelingen, maar als hij zegt: 'ik heb geen mensen', dan is er geen enkele mogelijkheid voor het bestuur om zijn woord kracht bij te zetten. Dat komt omdat de politie in Nederland in toenemende mate zelfstandig is geworden. Ik vind het hoogst verontrustend. De politie hoort aan het openbaar bestuur onderworpen te zijn. Niks geen zelfstandigheid.”

Zijn grote bezwaar tegen de oplossingen die altijd worden voorgesteld, zegt Mulder, is dat het altijd gaat om de toelating maar niet om de feitelijke vraag: wat doe je nu eigenlijk in werkelijkheid? “Bijvoorbeeld: vorig jaar heeft Nederland een afspraak gemaakt met Marokko dat dit land de eigen burgers terugneemt die hier zonder verblijfspapieren worden aangetroffen. Dat was een groot probleem, omdat Marokko tot dan toe weigerde eigen onderdanen terug te nemen. Al die mensen bleven dus illegaal en wel in Nederland. Maar vorig jaar is hier pas het eerste echte officiële gesprek over geweest met Marokko. Tot verbazing van de Nederlanders bleek dat land zeer wel bereid om mee te werken. Er waren al diverse eerdere afspraken geweest om het probleem aan te pakken, maar steeds op uitvoerend niveau. Ik denk dat we op dit terrein vaak tekort schieten doordat we onvoldoende respect tonen voor hun opvattingen. Men hecht aan protocol. Als dat zo is, moet dat gerespecteerd worden. Ik was echt stomverbaasd.”

Zeevalking meent dat alle ophef over de asielzoekersproblematiek op dit moment vooral electorale redenen heeft. “Anders hoor je er nauwelijks iets over. Eigenlijk moet je als natie dolgelukkig zijn dat er zo'n hoop vreemdelingen hiernaartoe komen. Dat betekent dat ze hier graag willen wezen en dat het dus goed gaat met dit land. Dat blijkt ook wel: ze gaan niet meer weg. Daar moet je je niet zo vreselijk over opwinden.” Mulder is van mening dat uitspraken als zou nederland 'vol' zijn, onzinnig zijn. “Omstreeks 1970 verschenen er prognoses dat Nederland in het jaar 2000 twintig miljoen inwoners zou hebben. Niemand zei toen dat het land daarmee 'vol' zou zijn. De woestijn is overvol als er honderd mensen wonen. Maar een rijk land als Nederland is zelden vol.”

Toch zien ook Zeevalking en Mulder dat in de samenleving een sterk gevoel van onbehagen groeit over de toenemende aantallen vreemdelingen. Dat gevoel wordt met name gevoed door de gedachte dat “de buitenlanders huizen en banen inpikken”. Zeevalking: “Positieve discriminatie is verwerpelijk. Ook ten opzichte van de vreemdelingen zelf, omdat ze daarop worden aangekeken. Je moet helpen, maar de allochtonen moeten niet het gevoel krijgen dat ze worden voorgetrokken. Zelfs allochtonen vinden dat er niet te veel vreemdelingen hiernaartoe moeten komen. Daar worden zij de dupe van. Er moet voor worden gewaakt dat het migratiebeleid het minderhedenbeleid frustreert.”

Ook Mulder meent dat het voorkeursbeleid, en dan met name bij de woningdistributie, “een reëel knelpunt” is. “We hebben nu eindelijk geaccepteerd dat gemeenten twee promille van de woningen beschikbaar moeten stellen aan asielzoekers. Allerlei gemeenten moeten 'nee' verkopen aan eigen inwoners. Maar wat gebeurt er? De bouw van met name goedkopere woningen in deRandstad stagneert; om allerlei redenen komen bestemmingsplannen niet op tijd af. Dat ligt dus aan de gemeenten, maar nu hebben ambtenaren een excuus wanneer ze burgers moeten uitleggen waarom de wachtlijsten zo lang zijn: u moet twee jaar wachten, want asielzoekers krijgen voorrang. Dat versterkt de vreemdelingenhaat, naast allerlei andere factoren. Maar dit is zeer zichtbaar terwijl het gaat om een partikel van het totale probleem. Ambtenaren moeten dat eenvoudig niet doen.”

Zeevalking erkent daarnaast dat ook uitlatingen van bewindslieden kunnen leiden tot negatieve beeldvorming omtrent vreemdelingen. Zo heeft staatssecretaris Kosto (justitie) gezegd dat “illegalen moeten verdwijnen”. Zeevalking: “Iedereen mag zeggen dat illegalen weg moeten. En dat afgewezen asielzoekers veel harder moeten worden aangepakt. Alleen de staatssecretaris van justitie mag dat níet zeggen. Hij is de enige die voor de belangen van die mensen dient op te komen. In mijn tijd gebeurde dat nog wel eens. Maar tegenwoordig is het alleen maar: zoveel mogelijk weren. Terwijl die mensen het ook vreselijk moeilijk hebben. Over de angst voor buitenlanders in de oude wijken wind ik me niet vreselijk op. Het onbehagen in de dertiger jaren met het nationaal-socialisme en de NSB, het machtige Duitsland op de achtergrond, was wel iets ingrijpender dan nu. Van de huidige uiterst rechtse splintergroeperingen kun je je afvragen hoe lang ze stand houden.”

Zowel Mulder als Zeevalking veroordeelt de krampachtige wijze waarop Nederlandse politici volhouden dat Nederland geen immigratieland is. Zeevalking meent dat de acceptatie van de vreemdeling in de samenleving moet worden bevorderd. “Dat vloeit voort uit de situatie in de wereld. In de koloniale tijd gingen Europeanen naar Azië en Afrika. Nu komt de golf terug. We zijn een immigratieland. Dat moet je niet verdoezelen. Dan moet je maatregelen treffen, op Europees niveau.”

Mulder waarschuwt voor rassenrellen bij ongewijzigd beleid. “Als wij niet zorgvuldiger omspringen met het vreemdelingenbeleid, krijgen wij op een goed moment met grote spanningen te maken. Wellicht komen we op een zeker moment af van de toevloed van mensen uit ex-Joegoslavië. Als de ellende daar stopt, is het probleem gehalveerd. Ik denk dat het gegeven dat Nederland tot in lengte van dagen een wisselend aantal mensen van elders zal moeten opnemen eenvoudig moet worden geaccepteerd. Anders krijgen we inderdaad rassenrellen en en vreemd kiesgedrag bij de burger uitsluitend op grond van vreemdelingenhaat. Eerste prioriteit moet hebben dat er een integraal kabinetsbeleid komt om de mentaliteit om te buigen. Het probleem is best oplosbaar. Maar dan moeten alle betrokken diensten wel alert zijn.”