Powervrouwen; 'Ons doel is: allemaal een stapje hogerop'

Woensdagavond, vierde verdieping van de Utrechtse Jaarbeurs. Zo'n zeventig, gesoigneerde vrouwen staan in groepjes om de bar. De discussies gaan over het curriculum vitae, vrouwelijk managen, functie-omschrijvingen en de voor- en nadelen van zijden kousen. Grif worden visitekaartjes uitgewisseld. Hier wordt 'genetwerkt'.

“Mannen hebben de Rotary, wij hebben het vrouwennetwerk”, zegt Franciska Zipson. “In mijn werk als staffunctionaris bij de Riagg Flevoland ontmoet ik bijna geen vrouwen op gelijk niveau, met wie ik informatie kan uitwisselen. Op een netwerkbijeenkomst kan dat wel.” “Zelfvertrouwen”, valt haar buurvrouw Liestbeth Bloemen haar in de rede. “Dat krijg je hier. Als je als enige vrouw in een vergadering zit, word je vaak compleet genegeerd. Hier hoor je van andere vrouwen dat zij dezelfde ervaring hebben met die kerels.”

Zipson en Bloemen gaan ook om nuttige contacten te leggen. “Als ik juridisch advies wil, bel ik iemand op van het netwerk”, zegt Zipson. Bloemen: “Als ik een notaris nodig heb, kijk ik niet in de Gouden Gids, want dan krijg je een man. Nee, ik zoek een vrouw uit onze 'Wie-is-wie gids'. Voordeel is dat je zo vrouwen promoot. Ons doel is allemaal een stapje hogerop.”

Zipson en Bloemen zijn, met nog zo'n 2.700 vrouwen, aangesloten bij de Stichting Vrouwennetwerk Nederland. Het netwerk is voor vrouwen die op 'managementniveau werkzaam zijn' of die zo'n functie ambiëren, zo blijkt uit het aanmeldingsformulier. Mannen zijn alleen als gastspreker welkom. Het lidmaatschap kost 200 gulden per jaar.

“Dit is een speeltuin voor vrouwen”, typeert de voorzitter van het netwerk Mary Lou Leistikow. “Hier kunnen vrouwen hun net ontwikkelde methodes of scripties testen, of in het bestuur hun bestuurskwaliteiten trainen.” Dat is nodig, vindt Leistikow, omdat vrouwen in topfuncties een achterstand hebben op mannen. Het vrouwennetwerk verzamelt zich vier keer per jaar in Utrecht. De 38 over het land verspreide 'deelnetwerken' komen eens per maand bijeen. Het vrouwennetwerk werd in 1980 opgericht, maar de grote aanwas kwam de laatste jaren.

'Powergroups' noemt de Amerikaanse feministe Naomi Wolf organisaties als de Stichting Vrouwennetwerk Nederland. In haar boek, Fire with Fire. The new female power and how it will change the 21st century, moedigt ze vrouwen aan hun slachtofferrol in te ruilen voor een strijdbaar feminisme. Feministes, vindt Wolf, hebben te lang mannen overal de schuld van gegeven. Ze spoort vrouwen daarom aan netwerken op te richten tegen het 'old-boys-network': het informele circuit van mannen in leidinggevende functies. Waar mannen gewoon in de kroeg of na een partijtje squash zichzelf verkopen, hebben vrouwen er expliciet netwerken voor nodig, betoogt Wolf. In Nederland zijn vrouwen al ijverig aan het 'netwerken'. Recentelijk werden opgericht: Vrouwen in Philips, Vrouwen in de psychologie, Vrouwen en recht, Vrouwen in financiën, IReen - netwerk voor technische vrouwen, Netwerk Nilivrouwen - voor afgestudeerden van de Wageningse universiteit en het Vrouwennetwerk Vlees - voor vrouwen in de vleesverwerkende industrie. Het Junior Vrouwennetwerk Randstad verenigt ruim dertig jongere vrouwen die aan het begin staan van hun carrière. Bij de vereniging Wijze oude wijven zijn twaalfhonderd 50-plusvrouwen aangesloten. Het vorig jaar opgerichte Multicultureel vrouwennetwerk verenigt zo'n 75 vrouwen van zwart tot blank. Veel vrouwen zijn lid van verschillende netwerken.

