Wat nu?

Particuliere beleggers zijn soms ondankbaar. Ze kopen nog geen jaar geleden aandelen Philips op een koers tussen de 20 en 30 gulden en zitten dus op stukken die het dubbele of meer waard zijn. Wat moet ik nu doen, vragen twijfelaars. Dat ligt voor de hand: verkoop en neem winst wanneer je niet gelooft in nog hogere koersen. Hak de knoop door. Eindelijk rust.

Wat moet ik dan doen met de opbrengst, reageert een lezeres verontwaardigd. Dat is nou ondankbaar. Je koopt op het juiste moment, brengt het geduld op om te wachten op een mooie prijs, een tien met een griffel, en dan niet verkopen. Waar komt de dwang om direct weer te moeten beleggen vandaan? Geld tegen 5 of meer procent op een rekening roest of bederft toch niet? Je moet kopen op een goed moment en niet om het beleggen zelf, behalve wanneer je wilt spelen op de beurs. Ook heel nuttig, want gokkers heeft de handel nodig.

Een Groningse ex-ondernemer van 82 jaar, impulsief belegger en een stap verder, vertoont dezelfde onrust. Hij deed Philips en andere aandelen al eerder van de hand en ruilde aandelen in een obligatiegroeifonds, een fiscale constructie die bloeit als de rente daalt, om voor een liquiditeitengroeifonds, een opzet die profiteert wanneer de rente stijgt. Hij is in zekere zin liquide, bang dat de rente voorlopig niet verder zal dalen of zelfs zal stijgen.

Een planner heeft deze strategie over de telefoon, zonder een diepgaande analyse van alle (geld)zaken, aangeraden. Waarom nog zoveel drukte, zorg en spanning met aandelen op uw leeftijd. Schenk het aan de kinderen en maak het op aan leuke dingen, luidde in het kort zijn advies.

Hij liet een planner voor nalatenschappen (estate planner) een fiscaal vriendelijke route uitstippelen, blijde gezichten in de familie, en toog met zijn vrouw naar de (klein)kinderen in Australië. Weg uit het dorp en al die bekende gezichten.

Deze week zijn ze vol goede moed weer terug. Ze gaan voor de 100 en een hand van de burgemeester. En nu? Bij de post zitten brochures van nieuwe beleggingsfondsen. De mannen en vrouwen die folders schrijven weten precies hoe je de juiste snaar van het volk moet raken, zonder evenwel iets te beloven. Onrust bekruipt hem. Meedoen of niet? Weer even de planner bellen. Die let niet op en wil ze weer op reis sturen. Dat kunnen de twee voorlopig niet opbrengen.

Geld en ouderen draait vaak om hetzelfde: dood, belasting op nalatenschappen (successierecht), schenken aan kinderen, het eigen huis en straks de kosten van het (verpleeg)tehuis. Wat zonde om zo met je geld in de weer te zijn. Leef! Vergeet de kinderen, woon zelfstandig tot het echt niet langer kan, denk en handel alsof je op je sloffen de eeuw volmaakt en negeer de dood, die houdt zelf een agenda voor de safari naar exotische, eeuwige jachtvelden bij. En overboekingen komen nooit voor.

Deze benadering verlegt in de persoonlijke financiële planning (pfp) het accent van de dood naar het leven.

Het echtpaar uit Beerta kibbelt daar over. Zij houdt rekening met een lang leven en wil niets of zeer weinig aan de kinderen schenken. Hij denkt, na een ziekte, meer aan de financiële en fiscale gevolgen van zijn laatste vakantie. Beide uitersten sluiten elkaar niet uit. Er staat al een estate planning op papier, nu het levenspad nog. Daarna probeer je een gulden middenweg te vinden.

Centraal staat het genoemde liquiditeitengroeifonds, naast de AOW, wat zakelijke inkomsten en tienduizend gulden obligaties. Het fonds belegt in deposito's en kortlopende obligaties en keert geen dividend of rente uit aan deelnemers. Ontvangen rente en andere opbrengsten blijven in kas, spekken de waarde. Daardoor loopt de koers op.

Zo hevel je belaste opbrengst over naar onbelaste koerswinst. De fiscus blokkeert deze sluiproute en heft 35 % belasting op de winst van het fonds. Iedereen die voor een deel van zijn belastbare inkomsten flink boven dit percentage zit, kan dus overwegen voor de fiscaliteit en het gemak geld over te hevelen naar zo'n fonds.

De man uit Beerta heeft geen idee hoe hoog het percentage van zijn belastbare inkomen ligt, wanneer hij bijna alle vermogen bij voorbeeld stopt in de staatslening die in 2023 aflost en uitgaat van achterblijvende AOW en zakelijke inkomsten en oplopende aftrekbare kosten. Een fiscalist of accountant kan dat zo uitrekenen. Wellicht kan je het fonds omruilen voor een belegging in obligaties met vaste rente-inkomsten. Dan weet je hoeveel je verdient en overhoudt. Daarna komen de kinderen aan de beurt, misschien.

Tot slot. Een 82-jarige die het jaar 2023 haalt en 111 wordt, hoeft niet uit te kijken naar de burgemeester, maar krijgt een hand van Willem Alexander. Zet 'm op!

    • Adriaan Hiele