'Senna sloeg ook een stap over. Waarom zou ik dat niet kunnen?'

Ervaring ontbeert hij, maar aan zelfverzekerdheid heeft hij geen gebrek. Volgende week debuteert JOS VERSTAPPEN in de Braziliaanse Grand Prix als Formule 1-coureur. In een topteam, zonder angst.

Bijgeloof of twijfels kent hij niet. Een ritueel voor hij zijn racewagen instapt? “Ik zet een helm op”, zegt Verstappen. “Verder niets. Links instappen, rechts instappen, op zijn kop. Het maakt niets uit.”

De helblauwe ogen die zijn killerinstinct verraden, worden wat gedempt door toegeknepen oogleden. Jos Verstappen, op 4 maart 22 jaar geworden, is de rust zelve als hij de recente gebeurtenissen de revue laat passeren. Het is een vrijwel ongekend fenomeen, dat tot nu toe alleen aan de allergrootsten was voorbehouden. Na twee jaar autosport stapt Verstappen meteen in de Grand Prix-wereld. Hij wordt er niet warm of koud van. Je vraagt je af wat er gaat gebeuren wanneer hij het volgende week zondag goed doet bij zijn debuut in Brazilië en misschien drie weken later weer in Japan als daar de Pacific Grand Prix wordt verreden.

“Ik koos voor testrijden”, zegt Verstappen op Papendal, waar hij een laatste fysieke test aflegde. Hij zou tussen de wedstrijden door de wagens uitproberen voor de Duitser Schumacher en de Fin Lehto. Maar Lehto kreeg een ongeluk en kan voorlopig niet achter het stuur zitten. “Een of twee wedstrijden rijden is mooi meegenomen. Als Lehto weer terugkeert dan ga ik verder met testen. Na één jaar testwerk ben ik er dan echt klaar voor om te racen. Hoewel, dat ben ik nu ook. Mentaal en conditioneel.”

Dat laatste bleek in de test in het sportmedisch centrum. Zijn maximale zuurstofopname deed nauwelijks onder voor die van een Tour de France-wielrenner. Zijn fitness-begeleider Armand Caenen haalde opgelucht adem. Niet alleen heeft Verstappen een fenomenale conditie, de fysiotherapeut won er ook een weddenschap mee van Huub Rothengatter, oud-Formule 1-coureur en momenteel adviseur van Verstappen. Voor zijn uithoudingsvermogen in een Grand Prix is de Limburger niet benauwd. “Ik ben er niet bang voor. Zeker niet in een race als iemand voor je rijdt. Dan ben je meer geconcentreerd op die voorligger dan op je nek.”

Wat hij onvermijdelijk te kort zal komen is ervaring. Hij heeft de naam dat hij zich snel aanpast op voor hem nieuwe circuits. Dat bewees hij in de kartsport, in de formule Opel, de formule Atlantic in Nieuw-Zeeland, de Formule 3 en zelfs, de afgelopen maanden, in de Formule 1. De Formule 1 is de eredivisie van de autosport. De racewagens zijn geavanceerde projectielen met meer dan 700 paardekrachten die zo snel door de bochten suizen dat het lichaam vier tot vijfmaal de zwaartekracht moet weerstaan, wat pijnlijke gevolgen kan hebben voor de nekspieren.

Verstappen trainde dat de stukken eraf vlogen nadat hij voor het eerst in een Grand Prix-wagen zat, verleden jaar oktober. “Niet te geloven. Soms was ik zo moe dat iemand me met een vinger kon omduwen.” Om zijn uithoudingsvermogen te vergroten speelde hij het liefst squash of ging hij fietsen. In die twee disciplines kon hij zijn trainer verslaan, met lopen was zijn trainer hem te snel af.

