Machiavelli

Niccolò Machiavelli: Het leven van Castruccio Castracani; 83 blz., Ambo 1993, vertaling en inleiding: Paul van Heck, ƒ 19,95

Het was 1520 en het ging niet goed met Niccolò Machiavelli. Enkele jaren eerder had hij Il Principe en de Discorsi (Verhandelingen over de eerste tien boeken van Titus Livius) gepubliceerd, maar die geschriften bezaten nog lang niet die faam die zij nu genieten. De de' Medici waren acht jaar eerder in Florence teruggekeerd en Machiavelli had dat moeten bezuren. Hij was, verdacht van samenzwering, gearresteerd, gemarteld - tot zijn verbazing doorstond hij de ontmoeting met de wipgalg heel flink - en min of meer verbannen naar zijn landhuis bij San Casciano even ten zuiden van Florence. Een ambteloos burger was hij, politiek uitgerangeerd. Wel bleef hij schrijven, onder meer La Mandragola, wel eens de beste Italiaanse komedie genoemd voordat Carlo Goldoni zich in de achttiende eeuw aan dat genre wijdde. Machiavelli ving een lijster, dobbelde wat met de boeren in de herberg en trok zich 's avonds in zijn studeervertrek terug met zijn vrienden uit de Oudheid. “Ik knies me dood,” vermeldt hij herhaaldelijk in zijn brieven.

Maar nu in 1520 - Machiavelli was 51 jaar - hing er iets in de lucht. De kardinaal van Florence, Giulio de' Medici, de latere paus Clemens VII, stond welwillend tegenover een rehabilitatie van de man die zich jarenlang als secretaris voor de stad had ingespannen. Er bestond een kans dat hem een opdracht zou worden verstrekt die gelijke tred hield met zijn bekwaamheden.

In hoopvolle verwachting bracht Machiavelli intussen een bezoek aan de stad Lucca, om voor enige Florentijnse burgers te bemiddelen in een financiële kwestie. Al te inspannend was deze semi-officiële missie niet en er restte voldoende tijd om de pen ter hand te nemen. Het werd een korte biografie van een der vermaardste inwoners van Lucca, Castruccio Castracani. Deze condottiere had zich twee eeuwen eerder opgewerkt tot de belangrijkste ghibellijnse leider in Toscane door - machiavellist avant la lettre - op de juiste tijd gebruik te maken van list en geweld en door een scherpe neus bij het kiezen van zijn beschermheer.

De biografie van Castracani is een eigenaardig geschrift. Wel baseerde Machiavelli zich op betrouwbare bronnen (Giovanni Villani, Niccolò Tegrimi), maar hij nam zich toch vooral voor boeiend voor de dag te komen, waardoor de werkelijkheid vaak te zeer wordt opgerekt. Voorts kneedde hij Castracani nogal eens naar zijn literaire voorbeelden uit de Oudheid: Herodotus, Xenophon en Sallustius. Waarschijnlijk was dit een onbewust proces: met die klassieke schrijvers was hij “zo vertrouwd dat ze als het ware in zijn systeem zaten,” aldus vertaler Paul van Heck in een uiterst verhelderende inleiding, waaruit in dit stukje grotendeels is geput.

In de biografie werkt Machiavelli toe naar drie klinkende overwinningen van Castracani: de overwinning bij Montecatini, die bij Serravalle en zijn triomf bij Fucecchio. De rest van de geschiedenis wordt er omheen gedrapeerd. Hij schuwt de overdrijving niet: Zonder twijfel zou Castracani Philippus van Macedonië of Scipio “hebben overtroffen, als zijn wieg niet in Lucca had gestaan maar in Macedonië of in Rome”. Ook legt hij de condottiere opvallende uitspraken in de mond die rechtstreeks zijn ontleend aan de Levens van de filosofen van Diogenes Laërtius, de Griekse biograaf uit (waarschijnlijk) de derde eeuw na Christus. Dat was overigens geen plagiaat of een onderschatting van de lezer: voor iedere Florentijn met een beetje opleiding was meteen duidelijk dat Machiavelli hier met een glimlach moest worden gelezen.

Castruccio Castracani had na de inspannende slag bij Fucecchio te lang blootgestaan “aan een wind die meestal rond het middaguur over de Arno gaat waaien”, had zwaar kou gevat en was onverhoeds overleden. En zoals de fortuin zich ten leste tegen de condottiere had gekeerd, zo keerde de fortuin zich voor Machiavelli ten goede. Enkele weken na de verschijning van de biografie werd zijn hoop bewaarheid en kreeg hij de vererende opdracht de geschiedenis van Florence te schrijven. Dan “zal hij Castruccio's belangrijkste wapenfeiten met veel meer respect voor de historische waarheid behandelen,” aldus Van Heck. Aangenomen moet dan ook worden dat Machiavelli het strijdvolle leven van Castruccio Castracani heeft aangegrepen om ze in Florence eens goed in te prenten hoe mooi hij wel schrijven kon.

    • Charles Coster