Tot voor kort was de Nederlandse vrouwenbeweging tegen netwerken, zegt Dorien de Wit die 'workshops netwerken' verzorgt bij het organisatie- en adviesbureau De Beuk. Net als lobbyen paste netwerken in het beeld van het ondoorzichtige machtsspel van mannen, waaraan vrouwen niet wensten deel te nemen. Het paste niet in het 'zusterdenken'. “Begin jaren tachtig werd netwerken geassocieerd met oncontroleerbare deals in achterkamertjes en wandelgangen”, zegt De Wit. “Maar vrouwen realiseren zich nu dat de spelregels door mannen zijn gemaakt. Nu doen ze er aan mee en veranderen langzamerhand die regels.”

“De stroming in de vrouwenbeweging die netwerken zag als mannengedoe is verdwenen”, zegt ook de Leidse hoogleraar vrouwenstudies Joyce Outshoorn. Toch bestaan vrouwennetwerken volgens haar al langer - ze werden alleen niet zo genoemd en waren nog niet zo wijd verbreid. “In de jaren zeventig heette het praat- en steungroepen”, zegt Outshoorn. “Je zou zelfs de vrouwenorganisaties die in de jaren twintig bij de zuilen werden opgericht kunnen beschouwen als netwerken.”

De explosie aan netwerken van de laatste tijd schrijft ze toe aan het groeiend aantal vrouwen op hoge posten. “Zij lopen tegen nieuwe problemen aan en hebben behoefte aan vergelijking”, aldus Outshoorn, zelf ondermeer aangesloten bij het netwerk voor vrouwelijke hoogleraren. “Nu doen er ook vrouwen aan mee die niet in de vrouwenbeweging zaten.”

Inderdaad zou de voorzitter van de Stichting Vrouwennetwerk Nederland, Mary Lou Leistikow, zich nooit feministe noemen. “Ik ben niet iemand die op de barricades springt.” Ze vindt het meer een noodzakelijk kwaad dat haar vereniging slechts openstaat voor vrouwen. “Als je niet in het mannennetwerk zit, kom je niet in de top. Je ziet toch nooit een advertentie voor een topfunctie. Die worden door de directeur vergeven aan zijn vriendjes.” Als er eenmaal evenveel vrouwen topposities bekleden als mannen en zij evenveel verdienen, dan heft ze haar vereniging met veel plezier weer op.

Niet alle vrouwen zijn enthousiast over het 'power-group'-idee van Naomi Wolf. Anja Meulenbelt, een van de 'voorvrouwen' van de tweede feministische golf, deed in Opzij een felle aanval op Wolf. 'Power-groups' zijn immers bestemd om vrouwen die het relatief goed hebben nog hogerop te helpen en dat dat is niet erg solidair met je 'zusters'. “Wij zijn er inderdaad voor een bevoorrechte groep vrouwen”, geeft Leistikow onomwonden toe. Tientallen leden van haar netwerk verdienen jaarlijks meer dan een ton. “Maar wij zijn er ook om vrouwen uit middenkaders hogerop te helpen. Bovendien zijn wij een voorbeeld voor andere vrouwen.”

De voorzitter van het multicultureel vrouwennetwerk, Claudette Helberg, heeft er geen enkel probleem mee dat Vrouwennetwerk Nederland alleen openstaat voor vrouwen die al goed terecht zijn gekomen. “Het is juist heel goed dat hoger opgeleide vrouwen elkaar de bal toespelen”, vindt ze. In aparte netwerken kunnen vrouwen volgens haar hun verschillende belangen beter behartigen. “Witte mensen realiseren zich niet hoe het is om hier als zwarte vrouw te wonen. Ik herken me meer in vrouwen uit andere landen.”Blanke vrouwen mogen wel tot het multicultureel netwerk toetreden, zegt Helberg, als ze maar “kritisch staan tegenover het groeiend racisme”. Dat mannen niet in het netwerk horen, is duidelijk voor Helberg, in het dagelijks leven voorzitter van het Emancipatiebureau Zuid-Holland. “We baden ze al en we verzorgen ze. Als mannen willen netwerken, dan regelen ze dat zelf maar. Bovendien voelen wij ons prettiger met vrouwen onder elkaar.”