Verliezen is een eigenschap die niet voorkomt in de gedachtengang van de meest veelbelovende Nederlandse autocoureur aller tijden. Die andere Nederlanders traden voornamelijk aan met matig materiaal. Tekenend is dat de in augustus 1964 verongelukte Carel Godin de Beaufort in punten voor het wereldkampioenschap uitgedrukt (vier, omdat hij viermaal zesde werd) het hoogst geklasseerd staat in de vaderlandse autosportannalen. Gijs van Lennep, evenals Carel een jonkheer, is de enige andere Nederlander met WK-punten, twee stuks. De laatste dateert van de Duitse Grand Prix op de Nürburgring in 1975.

Rody Hoogenboom, zijn sponsor, riep tegen Ensign-teambaas Mo Nunn bij het ingaan van de laatste ronden dat ze het bord met slower maar moesten tonen aan Gijs opdat hij de finish zou halen. “Langzamer?”, vroeg Nunn verbaasd. “Dat is godsonmogelijk.” En hij merkte op dat een zandloper inplaats van een stopwatch wat hem betreft voldoende was.

Verstappen heeft het voordeel dat hij instapt op een heel ander niveau, bij één van de vier beste teams, dus in één van de acht beste racewagens die er aan de start verschijnen. Benneton begon als het lousy-T-shirt-team, maar haalde de technische achterstand op de topploegen snel in. De ambitieuze Flavio Briatore, sportdirecteur van het team, wil volgend jaar een wereldkampioen afleveren.

Schumacher is de toprijder, Verstappen een man voor de toekomst. Briatore onderkende het potentieel van de Nederlander. Na zijn eerste proefritten met een (matige) Footwork stond de Formule 1-wereld op zijn kop. Verstappen reed ermee alsof hij nooit anders had gedaan en werd op slag de het grootste en meest begeerde talent van de Grand Prix-sport.

Naijver tussen de teambazen hielp Verstappen. Briatore haalde ooit de inmiddels gevestigde ster Michael Schumacher weg bij het team van Jordan. Drie jaar geleden werden dergelijke 'overvallen' geblokkeerd doordat alle teams hun contracten in Zwitserland moeten deponeren. Maar Ron Dennis van McLaren raakte zijn Brazilaanse toprijder Ayrton Senna kwijt aan Williams en wilde Schumacher bij Benetton losweken. Briatore behield de Duitser in zijn stal en ging een stap verder.

“Iedereen wilde Jos, ook Ron Dennis”, zei Briatore. “Ik houd van uitdagingen. Verstappen had nog nooit in een Benetton gezeten, maar hij is snel en fit. Op het moment waarop ik het contract met hem afsloot werd Jos in mijn kantoor gebeld door Dennis. Die vroeg wat ik met zijn rijder deed. 'Het is jouw rijder niet', kon ik antwoorden. 'Ik hem net laten tekenen voor mijn team'.”

Verstappen reed vorig jaar met steun van Marlboro. Over het verbreken van het contact met het door Marlboro gesponsorde McLaren, bij wie hij ook testte, wil Verstappen niet veel zeggen. “Het duurde me te lang. Ze hadden tijd genoeg. Ik dacht, als ik niet oppas, sta ik straks langs de kant. Tenslotte moet ik aan mijn carrière denken en niet aan die van de sigarettensponsor. Wie weet, komen we elkaar nog eens tegen.”

Volgende week zondag begint een nieuw tijdperk in de Formule 1. Actieve vering, waarbij de rijhoogte electronisch constant wordt gehouden, is voortaan verboden, net als de tractiecontrole, dat het doordraaien van de wielen voorkomt en de anti-blokkeerremsystemen. De kwaliteit van de coureur moet een grotere invloed hebben op het succes van de racewagen.

Het Interlagos-circuit bij Sao Paulo kent Verstappen nog niet. “Ik weet hoe de bochten lopen, dat is alles. Ik zal er tijdig zijn om met de gewone personenauto de baan te leren kennen. Ik ben overal snel, dat klopt. Maar in de Formule 1 gaat het allemaal veel sneller. In de vrije training heb je maximaal 23 ronden, terwijl je in de kwalificatie tweemaal twaalf ronden mag rijden. Dat is heel weinig en maakt het moeilijk voor een nieuwe coureur.”

