Onevenredige vertegenwoordiging in de Europese Unie

Grafiek: Volgende week dinsdag komen de ministers van Buitenlandse Zaken van de landen van de Europese Unie bij elkaar om het zoveelste onderlinge geschil te slechten en wederom liggen de Britten, deze keer gesteund door Spanje, dwars. Groot-Brittannië is bang invloed kwijt te raken bij toetreding van Noorwegen, Finland, Oostenrijk en Zweden tot de Europese Unie.

De huidige twaalf lidstaten hebben bij elkaar 76 stemmen in de Europese ministerraad. De vier grote landen hebben elk 10 stemmen en Nederland heeft er bij voorbeeld 5. Om een voorstel te blokkeren in de ministerraad zijn 23 stemmen nodig, ofwel die van twee grote en één klein land. Door de eventuele toetreding van de vier landen stijgt het aantal stemmen naar 90 en de gekwalificeerde minderheid tot 27 stemmen.

De Britten vrezen dat zij invloed verliezen aan de kleine landen terwijl de grote landen toch al ondervertegenwoordigd zijn in de Raad. Duitsland heeft 81 miljoen inwoners en slechts 10 stemmen. Eén stem per 8,1 miljoen Duitsers. Groot-Brittannië heeft één stem per 5,8 miljoen inwoners. Luxemburg is relatief het best vertegenwoordigd. Luxemburg telt 380.000 inwoners en heeft twee stemmen in ministerraad, 190.000 inwoners per stem. Een Luxemburger heeft dus 42 meer invloed op het beleid in Europa dan een Duitser.

In het Europees Parlement liggen de verhoudingen tussen grote en kleine landen ook scheef, alleen zijn de verschillen daar kleiner. Zo heeft Duitsland 15,5 procent van de zetels terwijl de Duitsers 22 procent van de Europese bevolking vertegenwoordigen.

a = 50 38405 10416 98524 36451 06250

    • Niek den Tex