Nei til Europa

Deze week werd in Brussel de toetreding van Noorwegen tot de Europese Unie beklonken. Eind dit jaar moeten de vier miljoen Noren in een referendum kiezen voor behoud van zelfstandigheid of meedoen aan het grote Europa. Een keuze voor hun hart of voor hun verstand. Noorwegen wil zichzelf blijven, hoe dan ook.

Noorse schizofrenie wordt het genoemd. Noorwegen is een land met universele aspiraties. Jaarlijks reikt het de Nobelprijs voor de vrede uit. Maar tegelijk ruikt Noorwegen als een klein dorp, is het een hoop 'steinr⊘ys' aan de voet van het hooggebergte, dat rustig moet blijven liggen waar het ligt. Heeft Brussel hier iets te zoeken?

Asker, dertig kilometer ten zuiden van Oslo. Het is het gebied waar de Noren voor het eerst op grotere schaal de akkerbouw gingen bedrijven, en de eerste schepen werden gebouwd. Fredrikke Hegnar is er directeur van het Openluchtmuseum. “Wij leven niet zo georganiseerd als de Zweden, we willen graag onafhankelijk zijn, op onszelf staan. Diep in veel Noren leeft het gevoel dat de Europese Unie het ons onmogelijk zal maken onszelf te blijven.” Typerend voor dat Noorse individualisme, zegt ze, zijn de verhoudingen op school. Leerlingen gaan hier op volledige voet van gelijkheid met de leraren om. Ze noemen hen bij de voornaam. “Er bestaat in Noorwegen geen respect voor gezag. Dit is in hoge mate een egalitaire samenleving. De leerplicht begint pas bij zeven jaar. Tot die tijd hoeven kinderen niet in het gareel te lopen. Kenmerkend is dat bijna alle buitengewone scholen zijn afgeschaft. Alle kinderen blijven zeker tot hun vijftiende bij elkaar. Individuele leer- en opvoedingsproblemen worden binnen de ene school opgelost. Klassen zijn klein en hebben vaak twee leraren.”

Chaos

Oslo, R©1adhusgata 24, drie hoog. De stencilmachine is vervangen door een kopieerapparaat en de plastic bekertjes maakten plaats voor zelf meegebrachte koffiemokken. Maar verder is het de prettige chaos van eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Alleen de asbakken met uitgebrande sjekkies ontbreken. In het kantoor van de Nei til EU beweging struikel je over de dozen met bedrukt papier. Heen en weer lopende mensen - lang haar, slobbertruien, muren vol affiches. Het is te merken: het uur van de waarheid is aangebroken. De Noorse ministers van handel en visserij bereikten woensdagnacht in Brussel overeenstemming over de toetreding van Noorwegen tot de Europese Unie. In november of december, zo heeft premier Gro Harlem Brundtland laten weten, krijgt de Noorse bevolking in een referendum het laatste woord.

Bij Nei til EU worden alle wapens in stelling gebracht. T-shirts in alle soorten en maten hangen klaar, allemaal met dezelfde boodschap: Nee tegen de Europese Unie. Ze zijn te koop voor 75 kronen per stuk, 20 kronen goedkoper dan de shirts van de winterspelen in Lillehammer. In de schappen liggen tientallen brochures over alle negatieve kanten van de EU, uiteraard gedrukt op recycled papier. De grote trots van de beweging is het Lesebok 1994, dat vrijwel geheel is gevuld met verhalen, beschouwingen of gedichten van Noorse auteurs tegen de EU. Na de bijbel lijkt dit het meeste verspreide boek te zullen worden. Het is in een oplage van 1,8 miljoen exemplaren gedrukt en zal tot in de verste fjord huis aan huis worden bezorgd.

