Tentoonstelling over Arthur Lehnings Internationale Revue i10 in Heerlen; Blote vrouwen boven een bedje

Vandaag en morgen heeft in Heerlen een manifestatie met film, theater en architectuurroutes plaats rondom de tentoonstelling over het avant-garde tijdschrift i10, waarover in het ABP gebouw een expositie is ingericht.

Op 19 en 20 maart wordt in Heerlen een grote manifestatie gehouden rondom de i10-tentoonstelling met onder meer muziek-, film-, dans- en theatervoorstellingen en architectuurrondritten. Een volledig programma is verkrijgbaar bij de VVV van Heerlen (045-716200, of bij het ABP (O45-798100), of bij de Open Universiteit (045- 762480). Tentoonstelling: i10 sporen van de avant-garde. In: ABP-gebouw, Oude Lindestraat 1, Heerlen. Geopend: t/m 29 april op ma t/m vr 8-18 uur. Ook geopend op za 19 en zo 20 maart. Cat. (285 blz.) ƒ 29,50.

In 1927 verscheen het eerste nummer en al twee jaar later het tweeëntwintigste en laatste. Toch is i10, de 'internationale revue' van de anarchist Arthur Müller Lehning (1899), een beroemd tijdschrift geworden. En terecht, want al was de oplage nooit hoger dan 400, het is ongelooflijk welke auteurs hoofdredacteur Arthur Lehning in zijn viertalige tijdschrift bijeen wist te brengen. De lijst van medewerkers en redacteuren laat zich lezen als een parade van beroemde avantgardisten. J.J.P. Oud, toen Nederlands bekendste vertegenwoordiger van het Nieuwe Bouwen, werd architectuurredacteur. De Hongaarse Bauhauskunstenaar/ fotograaf/ typograaf László Moholy-Nagy was verantwoordelijk voor de bijdragen over film en foto. En de gematigdheid van muziekredacteur Willem Pijper werd meer dan gecompenseerd door de radicaliteit van andere medewerkers zoals Jan Romein, Piet Mondriaan, Walter Benjamin, El Lissitzky, Vasili Kandinsky, Alexander Berkman, Paul Schuitema, Mart Stam, Ernst Bloch, Cornelis van Eesteren, Menno ter Braak, Kurt Schwitters, Naum Gabo, Kazimir Malevitsj, Cesar Domela, en vele, vele anderen.

Dat dit een bont gezelschap was, realiseerde Arthur Müller Lehning zich maar al te goed. De titel van zijn tijdschrift verwijst er zelfs naar: voordat alle medewerkers het met elkaar eens zouden zijn, was men ongetwijfeld toe aan de Tiende Internationale. Het was dan ook niet Lehnings bedoeling om één mening of één standpunt te verkondigen. “De Internationale Revue i10 wil een orgaan zijn van alle uitingen van den modernen geest, een dokumentatie van de nieuwe stroomingen in kunst en wetenschap, philosophie en sociologie”, schreef hij in het eerste nummer.

Maar hoe verschillend de in Lehnings tijdschrift verkondigde meningen over bijvoorbeeld de Sovjet Unie of het kunstzinnige gehalte van de fotografie ook waren, de tentoonstelling over i10 die nu in Heerlen is te zien maakt toch een tamelijk homogene indruk. Op de begane grond van het hoofdkwartier van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds, dat jaarlijks een bijzondere manifestatie organiseert, is een wereld te zien die is doordrongen van helderheid, orde en eenvoud. De abstract-geometrische schilderijen van Vordemberge Gildewart zijn even sober als de meubels van Gerrit Rietveld en de architectuurontwerpen van Oud en Van Eesteren zijn net zo doordrongen van de Nieuwe Zakelijkheid als de reclamefolders van Paul Schuitema. Ook de schilderijtjes van Bart van der Leck zijn niet minder elementair dan het Bauhaus-schaakspel en de lamp van Marianne Brandt. Niet voor niets vielen de verschijningsjaren van i10 samen met het hoogtepunt van wat men nu de historische avant-garde noemt, de tijd dat men nog kon geloven dat het modernisme alles beter en mooier zou maken.

Gelukkig regeert de Nieuwe Zakelijkheid niet met al te harde hand in Heerlen. De affiches van de films van Fritz Lang en Sergej Eisenstein, waarover Menno ter Braak in i10 schreef, onttrekken zich aan de soberheid en ook het hoogtepunt van de tentoonstelling. Ook Naum Gabo's ingenieuze draadplastiek Constructie in de Ruimte: zwevend, is eerder uitbundig dan terughoudend. Maar dit ding dateert dan ook uit de jaren vijftig, toen i10 allang ter ziele was.

Van Mondriaan, die in i10 mocht dromen van een wereld die geheel was vormgegeven volgens zijn neo-plastische beginselen, is geen schilderij te bekennen. Wel staat er zijn Parijse atelier, dat door Frans Postma heel precies, compleet met asbakjes, in verkleinde vorm is nagebouwd. Hij heeft zelfs niet vergeten minuscule foto's van blote vrouwen boven Mondriaans jongensbedje te hangen. 'Ja, zie je, dat doe ik om een beetje objectief te blijven', zei Mondriaan hierover, zo valt te lezen in de catalogus die bestaat uit degelijke en leesbare artikelen over deelaspecten van i10.

Naast Mondriaans voorproefje van zijn neoplastische wereld is ook te zien hoe die uiteindelijk geworden is. In een vitrine staan produkten uitgestald van firma's als L'Oreal, waarvan de vormgevers goed hebben gekeken naar Mondriaans schilderijen. Dit hoekje van de tentoonstelling is bedoeld om de vulgarisering van het neo-plasticisme aan de kaak te stellen, maar bij mij roept het eerder de vraag op of dit nu werkelijk zo erg is. Is het eigenlijk toch niet ongeveer zoals Mondriaan het wilde? Had de schilder niet moeten voorzien dat zijn kunst onvermijdelijk zou ontaarden in goedkoop design toen hij ervoor pleitte de hele wereld volgens zijn opvattingen vorm te geven? Niet iedere vormgever kan ten slotte zo goed zijn als Mondriaan.

Het bijzondere van i10 was dat de bijdragen van filosofen en politieke denkers in aantal en in kwaliteit niet onderdeden voor die van kunstenaars en architecten. Maar op de tentoonstelling delven ze toch het onderspit. Hun in vitrines uitgestalde boeken en brochures ogen saaier dan het werk van al die beroemde kunstenaars, architecten en vormgevers. Maar, eerlijk is eerlijk: voor een volledig beeld van i10 zijn ze onontbeerlijk.

    • Bernard Hulsman