Tippelzone wacht nog op privacy-schotten

Door een uitspraak van de rechter is de verhuizing van de Rotterdamse 'tippelzone' tot eind juni uitgesteld. Voor de gemeente betekent dit een overwinning op punten.

ROTTERDAM, 19 MAART. “Gaan we verhuizen dan?” Voor Maria is het de eerste keer dat ze ervan hoort. Op 5 april zouden de busjes voorrijden om zo'n honderdvijftig Rotterdamse prostituées van de gedoogzone aan de G.J. de Jonghweg naar een industrieterrein te vervoeren.

Dat was althans het plan. De Rotterdamse rechtbankpresident bepaalde gisteren evenwel dat de aanleg van de nieuwe tippelzone aan de Keileweg voorlopig wordt stilgelegd. Eerst moeten de benodigde bouwvergunningen zijn afgegeven en de artikel-19 procedure afgerond zijn, die het mogelijk maakt vooruit te lopen op de wijziging van het bestemmingsplan. De gemeente verwacht de verhuizing nu niet meer voor de zomer.

Voor Wilma, naar eigen zeggen een van de “oudste veteranen” van de tippelzone, hoeft het niet zo nodig. Ze heeft een spits, ingevallen gezicht en nerveuze ogen. “Ik blijf gewoon hier tippelen. De Keileweg ligt me veel te afgelegen, dat vind ik eng”, zegt ze. Erg diep zit de angst overigens niet: een seconde later ratelt ze alweer over Mario die dood is, Hilde die haar winterjas gejat heeft, Vincent die in Spangen in elkaar is geslagen omdat hij op straat cocaïne zat te basen. Dan leegt ze met schokkerige gebaren haar handtasje en begint ze een kinderplaatje in te kleuren.

In de bouwkeet 'Keetje Tippel', een huiskamerproject voor heroïneprostituées aan de G.J. de Jonghweg, heerst de dagelijkse chaos. Een groepje vrouwen maakt ruzie over geld, een Surinaams meisje zakt met een doffe blik op de bank onderuit, Dominicaanse travestieten drinken druk kwetterend hun koffie. Zij ontdekten twee jaar geleden de G.J. de Jonghweg en veroverden vervolgens de rechter rijbaan. Nu hebben ze ook een eigen huiskamer in Keetje Tippel.

Dat ze na deze zomer hun geld op een verlaten industrieterrein moeten verdienen, houdt niemand hier bezig. “Verslaafden maken zich niet druk over iets dat na vandaag gebeurt”, zegt wijkagent H. Vos, die even komt buurten. Voor zowel de klanten als de prostituées lagen de flyers al klaar met informatie over de verhuizing van 5 april. Die kunnen even in de kast blijven, maar het draaiboek zal niet veranderen. De verhuizing van de prostituées moet vooral niet te hardhandig gaan, vindt Vos: “Veegacties, dat verdienen deze meisjes niet.” Als de gedoogzone eenmaal 'over' is, zal de politie nog enige weken langs de G.J. de Jonghweg patrouilleren om achterblijvers op te pikken.

Aan de Keileweg weet de ploeg van Gemeentewerken nog niet dat de bouw voorlopig is opgeschort. “U bent te vroeg meneer, komt u over twee weken maar terug”, luidt de standaardgrap die al op vele voorbijgangers is uitgeprobeerd. Stratenmakers plaveien in een niemandsland tussen schoorstenen en opslagtanks een parcours voor hoerenlopers, uitgevoerd in roze klinkers. Het eerste deel van het circuit van 220 meter is al klaar. De prostituées kunnen schuilen in wachthokjes. Heeft de klant zijn keus gemaakt, dan parkeert hij zijn auto op één de twintig 'afwerkplekken', door 'privacy-schotten' van elkaar gescheiden.