Nei til EU lijkt op een actiegroep maar is in werkelijkheid een uiterst professionele organisatie. Op het secretariaat in Oslo werken vijftien mensen, terwijl in 442 van de 450 Noorse gemeentes plaatselijke actiecomités zijn opgezet. Onbetwist leider is professor Kirsten Nygaard, hoogleraar informatietechnologie aan de Universiteit van Oslo, een gedreven man die niet door vragen onderbroken wenst te worden. “Ik heb twee full-time banen, net als iedere werkende huisvrouw”, zegt hij. “Onze organisatie telt 130.000 leden. De grootste partij, de sociaal-democraten, heeft tussen de 80.000 en 90.000 leden. We hebben een gemeenschappelijk platform ontwikkeld, waarin iedereen van Socialistisch Links tot de uiterst rechtse Progressieve Partij zich kan vinden. Dus ook de sociaal-democraten, de Christelijke Volkspartij en de agrarische Centrumpartij.” Omdat het programma is gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de feiten, denkt Nygaard dat de beweging de krachtproef van de komende maanden met gemak zal doorstaan. Dan moet hij snel weg om de radio te woord te staan.

Een paar straten verderop, aan de ›ure Vollgata, is het kantoor van de Ja til EU beweging gevestigd. Ook hier staat een hoogleraar aan het hoofd. Professor Inge L⊘nning, oud-rector van de Universiteit van Oslo, doceert systematische theologie en ethiek. Met zijn grijze haar, gerande bril en kalme betoogtrant lijkt hij meer een dialoog-zoekende dominee dan een gedreven actievoerder. Maar ook voor L⊘nning nadert het beslissende uur. Er dient een aanzienlijke achterstand te worden ingelopen, want 44 procent van de Noren zegt momenteel 'nee' tegen de EU, aldus een peiling deze week van de krant Verdens Gang. 29 procent zegt 'ja', terwijl de rest nog geen oordeel heeft.

Toch is L⊘nning niet zonder hoop. “De sleutel ligt in handen van de sociaal-democraten”, zegt hij. “Bij het referendum van 1972 probeerde deze partij door strikte partijdiscipline haar kiezers achter toetreding tot de EEG te krijgen, maar dat werkte toen contraproduktief. De leiding van de partij opereert nu veel verstandiger. Daardoor begint zich nu een geleidelijke verandering voor te doen ten gunste van de Europese Unie. Tijdens de regionale assemblee van de Arbeiderpartiet in de provincie Nordland, waar de tegenstand traditioneel groot is, heeft zich al een openlijke verschuiving van 'nee' naar 'ja' voorgedaan.” De campagne van L⊘nnings beweging kan bovendien rekenen op krachtige steun van het bedrijfsleven.

Families

Het is niet voor het eerst dat Noorwegen naar de stembus moet over Europa. Op 22 januari 1972 tekende de regering al een protocol over toetreding tot het Europa van de Zes. Omdat in het parlement geen driekwart meerderheid voor toetreding was, moest ook toen een referendum worden uitgeschreven. Een kleine meerderheid van de Noorse bevolking stemde het akkoord weg. Tal van parlementsleden liepen over naar Socialistisch Links en de sociaal-democratische partij had jaren nodig om de klap te boven te komen.

Dit keer waren de Noorse minister van visserijzaken, Jan Henry Olsen, en zijn collega van handel, Grete Knudsen (in 1972 nog fel tegenstander van Europa), de belangrijkste onderhandelaars in Brussel. Toch vrezen velen een herhaling van de strijd van toen. “De strijd over Europa zal hard en mogelijk even onverzoenlijk zijn als 22 jaar geleden. Maar laten we voor alles blijven strijden met blanke wapens”, waarschuwde het dagblad Aftenposten eergisteren.

De Noren staan eigenlijk helemaal niet zo vijandig tegenover Europa als het soms wel lijkt, zegt de Noorse zakenman Otto von Ubisch. Hij verkoopt waterkrachtcentrales over de hele wereld. Hij is de verpersoonlijking van de Noorse relatie met Europa. Von Ubisch is een telg uit een Oostduitse adellijke familie, waarvan de stamboom teruggaat tot de twaalfde eeuw. Zijn grootvader wenste in 1933 geen lid te worden van de nationaal-socialistische partij en nam de wijk naar Noorwegen. De familie is daarna Noors geworden. “Dit land heeft juist een lange traditie van verbondenheid met Europa”, aldus Von Ubisch. “De grote Noren waren Europeanen. De toneelschrijver Hendrik Ibsen werkte in Italië, de schilder Edvard Munch en de componist Edvard Grieg in Duitsland. Van oudsher zijn er commerciële betrekkingen geweest met de Hanse-steden.”