Ook de Wijze Oude Wijven vinden dat ze lang genoeg voor mannen hebben gezorgd. “We hebben ons altijd veel te onzichtbaar en afhankelijk opgesteld”, zegt secretaris Anke Westerveld (68 jaar). “Nu zijn we wakker geworden en kwaad dat het allemaal zo onrechtvaardig in elkaar steekt. Waarom krijgen vrouwen vaak maar 70 procent van het pensioen als hun man is overleden? En de AOW is ook grotendeels een probleem van vrouwen.”

'Powergroups', zegt Wolf, moeten niet alleen nuttig zijn maar ook gezellig: een feestje met volop eten, wijn en muziek. “Zang en dans horen bij de weekends die wij organiseren”, zegt Helberg van het multicultureel vrouwennetwerk. “Het leven is al zwaar genoeg.” Een multicultureel vrouwenfeest staat voor juni op het programma. Volgens Femke Meijer (29), voorzitter van het Junior vrouwennetwerk Randstad, is gezelligheid een voorwaarde voor netwerken. “Het is toch een beetje griezelig, al die vreemde vrouwen.” Haar netwerk, dat eens per maand bijeenkomt, sluit de avond altijd af met een borrel. En onlangs organiseerde het Junior netwerk een weekeinde op een beautyfarm. “Niet om mooi te worden, maar om de contacten te intensiveren. Mannen zijn daarin veel directer, die stappen op iemand af en hebben zó iets geregeld. Vrouwen tasten meer af.”

Vrouwen mogen dan de laatste tijd massaal zijn gaan netwerken, maar dat betekent niet dat ze er al even goed in zijn als mannen, zegt netwerktrainster Dorien de Wit. “Vrouwen zijn vanuit hun opvoeding minder gewend dingen voor zichzelf op te eisen.” Ook psychologe Thea Brouwer, lid van de Vereniging van Vrouwen met Academische Opleiding (VVAO) meent dat vrouwen “minder goed zijn in netwerken met een doel voor ogen. Je merkt dat sommige vrouwen er op zo'n netwerkavond toch wat verloren bij hangen.”

Brouwer ontwikkelde voor de VVAO (5.500 leden) een netwerkspel dat tot nu toe door 1200 vrouwen in 30 verschillende groepen werd gespeeld. Iedere deelneemster krijgt een mapje met kaartjes waar zij opschrijft wat ze nodig heeft en wat ze te bieden heeft. Juridische kennis bijvoorbeeld of de vaardigheid om kralenkettingen te maken. Dat is 'het winkeltje'. Twee kaartjes moeten in de 'etalage', de rest blijft verborgen onder de 'toonbank'. Vervolgens proberen de vrouwen bij elkaar te achterhalen wat de anderen in de aanbieding hebben. Iedere speler moet haar kaartjes dus ruilen voor iets dat ze nodig heeft.

De juriste Audrey Kühler, die het spel vorig jaar speelde, is niet enthousiast. “Op den duur is het net als volksdansen: steeds dezelfde pasjes.” Wel is ze overtuigd van het belang van vrouwennetwerken. Via haar contacten in de VVAO kwam ze aan een baan als griffier. “En dat is als herintreedster niet gemakkelijk. Zonder netwerken had ik die baan niet gekregen.” Zolang mannen nog een kleine kring machthebbers vormen, meent Kühler, zullen vrouwen hun eigen netwerken moeten koesteren en uitbuiten. “Mannen hoeven hun old-boys-network maar aan te wenden en alles is in kannen en kruiken. Die staan zelfs in het urinoir nog hun zaakjes te regelen.”

Powervrouwen

'Ons doel is: allemaal een stapje hogerop'