Bij Keetje Tippel heerst lichte scepsis over de nieuwe gedoogzone. Projectleider D. Vogelezang vind de wachthokjes en verlichting een vooruitgang. “Maar de dope en de drugspanden zijn te ver weg. Dus bestaat het risico dat de straatdealers massaal naar de Keileweg trekken.” Vogelezang vreest ook dat de nieuwe tippelzone te klein is. “Er is ruimte voor vijftig prostituées, terwijl er hier in het hoogseizoen hondervijftig rondlopen. Dus betekent ruzie en uitwaaiering van de prostitutie.” Wijkagent H. Vos ziet een ander nadeel. “Het is zo naargeestig. Een paar boxen aan de lantarenpalen met een leuk muziekje, wat gekleurde verlichting, dat zou ik wel wat vinden. Een beetje sfeer, zoals op de Walletjes.”

Het terrein rond de oude papierfabriek aan de Keileweg geldt sinds begin jaren tachtig als mogelijke lokatie voor een 'Eroscentrum'. Omdat het 'bordeelverbod' directe gemeentelijke betrokkenheid verbood, probeerde Rotterdam hier begin jaren tachtig met hulp van dubieuze figuren uit de seks- en gokwereld de prostitutie te concentreren. In 1982 kocht souteneur en gokkoning G. van Driel Vis de papierfabriek. Hij droomde van een soort Rotterdamse Reeperbahn, met 450 tot 750 prostituées, sauna's, casino's, restaurants, tatoeage-bars, seks-shops en kiosken. De gemeente steunde de gokbaas heimelijk, maar de omliggende bedrijven kwamen in opstand. Op last van de rechter werd de bouw van het 'Eroscentrum' in 1983 gestaakt. Een jaar later wist Van Driel Vis er toch zeven weken lang een 'koffiehuis' open te houden, in werkelijkheid een rijtje 'relaxcabines' in een verwarmde loods. Opnieuw greep de rechter in.

Daarna werd het stil rond de Keileweg. Het college van B en W, in opspraak geraakt door de innige samenwerking met de gokkoning, nam in 1987 de papierfabriek over. Het bordeelverbod zou spoedig uit het wetboek van strafrecht worden geschrapt, zo verwachtte men, waarna de gemeente zelf een 'Eroscentrum' kon gaan uitbaten. In een nieuw bestemmingsplan werd op de plaats van de papierfabriek een 'vermaakcentrum' met vijftig prostituées voorzien, maar dat was in 1992 volgens de Raad van State weer te grootschalig. Inmiddels was er aan een Eroscentrum eigenlijk geen behoefte meer. De raamprostitutie had in Rotterdam plaatsgemaakt voor het clubcircuit en escort-services, de onderkant van de markt - vijftig gulden en minder - werd bediend door de heroïnehoeren aan de G.J. de Jonghweg. Maar dat was een tijdelijke voorziening, en bezorgde de omliggende wijken veel overlast. Dus kwam de Keileweg opnieuw in beeld, ditmaal als permanente tippelzone.

Wethouder P. Vermeulen (prostitutiezaken) heeft er alle vertrouwen in met de verplaatsing naar de Keileweg het prostitutieprobleem van Rotterdam is opgelost. “De nieuwe gedoogzone ligt ver van de woonwijken af en ook de prostituées gaan erop vooruit. Er zijn echte afwerkplekken, terwijl voorheen heel Rotterdam een afwerkplek was. Met alle risico's vandien voor de vrouwen.” Voor de wethouder betekent de uitspraak van de rechter een overwinning op punten: weliswaar is de verplaatsing vertraagd, maar de principiële bezwaren tegen de tippelzone heeft de rechtbankpresident van tafel geveegd.

Raadsman H.J. Smit, die de 'stichting Wijkbelangen Keileweg' en zeven bedrijven vertegenwoordigt, is dan ook zeer ontevreden. Hij wilde dat de rechter het “gemeentelijk openlucht-bordeel” van de hand zou wijzen. “Het betreft privé-terrein. De gemeente treft voorzieningen en voert het beheer, dus is het meer dan een gedoogzone.” Maar Smit, die er nu al tien jaar in slaagt de hoeren van de Keileweg te weren, geeft de strijd nog niet op: “we kunnen de zaak nog flink vertragen.”

Wilma ziet het wel wanneer het zover is. “Rijdt er een tram naar de Keileweg?” vraagt ze. Dan wandelt ze met een vriendin naar buiten om een bolletje heroïne te roken. Alles op zijn tijd.