Kerk

Het is een kale, kille kerk geworden. Het is natuurlijk het goed recht van pastoor Goedhart om de bisschop van Haarlem te verdedigen.

In NRC Handelsblad van 12 maart vermeldt hij terloops: “En ik zeg er meteen bij dat ik vasthoud aan het gebedenboek van de kerk en de vertrouwde liturgie.” Daarover nu heb ik mijn bedenkingen. In de vroegere kerk van voor Vaticanum II waren zowel de priesters als de gelovigen bij het vieren van de H. Geheimen, allen met het gezicht naar het Oosten, het Heilige land, gekeerd. Nu staan de priesters met hun offertafel naar de gelovigen gekeerd en van het vieren van H. Geheimen is geen sprake meer. Ook de viering, de gebeden en het zingen in de volkstaal vormen een te radicale breuk met honderden jaren liturgie. Weg zijn plechtige diensten, weg en verdwenen zijn de vele eeuwenoude, prachtige hymnen en gezangen, het Magnificat, je hoort het niet meer. Wel het verschrikkelijke zingen in de volkstaal. Want ook het Latijn, van ouds de taal van de kerk, waardoor men zich overal thuisvoelde, is verdwenen. Alles is afgedankt, een eeuwenoude cultuur is vervangen door lege, kale kerken. Zelfs het koorgebed in kloosters is met het Romeins brevier verdwenen. Is het een wonder, die leegloop in kerken en kloosters?