Pakistan; De meisjes van de Diamantenmarkt gaan hun gang

LAHORE, 19 MAART. Op een steenworp van de statige, eeuwenoude Badshahi-moskee van de Pakistaanse stad Lahore gebeuren elke avond dingen die conservatieve moslims met ontzetting vervullen. Hier, in het hart van deze meer dan 1.000 jaar oude hoofdstad van de provincie Punjab, lonken zwaar opgemaakte en ongesluierde meisjes openlijk naar de mannelijke voorbijgangers. Erger nog, zij nodigen de mannen uit om tegen betaling hun dans- en zangkunst te komen bewonderen. De gastvrijheid van enkele meisjes strekt zelfs nog verder: zij houdt pas op als de bezoeker in hun armen een amoureus hoogtepunt heeft bereikt.

Pakistanen die minder streng in de leer zijn stromen van heinde en verre naar dit kwartier van lust en vermaak, dat in het door en door islamitische Pakistan zijn gelijke niet kent. Zo stil als het rond het middernachtelijk uur elders is in de vier miljoenen zielen tellende stad, zo levendig is het dan in Hira Mundi (de Diamantenmarkt).

Het wemelt er van de vrolijk verlichte huizen, waar meisjes in glittergewaden en groepjes muzikanten gereed zitten om de gasten op hun kunsten te onthalen. Ook vanaf balkons wenken glimlachende meisjes uitnodigend, soms geassisteerd door corpulente moeders en tantes die zelf de kneepjes van het vak al sinds hun jonge jaren beheersen.

Als er een klant binnenkomt, gaan de deuren en luiken van het vertrek dicht en vallen er spoedig enigszins weemoedige maar tegelijkertijd opzwepende tonen te beluisteren van een accordeon, kleine trommels en een grote collectie belletjes. Op sommige plaatsen vervormt de muziek uit de verschillende huizen van plezier zich tot een woest geroffel.

Buiten staat het vol theeschenkerijen en restaurantjes terwijl zich hier en daar ook geldwisselaars hebben opgesteld, die over grote hoeveelheden bankbiljetten van lage waarden beschikken. Die zijn zeer in trek. De bezoekers van de danseressen kennen namelijk geen groter genoegen dan de danseres als bewijs van hun waardering te hullen in een wolk van bankbiljetten.

Tot vreugde van zowel danseressen als bezoekers kunnen ze sinds het aantreden van premier Benazir Bhutto, vorige herfst, veel openlijker hun gang gaan dan voorheen. Onder Bhutto's rivaal Nawaz Sharif, die de fundamentalisten graag te vriend hield, mochten de meisjes alleen maar achter gordijnen zitten en zich niet in het openbaar vertonen. Geen fundamentalistische golf is echter ooit hoog genoeg geweest om de meisjes voorgoed het zwijgen op te leggen.

Hira Mundi kent een aristocratische traditie, die teruggaat tot de dagen van de Moghuls, de islamitische heersers die vanaf de zestiende eeuw ruim twee eeuwen de dienst uitmaakten op het Indiase sub-continent. Prinsen en hoge edelen maakten er een gewoonte van om in deze wijk, vlakbij het paleis van de Moghuls, vriendinnen te bezoeken. Deze dames eenvoudig prostituées noemen, zou hen onrecht doen. Het ging om meisjes die zeer goed thuis waren in de toenmalige dicht- en zangkunst. Seks speelde zeker niet altijd de hoofdrol. Misschien vallen ze nog het beste te vergelijken met de Japanse geisha's.

In de eeuwen daarna verloor de buurt iets van haar vroegere glorie, maar nog altijd wordt de culturele traditie in ere gehouden. De 18-jarige Anjuman bijvoorbeeld, die over een mollig figuur beschikt zoals de Pakistanen dat graag zien, is naar een goede school geweest en is uitstekend thuis in de poëzie van dit deel van het land. Ze spreekt zelfs een redelijk mondje Engels, wat slechts een minderheid van haar landgenoten haar kan nazeggen. Hira Mundi biedt vooral vermaak aan de beter opgeleide middenklasse.

Anjuman is gekleed in een knalgele shalwar kameez, het pyama-achtige gewaad dat de Pakistanen meestal dragen. Van top tot teen hangt ze vol met armbanden, enkelbanden, ringen en andere sieraden. Haar gezicht is wit gepoederd. Nadrukkelijk ontkent ze iets met prostitutie te maken te hebben. “Ik dans alleen maar en vermaak me daarmee prima”, zegt Anjuman. Haar moeder, weggezonken in lichtgele satijnen kussens op de grond, beaamt dat. In de prostitutie zitten meestal iets oudere vrouwen.

De verdiensten, zo wil Anjuman wel toegeven, vormen ook een niet onbelangrijke prikkel om dit werk te doen. Per avond verdienen zij en haar côterie soms wel 3.000 rupees (180 gulden), een klein fortuin voor Pakistaanse begrippen. Weliswaar moeten daarvan ook de musici worden betaald en de forse huur voor het keurige vertrek, maar er blijft meer dan genoeg over.

Dan kijkt Anjuman's moeder op haar horloge en beslist dat er geen tijd meer is voor een dans. Het is één uur 's nachts en overal verstomt abrupt de muziek. De deuren gaan op slot. Zo is het met de politie afgesproken en de meisjes weten dat er met de heren van de wet niet valt te spotten. Een kwartier later herinnert niets meer aan de kortstondige explosie van muziek, dans en lichtzinnigheid, die Hira Mundi elke avond weer beleeft.