Dat er van een Noors nationalisme sprake is, zoals van een Duits nationalisme, ontkent hij in alle toonaarden. “Kijk naar de sport, het gaat de Noren helemaal niet zo om de confrontatie met andere landen, maar puur om de vreugde van de sport zelf. Bij de winterspelen in Lillehammer kon men even enthousiast reageren op de overwinning van een Rus of een Kazach als op die van een Noor. Noren gunnen anderen de overwinning als ze goed presteren. Het klinkt waarschijnlijk wat ouderwets, maar zo is het nu eenmaal: sport brengt hier goede vibraties teweeg. Het is ook allemaal niet zo vercommercialiseerd als elders.”

Ook de politicoloog Oddbj⊘rn Knutsen zegt dat de Noorse weerzin tegen Europa niets met isolationisme, nationalisme of xenofobie te maken heeft. De drie partijen die zich verzetten tegen de Europese Unie, Socialistisch Links, de agrarische Centrumpartij en de Christelijke Volkspartij, staan vooraan bij het verstrekken van ontwikkelingshulp. De Christelijke Volkspartij komt voort uit een puriteinse beweging die vooral in het zuidwesten van Noorwegen sterk is en die zich kenmerkt door een grote zendingsijver. Voor de relatief grote Noorse deelname aan vredesoperaties van de Verenigde Naties bestaat ook brede steun.

De politicoloog Henry Valen vindt evenmin dat de Noren nationalistisch zijn. “Noorwegen is een jonge staat die pas in 1905 onafhankelijk werd. Die nationale integriteit wil men niet verliezen.” Vooral buiten de grote steden is er sprake van een sterk historisch bewustzijn. De tijden van Deense overheersing en Zweeds bestuur zijn niet uit het besef verdwenen. Door de bezetting tussen 1940 en 1945 leeft onder veel ouderen nog altijd een anti-Duits sentiment. Tijdens de verkiezingscampagne betoogde de leider van de agrarische Centrumpartij, Anne Enger Lahnstein, dat de Europese Unie een grotere aanslag op de nationale integriteit vormt dan de unie met Zweden. Tussen 1814 en 1905 kon de Zweedse koning geen beslissingen nemen tegen de wil van de Storting, het parlement in Oslo. Brussel kan dat straks wel, aldus Lahnstein. Die opmerking raakte een gevoelige snaar.

Ook de geografische afstanden spelen een grote rol. Voor een boer op de Lofoten of een visser aan de Noordkaap is Oslo heel ver weg. Aan Brussel heeft hij al helemaal geen boodschap. “Het verzet tegen de Europese Unie is ook een protest van de periferie tegen Oslo”, zegt professor Valen. “Als je Oslo met de auto binnenrijdt, moet je tol betalen. Dat is rechtstreeks een gevolg van de permanente confrontatie tussen de hoofdstad en de buitengewesten. Als de regering wat voor Oslo wil doen, waar veertig procent van de bevolking woont, dan moet daar onmiddellijk iets voor alle regio's tegenover staan. Daardoor krijgt de hoofdstad te weinig geld voor de wegen en heeft het stadsbestuur besloten dat door tolheffing binnen te halen.”

Vrieskist

De angst voor Europa is het grootst onder vissers en boeren. Zij vormen een slinkende minderheid, maar worden door toetreding het meest in hun economische belangen geraakt. Hun angst wordt gedeeld door de meerderheid van de Noren. Zij voelen zich niet thuis in de sfeer van het grootstedelijke Europa, in de stad van de mens. Noorwegen is wel verstedelijkt - zij het in veel mindere mate dan Zweden en Finland - maar mentaal heeft een groot deel van de bevolking dat proces niet meegemaakt. Vraag een inwoner van Oslo naar zijn leefomstandigheden en hij begint onmiddellijk over zijn huisje buiten in de fjord, over zijn boot en over de tijd die hij nodig heeft om er te komen.

