Ritzen geeft MBO extra geld voor groeiend leerlingaantal

DEN HAAG, 19 MAART. Het middelbaar beroepsonderwijs (MBO) krijgt 50 miljoen gulden extra van het ministerie van onderwijs om de onverwachte toestroom van 18.000 extra leerlingen op te vangen, 10 miljoen meer dan minister Ritzen (onderwijs) vorige maand bereid was te betalen. Het MBO moet nu 22 miljoen gulden bezuinigen. Dit heeft Ritzen gisteren bekend gemaakt in een brief aan de MBO-instellingen.

Vorige maand verbraken de vertegenwoordigers van het beroepsonderwijs de onderhandelingen over een nieuw convenant met Ritzen omdat ze zijn bod toen te laag vonden. Er komen geen nieuwe onderhandelingen. Over de toezegging van 50 miljoen moet Onderwijs nog wel nader overleg voeren met het ministerie van financiën.

Ex-onderhandelaar C.M. Geuze van het 'BVE-samenwerkingsverband', dat de convenantsonderhandelingen voor het MBO voerde, noemt het besluit van Ritzen “niet ideaal, dat had wel wat royaler gekund”. Hij is niet ontevreden dat Ritzen tien miljoen gulden vrij wil maken voor het MBO, maar hij wijst erop dat de minister in zijn brief schrijft vast te houden aan een andere bezuiniging - 12,5 miljoen gulden op de vervanging van zieke leraren. Tijdens de mislukte onderhandelingen over een nieuw convenant had Ritzen laten doorschemeren dat deze bezuiniging, die nodig was na overschrijdingen van het 'vervangingsfonds' in vorige jaren, zou kunnen worden ingetrokken.

Een belangrijke reden voor toevloed van leerlingen naar het MBO is de terugloop van het leerlingstelsel door de economische problemen van het bedrijfsleven. In het leerlingstelsel leren jongeren een vak door vier dagen per week te werken op een 'leerlingplaats' bij een bedrijf en een dag in de week naar school te gaan. Veel van de jongeren die het best op hun plaats zijn in het leerlingstelsel, gaan nu naar het voor de overheid veel duurdere MBO. Ze gaan vooral naar het in de jaren tachtig speciaal voor hen gecreëerde kort-MBO, dat meer individuele begeleiding biedt, maar daardoor duurder is dan het gewone MBO. Geuze hoopt nu op ingrijpen van de Kamer, die volgende week over de MBO-problematiek vergadert. “Het kan het MBO toch niet worden aangerekend dat dat het bedrijfsleven minder leerlingplaatsen heeft? We hebben al jaren te maken met de trend dat er extra leerlingen komen maar geen extra geld.”

De verschuiving van leerlingstelsel naar MBO vindt al jaren plaats en is een oud probleem van Ritzen. In 1990 raakte hij in ernstig conflict met het bedrijfsleven toen hij voorstelde om dit aan de extra kosten van het MBO mee te laten betalen. Dat ging niet door. Begin dit jaar stelde Ritzen voor om MBO en leerlingstelsel samen te voegen, waardoor de verschuiving van leerlingstelsel naar MBO beter kon worden tegengegaan. Ook dit voorstel stuitte op groot verzet en is inmiddels al weer ingetrokken. In zijn brief stelt Ritzen nu als voorwaarde voor de rijksbijdrage van 50 miljoen gulden dat het beroepsonderwijs (MBO en leerlingstelsel) op korte termijn meewerkt aan een onderzoek naar de mate waarin de groei van het aantal MBO-leerlingen kan worden verklaard uit een toestroom van leerlingen uit het leerlingstelsel. Vooruitlopend op de uitkomsten van de onderzoek kondigt Ritzen al aan de bekostiging van de MBO-opleidingen in de dienstverlening en gezondheidszorg te beperken.

Het MBO zal het tekort van 22 miljoen gulden vooral dekken door vergroting van de klassen in de korte MBO-opleidingen, die met de grootste toevloed van leerlingen te maken hebben. Ritzen schrijft in zijn brief dat deze bezuiniging van 22 miljoen gulden “voor zowel leerling als instelling niet of nauwelijks merkbaar zullen zijn”. Maar volgens Geuze zal de verslechtering van de begeleiding van de relatief zwakke kort-MBO-leerlingen leiden tot vergroting van vroegtijdig schoolverlaten.

In totaal kampt het MBO met een tekort van 117 miljoen. Het resterende tekort van 44 miljoen gulden kan met verschuivingen op de begroting worden opgevangen. Ritzen trekt minder geld uit voor 'vernieuwingsprojecten' en omdat het leerlingstelsel minder leerlingen telt houdt het ministerie daar geld over.