Wat verwacht je van een Grand Prix-start?

“Ik stel me zoiets voor als verleden jaar op Zandvoort met de Masters toen ik die belangrijke Formule 3 race won. Het was heel druk, er werd veel van me verlangd. Je moet je op een gegeven moment kunnen afsluiten, je terugtrekken. Vlak voor de start kwam ik uit het motorhome en stapte in.”

Repeteer je de start in je gedachten?

“Nee. Als het licht op groen gaat, zie ik wel wat er gebeurt. Ik ga in ieder geval niet van mijn gas af. De eerste indruk die je maakt is heel belangrijk. Dat was in de Formule 3 zo, en dat zal ook moeten in de Formule 1. Dan accepteren ze je voor wie je bent. Ik ben een nieuwkomer. Ik moet me gewoon breed maken.”

Als je maar niet tegen je teamgenoot Schumacher oprijdt.

“De kans zit er in. Ik ga voor niemand uit de weg. Maar ik zal niet zo beginnen als verleden jaar in België met de Formule 3. Niet te onstuimig, ik wil geen overhaaste stappen nemen.”

Gaat het niet wat te snel met je carrière?

“Niemand had verwacht dat het zo snel zou gaan, maar ik vind het niet erg. Ik dacht een seizoen te kunnen testrijden, en toen kreeg Lehto een ongeluk. Kan ik toch beginnen, en wel meteen in een topteam. De meeste coureurs doen er tijden over om zo ver te komen. Ach, er komen ook tegenslagen. Ik denk dat ik die goed kan verwerken, als er daarna maar weer meevallers komen. Het is een kwestie van afwachten hoe ik daarop zal reageren, maar ik bereid me er alvast op voor. Ik denk dat ik niet eens weet wat er allemaal op me afkomt. Maar voor ieder probleem is een oplossing te vinden.”

Hij beaamt dat de jaren waarin hij als jong karter - een skelter met een motor - over de wereld trok, begeleid door zijn vader die een uitstekend koersinzicht heeft als ex-amateurwielrenner, heel belangrijk zijn geweest. “Anders kom je niet na twee jaar autoracen al in de Formule 1.”

Hij moet aantreden tussen 's werelds beste coureurs. De briljante Ayrton Senna in zijn Williams-Renault is de grote favoriet en al jarenlang een ster.

“Ach, dat zijn toch ook gewone mensen. Ik kijk tegen niemand op. Dat heb ik nooit gedaan. Misschien wel een sterk punt van me. Gewoon nuchter blijven. Hollandse nuchterheid? Nee, Limburgse nuchterheid. Ik denk niet dat ik een stap mis door van de Formule 3 regelrecht naar de Formule 1 te gaan, zonder bijvoorbeeld in Formule 3000 te rijden. Senna deed dat toch ook. Waarom zou ik het dan niet kunnen? Ik zal zeker genoeg fouten maken, maar iedereen maakt fouten. Ook Prost. Ook Senna.”

Hoe voelt het aan om het grootste Nederlandse autosporttalent ooit te zijn?

“Daar denk ik helemaal niet over na. Ik laat alles gewoon op me afkomen en probeer in Brazilië zo goed mogelijk uit de verf te komen.”

Hij heeft zich de laatste weken met weinig anders beziggehouden dan racen. Testen, trainen, rijden, praten over techniek en details. “Ik ben niet 24 uur per dag bezig met autoracen”, zegt Verstappen. “Je hebt wel eens een dag dat je aan iets anders kan denken. Nu is het een beetje druk, maar van de zomer zal het er nog wel een keer van komen. Dan ga ik een keertje met Schumacher karten. Gewoon leuke dingen doen, maar het moet wel een motortje hebben.”