De stad is een noodzakelijk kwaad. Elke inwoner van de hoofdstad vertelt na een poosje ook waar hij 'eigenlijk' vandaan komt. Museumdirecteur Fredrikke Hegnar in Asker woont niet alleen op het terrein van haar openluchtmuseum - ze leeft er ook. Ze verbouwt er groente, die ze invriest voor de winter. Ze houdt schapen op het terrein, die haar gezin zelf opeet. “Ik jaag zelf niet, maar mijn broers wel, we hebben de vrieskist soms boordevol gevogelte zitten.” Noorser kan bijna niet. Iedere Noor is diep in zijn hart visser, boer en jager. Daarbij moet niemand hem wat in de weg leggen.

Vliegverkeer

De kans op een Noors 'ja' tegen Europa lijkt al met al klein. Alleen als straks zowel de Zweden als de Finnen positief beslissen, is er een kans dat de Noren om gaan, zegt de politicoloog Tor Bj⊘rklund. Dan dreigt een isolment in Europa. Bj⊘rklund houdt zich al jaren bezig met vergelijkend onderzoek naar de opvattingen over Europa. “Je zou verwachten dat de opvattingen over Europa sinds 1972 wat dichter bij elkaar gekomen zouden zijn”, zegt hij. “Vooral dank zij de televisie is de cultuur meer een eenheid geworden. Het vliegverkeer heeft de uithoeken van het land veel bereikbaarder gemaakt. Bovendien is het aandeel van vissers en boeren in de bevolking afgenomen, terwijl de dienstverleningssector in die periode aanzienlijk is gegroeid. Maar juist de mensen die buiten Oslo in de publieke sector werken, bij gemeentes, bij sociale instellingen, zijn veelal anti-Europa. In 1972 begon het verzet tegen Europa in de stad, vooral bij de linkse jongeren. Nu komt het vooral van het platteland en merk je er minder van in de stad.”

Volgens Bj⊘rklund zal veel van de campagne afhangen. Juist degenen die in de publieke sector werken zijn bang voor onzekerheid. Momenteel hebben de tegenstanders de wind in de rug, omdat zij de indruk wekken dat de sociale structuur van het land door toetreding wordt aangetast. Na een Fins en een Zweeds 'ja' zou dat, aldus Bj⊘rklund, wel eens anders kunnen worden. De tegenstanders van de EU zullen dan veel meer moeite krijgen te verkopen dat een Noorse Alleingang niets verandert, omdat de scheidslijn met Europa dan langs de Noorse buitengrens komt te lopen. “Het gaat er straks om welke beweging de status quo verdedigt in de ogen van de kiezers - die maakt de grootste kans.”

Dictatoriaal

Halverwege de middag zit advocaat Arne Haugestad aan zijn vierde glas bier in het café tegenover het gerechtsgebouw. Zijn das heeft hij afgedaan. “Vooral vrouwen zijn tegen de Europese Unie, ze denken dat het alcoholgebruik hier dan ook Europees wordt”, mompelt hij. In 1972 was Haugestad de voorman van de anti-Europa beweging. Toen Nygaard hem naar de kroon stak, stapte hij op. Haugestad zou hem veel te dictatoriaal hebben gevonden, zo verluidt in Oslo, maar zelf wil de advocaat er geen woord over kwijt.

Zijn opvattingen over Europa heeft hij niet gewijzigd. “Kijk, als jij me zou kunnen aantonen dat toetreding van Noorwegen essentieel is voor behoud en herstel van de vrede in Europa, dan zou ik bereid zijn mijn opvattingen bij te stellen. Maar neem nou dat initiatief van Johan J⊘rgen Holst, die Rabin en Arafat bij elkaar wist te brengen. Dat zou toch onmogelijk geweest zijn als Noorwegen lid van de Europese Unie zou zijn geweest?”

    • Herman Amelink