Milieu is geen mode-artikel meer

De nieuwste 'marsroute' die de regering voor herstel van natuur en milieu heeft uitgestippeld, leverde afgelopen week bij de parlementaire behandeling van het tweede Nationaal Milieubeleidsplan - ofwel NMP2 - noch op het Binnenhof noch erbuiten het vuurwerk op dat zo'n gewichtig thema verdient. Wat berichten in de krant, een enkele beschouwing en overwegend gunstige reacties uit de Kamer. Een tamme bedoening, symptomatisch voor de sterk geslonken politieke aandacht die het onderwerp krijgt. Het 'milieu' lijkt zelfs van de politieke agenda te zijn afgevoerd, wat zich ook laat aflezen aan de verkiezingsprogramma's van de meeste partijen.

Nee, dan vijf jaar geleden, toen in verband met het milieu zelfs een kabinet voortijdig moest opstappen. Voorjaar 1989 werd vol verwachting uitgezien naar het eerste NMP, dat alle zorgen over de menselijke leefomgeving zou omzetten in concrete daden terwille van een schoner Nederland. Maar dat stuk leidde al snel tot een politieke crisis. Twistpunt was een 'autoremmend' onderdeel in de financiering van het plan. De afschaffing van het reiskostenforfait, belastingvoordeel voor de automobilist die tussen huis en werk pendelt, mocht van de VVD niet doorgaan en daarmee kwam een eind aan het tweede kabinet-Lubbers.

Dat was op 2 mei 1989 en in de maanden die volgden, maakten de partijen zich op voor de verkiezingen van 6 september. Voor het eerst namen daarbij natuur en milieu een vooraanstaande plaats in, dit thema scheen andere brandende kwesties zelfs te overvleugelen. Opeens waren alle partijen een toonbeeld van zorg voor de leefomgeving. De ene was al milieuvriendelijker en natuurgevoeliger dan de andere.

Vijf jaar later is alles naar de achtergrond verdwenen. D66 en GroenLinks hebben in hun programma's nog een vrij sterke natuur- en milieuparagraaf, maar de PvdA is al minder geprononceerd, terwijl bij CDA en VVD het oude milieuvuur praktisch is gedoofd. Ongetwijfeld onder invloed van de economische recessie, die de klassieke groeigedachte nieuw leven inblaast. Het was burgemeester Peper van Rotterdam die de omslag misschien ongewild maar treffend onder woorden bracht bij de commotie over Zestienhoven: “Het milieu moet maar even wachten, het gaat nu om werkgelegenheid.”

Dat is geheel andere taal dan premier Lubbers sprak, toen hij in de Tweede Kamer zijn laatste kabinet presenteerde: “Het milieubeleid zal als een der hoofdpijlers van het regerinsbeleid concreet gestalte moeten krijgen. Hoofddoelstelling daarbij is dat binnen één generatie de wijze van produceren en consumeren zal moeten voldoen aan voorwaarden van duurzame ontwikkeling; doorschuiven naar volgende generaties is niet langer verantwoord.” Maar toen was het nog 1989.

De (politieke) aandacht voor natuur en milieu is al enkele decennia aan schommelingen onderhevig. De eerste piek tekende zich begin jaren zeventig af, toen de Club van Rome haar sombere verhaal over milieuverval en slinkende hulpbronnen de wereld instuurde. Vooral in Nederland sloeg de boodschap van Grenzen aan de groei in als bom, maar al spoedig verslapte de belangstelling. Een nieuwe opleving viel in 1981-'82 te bespeuren bij de Brede Maatschappelijke Discussie over energie. Daarop volgde weer een dal tot december 1988, toen het Rijksinsitituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne in Bilthoven zijn alarmerende rapport Zorgen voor Morgen uitbracht. Dit stuk, dat diende als wetenschappelijke onderbouwing voor het nog te verschijnen NMP maakte duidelijk dat Nederland tot de meest vervuilde landen ter wereld behoorde. Om het milieu weer enigszins op peil te brengen, zou de vervuiling over de hele linie met circa tachtig procent terug moeten.

Het alarm uit Bilthoven drong door tot in alle maatschappelijke geledingen, met soms opmerkelijke gevolgen. Kort daarna, op 11 januari 1989, zorgden werkgevers ( VNO) en werknemers (FNV) voor een verrassing door een gezamenlijk masterplan tegen de vervuiling te lanceren. De politieke partijen bleven niet achter en toonden zich, na de val van Lubbers-II, stuk voor stuk begerig de titel 's lands beste rentmeester in de wacht te slepen. Milieu als mode-artikel, daar had het veel van weg.

Wat frappeert is het verschil tussen toen en nu. Het 'monsterverbond' tussen VNO en FNV om Nederland schoner te maken is als een nachtkaars uitgegaan en de politiek heeft zich in belangrijke mate op oude stellingen teruggetrokken. De economische malaise als oorzaak van een verminderd 'milieudenken'. Maar waarom? Omdat het bedrijfsleven (uitzonderingen daargelaten) en een deel van de politiek milieu en economie nog altijd als tegenstellingen zien. Ten onrechte, want ze kunnen elkaar juist versterken.

Vijf jaar geleden vierden we in grote kring H. F. 80. ' 85 is geen bijzonder getal', zei hij toen in zijn slotwoord, en kort na een kleine intieme verjaardagsviering op de vakgroep OWOC kwamen we samen om hem te begraven.